Alleen de ouders van buitenlandse afkomst waren opeens hun kindertoeslag kwijt

Ahmed Gökce, eigenaar­­ van een gastouderbureau in Eindhoven. Beeld Merlin Daleman

Hoe ging de Belastingdienst te werk bij de omstreden stopzettingen van kinderopvangtoeslagen in 2014? Daarover resten nog steeds veel vragen. Zoals waarom juist ouders van buitenlandse komaf hun toeslag kwijtraakten.

Na vijf jaar weet Jacqueline Imminga nog altijd niet goed wat haar nou precies overkomen is. Als eigenaar van een particuliere school en een kinderdagverblijf in Almere, krijgt zij in april 2014 plotseling veel verontruste ouders aan haar bureau. Van de ene op de andere dag is de toeslag die zij krijgen voor de kinderopvang stopgezet. Zonder dat ze weten waarom – de Belastingdienst meldt slechts dat zij moeten aantonen dat zij recht hebben op die toeslag. Wat daarvoor nodig is, welke bewijsstukken de ouders moeten aanleveren, wordt niet vermeld.

“Het ging in die periode al slecht met de kinderopvang”, vertelt Imminga. De economie draaide slecht, de werkloosheid liep hard op en daardoor liep de vraag naar kinderopvang snel terug. Veel kinderdagverblijven moesten de deuren sluiten. “Ook wij hadden het moeilijk. Achteraf gezien is het handelen van de Belastingdienst destijds ons fataal geworden.”

Imminga neemt direct na de signalen van de ouders contact op met de Belastingdienst, ervan overtuigd dat er ergens een fout is gemaakt. Daar lijkt het inderdaad op, want de contactpersoon bij de Belastingdienst keurde alle aanvragen van Imminga’s klanten alsnog goed. De toeslagen zouden gewoon weer uitgekeerd worden, wordt Imminga verzekerd.

Maar een maand later gaat het wéér fout, en krijgen de ouders opnieuw geen toeslag uitgekeerd. “Ik heb weer met de Belastingdienst gebeld, en er werd gezegd dat het aan het systeem zou liggen. Omdat de goedkeuring handmatig was gedaan zou het systeem dat niet goed verwerkt hebben.” Maar ondanks toezeggingen vanuit de Belastingdienst blijft het mis gaan voor de betrokken ouders, de toeslagen worden niet meer uitgekeerd.

Buitenlandse komaf

Wat Imminga dan al opvalt, is dat de selectie van ouders die problemen krijgen met de toeslag wel erg bijzonder is. Zij heeft een gemengd klantenbestand: ouders met een puur Nederlandse herkomst, maar ook veel gezinnen waarvan één of twee ouders een andere of tweede nationaliteit hebben. “Geen van onze Nederlandse klanten kreeg problemen”, zegt Imminga. “Alleen de ouders van buitenlandse afkomst werden stopgezet.” Dat geldt ook voor oud-klanten van Imminga, hoort zij later. Ook daar zijn het enkel ouders van buitenlandse komaf van wie de toeslag wordt stopgezet.

De Belastingdienst zegt in een reactie niet te willen ingaan op individuele zaken, maar ontkent dat alleen van ‘buitenlandse namen’ de toeslagen zijn stopgezet. Trouw en RTL Nieuws die samen onderzoek hebben gedaan naar deze zaak, hebben echter inzage gehad in een lijst met klanten van Imminga’s kinderdagverblijf. Daaruit blijkt dat alleen gezinnen waarvan minimaal één ouder van buitenlandse komaf is, te maken kreeg met stopzettingen.

Volgens Imminga kwamen pas later andere ouders ook in de problemen. “Wij bleven aankloppen bij de Belastingdienst – we zijn er zelfs langs geweest met een advocaat. Toen ineens zeiden ze dat ze niet over individuele zaken wilden praten. En tegelijkertijd kregen ouders achter onze rug om van de Belastingdienst te horen: uw kinderopvangverblijf fraudeert. Toen de zaak op de spits kwam, moesten ook ‘Nederlandse’ ouders ineens bewijsstukken tot vijf jaar daarvoor inleveren, om aan te tonen dat ze recht hadden op toeslagen.” Maar dat was pas na verloop van tijd, zegt Imminga.

Fraudenetwerken

De afgelopen jaren heeft de Belastingdienst flink ingezet op fraudebestrijding, zo zei staatssecretaris Menno Snel van financiën al eerder aan de Tweede Kamer. Na de zogeheten ‘Bulgarenfraude’ uit 2013, waaruit bleek dat groepen Oost-Europeanen onterecht toeslagen ontvingen, wil de politiek dat de Belastingdienst harder optreedt. Speciaal opgezette teams gaan zich richten op zogeheten ‘facilitators’, die de spil zouden vormen in fraudenetwerken. Deze teams krijgen grote bevoegdheden, hoeven weinig verantwoording af te leggen en documenteren nauwelijks wat zij doen.

Ook een gastouderbureau in Eindhoven krijgt vanaf 2014 met een dergelijk team te maken. Op basis van ‘signalen’ die de Belastingdienst ontving, werden de toeslagen van 235 ouders direct stopgezet. Die signalen zouden komen van de GGD, zei staatssecretaris Snel recent in een Tweede Kamerdebat. De administratie van het bureau zou volgens de GGD niet op orde zijn, aldus Snel.

Ahmed Gökce, eigenaar van het bureau in kwestie, snapt daar niets van. “Wij kregen brieven van de gemeente Eindhoven met complimenten over onze werkwijze, en die krijg je alleen als je een aantal inspecties op rij alles op orde hebt. Later hebben wij de GGD nog gevraagd: ‘Hebben jullie aan de Belastingdienst laten weten dat er iets niet in orde zou zijn?’ Nee, was toen het antwoord.” De Belastingdienst wil niet reageren op vragen over de zaak. De GGD Brabant-Zuidoost, verantwoordelijk voor het toezicht op het gastouderbureau, bevestigt dat het signaal niet van hen is gekomen. Omdat gastouders ook in andere regio’s werken, is het wel mogelijk dat de GGD uit die regio een signaal heeft doorgegeven.

Financiële nood

Al vijf jaar lang is Gökce bezig met de gevolgen van de stopzetting van toeslagen van zijn klanten. Ouders werd gevraagd stukken aan te leveren, stukken die vanuit het gastouderbureau moesten worden verstrekt. De echtgenote van Gökce is advocaat, en begon de klanten bij te staan in de procedures tegen de Belastingdienst. Maar bezwaren bleven jarenlang op de plank liggen, en ondertussen raakten ouders in financiële nood.

“Mensen hebben hun baan opgezegd om maar voor de kinderen te gaan zorgen”, zegt Gökce. “De Belastingdienst heeft geen idee wat het deze mensen heeft aangedaan, en nog steeds doet.” Want er lopen nog altijd rechtszaken over de stopzettingen uit 2014, ondanks een vernietigend rapport van de Nationale Ombudsman over de zaak, twee jaar geleden, en twee uitspraken van de Raad van State.

Beeld Merlin Daleman

Niet alleen het verwijt van onregelmatigheden raakt Gökce, maar ook de manier waarop de Belastingdienst vervolgens te werk is gegaan. Van 235 ouders werd de toeslag stopgezet. “Maar wij hadden in 2014 maar 157 klanten. En oorspronkelijk kwam de dienst met een lijst van meer dan driehonderd mensen die klant bij ons zouden zijn.” Het is Gökce nog steeds onduidelijk hoe de Belastingdienst aan die aantallen komt.

Het is om die reden dat de projectleider van het team in 2016, twee jaar nadat de toeslagen zijn stopgezet en de meeste bezwaren van ouders nog altijd op de plank liggen, bij Gökce langs komt om na te gaan of zijn selectie eigenlijk wel klopt. Het blijkt dat er tientallen ouders op de lijst van de Belastingdienst staan die op geen enkele manier aan het bureau van Gökce gekoppeld kunnen worden.

In eerste instantie zegt de Belastingdienst dat dit komt doordat het alle gastouders die door Gökce worden bemiddeld in zijn onderzoek heeft betrokken. Omdat dezelfde gastouders ook door andere bureaus worden bemiddeld, zouden er ook vraagouders die via andere bureaus werkten op de lijst zijn gekomen. “Maar zelfs als we die redenering volgen blijft er nog een groep ouders over die we niet kunnen plaatsen.”

Na vragen van Trouw en RTL Nieuws stelt de Belastingdienst: “Enkele vraagouders maakten gebruik van een ander gastouderbureau met hetzelfde correspondentieadres en dezelfde contactpersoon als het betrokken gastouderbureau. Zij zijn hierdoor in de onderzoekspopulatie opgenomen.” Die redenering kan Gökce al helemaal niet volgen. “Een ander gastouderbureau, op mijn adres, en dan zou ik zelf daarvoor de contactpersoon moeten zijn? Ik kan me niet indenken wat de Belastingdienst hiermee bedoelt.”

Tweede nationaliteit

Tijdens de ontmoeting met de projectleider valt Gökce nog iets anders op. In het Excel-bestand met ouders van wie de toeslag is stopgezet, staat de tweede nationaliteit vermeldt. ‘Jullie houden bij wie Turks of Marokkaans is’, zegt Gökce tegen de ambtenaar. “Dat zou allemaal standaard zijn, omdat die gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie komen, zei hij tegen mij.” Trouw en RTL Nieuws hebben het gespreksverslag van de ontmoeting gezien.

In reactie op vragen ontkent de Belastingdienst dat in de zaak van Gökce of in de zaak van Imminga sprake is van selectie op nationaliteit. Maar een verklaring waarom de ambtenaar gegevens over de tweede nationaliteit in zijn bestand had, geeft de dienst niet. De Belastingdienst zegt wel te controleren op ‘Nederlanderschap’. Het hebben van de Nederlandse nationaliteit, of een geldige verblijfsvergunning, is een vereiste voor het kunnen aanvragen van kinderopvangtoeslag. Maar waarom de gegevens ook opduiken in de controle op fraude, wordt niet duidelijk.

Volgens Jelle Klaas van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten moet de Belastingdienst ‘veel beter uitleggen’ waarom het gegevens over tweede nationaliteit heeft verzameld, gebruikt en verwerkt. “Als tweede nationaliteit inderdaad geen enkele rol speelt, waarom kijk je er dan naar?” Bovendien, zegt Klaas, is in de zaak van Gökce mogelijke fraude van het gastouderbureau de aanleiding voor onderzoek door de Belastingdienst. “Dan doet nationaliteit er helemaal niet toe. Dan mogen ze het niet registreren en niet verwerken.”

De Belastingdienst stelt dat de tweede nationaliteit ook de Nederlandse kan zijn. Maar dat gaat na 2015 in elk geval niet meer op. Toen werd besloten dat gegevens over tweede nationaliteit niet meer opgenomen zouden worden in de Basisregistratie Personen (BRP). Als iemand de Nederlandse nationaliteit heeft, wordt alleen dat nog vermeld. De Belastingdienst ‘beschikt over oorspronkelijke gegevens in de BRP en beziet momenteel de mogelijkheden om deze gegevens te schonen in de systemen’, zegt het in reactie op vragen van Trouw en RTL. “Ze beseffen dus zelf ook dat ze deze gegevens niet mogen hebben of gebruiken”, zegt Klaas daarover.

Gökce, en zijn echtgenote als advocate van veel gedupeerde ouders, zijn nog vrijwel dagelijks bezig met de stopzetting van toeslagen in 2014, en alles wat daar in de jaren daarop op volgde. Hij heeft een civiele rechtszaak aangespannen tegen de Belastingdienst vanwege de schade aan zijn bureau. Klanten stapten op vanwege de aanhoudende beschuldiging van fraude door de Belastingdienst.

“Wij zijn gevangen in deze situatie en de Belastingdienst erkent niet eens dat zij een probleem heeft veroorzaakt. Toen ik de Belastingdienst vroeg wat ik moest doen om deze zaak afgerond te krijgen, antwoordden zij dat niemand me tegenhield om door te bouwen aan mijn onderneming. Maar hoe moet je dat doen terwijl continu de zweem van fraude om je heen gehouden wordt?”

Lees ook:

Onderzoek naar discriminatie door Belastingdienst

De Belastingdienst blijkt gegevens over de nationaliteit van burgers te gebruiken in zijn controles.

Belastingdienst werkte ouders die recht hadden op kinderopvangtoeslag bewust tegen

In 2014 stopte de Belastingdienst de kinderopvangtoeslag van 235 ouders. Sinds die tijd werkt de fiscus hen bewust tegen als zij proberen hun gelijk te halen, blijkt uit een interne richtlijn die werd achtergehouden voor de Tweede Kamer.

Belastingdienst krijgt tik op de vingers van Raad van State

 De Belastingdienst stapelde fout op fout bij het stopzetten van kinderopvangtoeslagen in 2014. Desondanks blijft de fiscus procederen tegen gedupeerde ouders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden