Opinie

'Alleen een augurk kan ons nog redden'

Haast was geboden: de schrijver kreeg krap een maand voor zijn toneeltekst, de acteur zag zijn monoloog pas anderhalve week geleden voor het eerst. Toch gaan morgen in het ruim van een rijnaak 'De Koerskmonologen' in première. Geen historische reconstructie van de in augustus 2000 ontplofte en gestrande Russische onderzeeër met zijn ten dode opgeschreven bemanning, maar een theatrale verbeelding van de angst om levend begraven te worden.

Vrienden van regisseur Jaap Spijkers stelden hem voor: ,,Wij hebben een lege rijnaak en we willen een toneelstuk over de duikboot Koersk. Wat gaan we daar mee doen?'' Spijkers zocht drie dramaschrijvers, en liet die elk een monoloog voor een Koerskbemanningslid schrijven. Zo ontstonden vijf theatrale personages als metafoor voor de 23 opvarenden die althans de explosie overleefden: de commandant, een eerste officier, een tweede officier/ kok, een wachtofficier tweede rang en een marineman-in-opleiding.

Vlak voor kerst telefoneerde Spijkers met de Oostenrijkse toneelschrijver Gustav Ernst. Spijkers kan een potje breken bij Ernst, die eerder samenwerkte met - en toneelstukken in opdracht schreef voor het toneelgezelschap De Trust, waaraan Spijkers als vast acteur was verbonden. Spijkers speelde onder andere hoofdrollen in 'Faust' en in de filmversie 'Duizend Rozen' van Gustav Ernst. ,,'t Is wel snel, ja, maar dat wil ik wel'', imiteert Spijkers de krakerige telefoonstem uit Oostenrijk, ,,maar wat moet ik dan doen?''

Spijkers legde Ernst uit dat hij verschillende personages zocht, die op de bodem van de onderzeeër versteend van kou tegen elkaar kleumend hun laatste zuurstof aan het verbruiken zijn. Hij opperde Ernst het personage van de commandant, die in zijn lot berust noch in opstand komt, maar die de ramp simpelweg ontkent. ,,Dertig jaar lang militaire beleidsvoering gaat je misvormen'', en die misvorming wil Spijkers ook zien. De regisseur weet dat Ernst maatschappelijke problemen goed 'naar het innerlijk van een theatraal mens kan vertalen'. Twee andere dramaschrijvers (Caroline Ligthart en Hans Lebouille) namen de overige duikbootpersonages voor hun rekening.

Ernst balde zijn duikbootcommandant tot een minuscule Sovjet-Unie samen, voor wie begrippen als glasnost of perestroika voor desinformatie zoniet blasfemie staan. Hij ziet wel dat er iets tamelijk rampzaligs is gebeurd, maar beschouwt de ontploffing en stranding hoogstens als oefening, waarin zijn Sovjet-marine nog eenmaal moet excelleren. Hij snoeft over het feit dat er 23 onderscheidingen op zijn borst hangen, dat hij maandenlang onder het ijs van Antartica zat, dat hij bij kameraard Breznjev op de thee kwam, tijdens de Golfoorlog in de Perzische Golf patrouilleerde, dat hij de Sovjet-Unie vijf kinderen en dertien kleinkinderen schonk.

De commandant bespeurt meteen een samenzwering van de vijand, van wie hij 'het wit in jullie ogen beter kent dan het wit in de ogen van mijn vrouw': ,,Imperialisten! Eerst het Sovjet-rijk van lucht willen beroven, en dan ons van lucht beroven! Eerst het Sovjet-rijk willen laten zinken, en dan onze vloot laten zinken! (-) Mij kan hier niemand tot zinken brengen! Met mij wordt hier niemand tot zinken gebracht. Deze boot is een meesterwerk van Sovjet-geestkracht!''

De steeds verminderende hoeveelheid zuurstof in het staartcompartiment -de rest van de Koersk staat al onder water- doet de bemanning hallucineren, en toch volhardt de commandant in zijn laatste ogenblikken dat het om een marine-oefening gaat, die weldra tot een goed einde zal komen. ,,De torpedo's zijn ook precies zo geëxplodeerd, zoals ze in geval van nood zouden exploderen. Het water is precies zo binnengedrongen, zoals het in geval van nood zou binnendringen. We oefenen precies datgene wat in geval van nood gebeurt.'' Daarentegen zijn de jongere (20, 30 en 40 jaar) bemanningsleden van de schrijvers Ligthart en Lebouille zich terdege bewust dat zij onomkeerbaar op weg naar hun einde zijn. Ze dromen over lang, lang geleden, over een kinderverjaardag ('Nu word je nooit meer vijf'), over willige vrouwen ('Een lekker wijf. Dat hebben we nodig. Bel effe'), over het bevroren Rusland waar misschien nog een reservebroek aan de waslijn hangt ('de kleding laat de vorm niet los, maar de man ontbreekt'), over koude broodbiersoep akroschka of dampende zuurkoolsoep shi, waarna de ryba-vis mag doorkomen. Ze bezingen de lof van de Russische augurk, zonder welke geen Rus zijn glas wodka opkiept, en overleggen plechtstatig in welke vorm de laatste augurken geserveerd dienen te worden. ,,Alleen een augurk kan ons nog redden. (-) Overdwars, in de lengte, blokjes, plakjes, figuurtjes? Hoor ik daar figuurtjes? Figuurtjes zullen het zijn. Heel goed, dank voor uw inbreng, kameraad Kostjoerin. Mag ik nog even informeren of het beertjes, bootjes of boeken moeten zijn?''

Met fragmenten van de toneeltekst ging Spijkers voor zijn gelegenheidsvoorstelling op zoek naar gelegenheidsacteurs, die hij van zijn pro deo-project moest zien te overtuigen en hen bovenal duidelijk moest maken dat zij met zo'n korte voorbereidingstijd voor een maand letterlijk en figuurlijk het schip in moesten. De laatste woorden in de voorstelling luiden: 'Groet iedereen. Wanhoop niet', zoals die ook echt in de onderzeeboot op een nagelaten briefje stonden. Als je de regisseur vraagt waarom juist de mensen aan wal niet moeten wanhopen, terwijl de bemanning daar toch eerder reden toe had, veert hij met vurige oogopslag op: ,,Dat is toch heel stoer! Ze beschrijven juist geen voorstelling van wat er beneden gebeurde! Die woorden hebben veel betekend voor de vrouwen op de wal. Een collectief afscheidsbriefje, een anker, een boekensteun waar je je aan vast kunt klampen.''

Wat de feitelijke gebeurtenissen betreft, vindt Spijkers het nog steeds vreemd hoe de boven de gezonken duikboot aanwezige NAVO-bemanningen reageerde, met in hun kielzog de sensatiepers. ,,Iedereen op de Noorse, Zweedse en Amerikaanse schepen wist wat er gebeurd was, en dat de Koersk-bemanning het door onderkoeling hooguit drie tot acht uur zou kunnen volhouden. De Russen zeiden vanaf het begin al dat er geen leven meer aan boord was. En toch bleven de Amerikanen na een etmaal nog 'hulp aanbieden', terwijl zij wisten dat die al lang niet meer nodig was.''

Als het publiek de plaats van handeling -de rijnaak in het Amsterdamse IJ- betreedt, ligt de ontplofte duikboot als decor van een gekanteld buizenstelsel al op de zeebodem. Theatraal-dramaturgisch ingewikkeld noemt Spijkers het 'Tien kleine negertjes-effect'. ,,Ze gaan allemaal dood; dat weet de toeschouwer vantevoren. Je weet wát er gaat gebeuren, maar niet hoe. Het is een gevecht met voorspelbaarheid: de theatrale spanning moet oplopen naarmate de energie van de personages afneemt.''

De regisseur wil met zijn troupe verbeelden wat er gebeurt wanneer je het zand op je kist hoort vallen en je jezelf hoort zeggen: 'Ja maar, ik bén er nog!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden