Alleen de 'Man met hoge baret' vertrekt

Nazaten Katz krijgen slechts één geroofd schilderij terug

Hij kijkt bezoekers van Museum Gouda peinzend en een beetje droef aan. Die melancholieke blik in de ogen van de 'Man met hoge baret' op het zeventiende-eeuwse schilderij van Ferdinand Bol lijkt ineens veelzeggend. Alsof hij altijd al wist dat hij ooit het museum in Gouda, waar hij nu al meer dan 50 jaar verblijft, zou verlaten.

Nu is het zover: De 'Man met hoge baret' moet terug naar de nabestaanden van de Joodse broers Benjamin en Nathan Katz. Dat oordeelt de Restitutiecommissie die de overheid adviseert over kunst die in de Tweede Wereldoorlog is geroofd door de nazi's. Minister Bussemaker (cultuur) neemt dit advies over. De 21 nazaten van Katz hadden nog 188 kunstwerken uit de Nederlandse Rijkscollectie geclaimd, maar die hoeven niet terug. Daarvan valt volgens de commissie niet te bewijzen dat ze in het bezit van de broers waren en/of onder dwang zijn verkocht.

Nathan en Benjamin Katz hadden een kunsthandel in Dieren. Nathan verhuisde in 1941 naar Bazel waar hij de handel nog enige tijd voortzette. Hij stierf in 1949. Benjamin vluchtte tijdens de oorlog naar Jamaica waar hij in 1962 overleed.

Volgens directeur Gerard de Kleijn van Museum Gouda is het 'goed nieuws' voor de Nederlandse musea dat de claim van de familie Katz grotendeels wordt afgewezen, ook al is het 'pech' dat zijn museum nu een topstuk moet afstaan. Tot eind februari kan het publiek afscheid nemen van het schilderij.

Van de 188 werken die mogen blijven, bevinden zich er zes in Dordrechts Museum. Sinds de erven Katz in 2007 hun claim indienden, heeft het museum er volgens directeur Peter Schoon altijd rekening mee gehouden dat ze deze moest afstaan. "Na zes jaren van onzekerheid is het museum dan ook erg blij dat de werken nu definitief behouden blijven voor Dordrechts Museum en als onderdeel van het Nederlandse openbare kunstbezit." Het gaat om zeventiende-eeuwse schilderijen van Arnold Houbraken, Ferdinand Bol, Jacob Gerritsz. Cuyp en drie werken van Nicolaes Maes, waaronder het topstuk 'De luistervink'.

Sinds haar oprichting in 2002 heeft de Restitutiecommissie 117 adviezen uitgebracht en zijn 137 claims aan haar voorgelegd.

Een van de spraakmakendste claims was die van Marei von Saher, schoondochter en erfgename van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Zij kreeg in 2006 202 schilderijen terug. Diverse musea moesten toen topstukken inleveren.

Dordrechts Museum dreigde 'Gezicht op Dordrecht' van Jan van Goyen kwijt te raken. In overleg met Marei von Saher kreeg het museum acht maanden de tijd om het schilderij terug te kopen. Met een grote publieksactie lukte het voldoende geld in te zamelen.

'Goed nieuws dat overige claims zijn afgewezen'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden