Alle zwervers van de straat

(Trouw, Caris)

In Amsterdam komt wellicht een speciale camping voor zwervers. Een goed voorbeeld van hulp op maat, of slaan we door in het streven naar een smetteloze zwervervrije straat?

Daklozencamping, het zou wel eens zo’n woord kunnen zijn dat eind december in de lijstjes van neologismen van het jaar opduikt. Zeker als die camping er echt komt.

Het gaat hier niet om een vakantieoord, maar om een alternatieve woonplek voor ’zorgmijdende daklozen’ in Amsterdam. Bijna de laatste loslopende zwervers, volgens Trouw vorige week: ’De opvang voor dak- en thuislozen is flink verbeterd, waardoor de meesten uit het straatbeeld verdwenen.’

Is dat waar we naar streven – dat zwervers uit het straatbeeld verdwijnen, en dus feitelijk geen zwervers meer zijn?

„Het lijkt er wel op”, zegt Frank Ankersmit. „Deze tendens doet mij denken aan het panopticum van Bentham: een cirkelvormige gevangenis, met cellen rondom en de bewaker als een alziende god in het midden.”

Jeremy Bentham (1748-1832) is een van de grondleggers van het utilitarisme: het streven naar het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. „Dat leidt tot een enorm gereken en gegoochel met getallen. Maar om die rekensommen te kunnen maken, dien je eerst over goede cijfers te beschikken. En dat vereist registratie. Dus moet alles wat iedereen doet, zichtbaar zijn. Een samenleving als een cirkelvormige gevangenis zou dan ideaal zijn.”

Terwijl het panopticum voor Bentham een droombeeld is, ziet Michel Foucault (1926-1984) het als een schrikbeeld, dat bovendien al in hoge mate gerealiseerd is in de moderne democratie.

Ankersmit: „Wij leven volgens Foucault in een sociale orde waarin we voortdurend worden gecontroleerd, geregistreerd en daarmee gedisciplineerd, als in een cellencomplex. Het uiteindelijke doel mag dan heel nobel en verlicht zijn –het goede bereikbaar maken voor zoveel mogelijk mensen– maar het resultaat is gevangenschap in plaats van vrijheid.

„Die daklozencamping past precies in dit verlichtingsideaal. Men vindt dat men die daklozen niet zomaar op hun eigen houtje door de stad kan laten dwalen, want dan onttrekken ze zich aan de registratie en weten we niet wat ze uithalen.

„Bovendien doorbreken loslopende zwervers het beeld dat de samenleving in staat is om iedereen netjes in het gareel te houden. Ze creëren twijfel over de vraag of onze gemeenschap wel zo succesvol is. Dat willen we niet, dus die mensen moeten in een tehuis of desnoods naar een camping, uit het zicht van de rest, maar scherp in beeld van de oppassers die ze in de gaten kunnen houden.”

Sabine Roeser: „Het beeld van een samenleving als een grote gevangenis lijkt me hier totaal misplaatst. En zelfs al zouden er mensen zijn die de daklozencamping een goed plan vinden omdat ze de zwervers dan niet meer hoeven te zien, dan nog is dat geen reden om het te laten.

„Dit plan is niet gericht op onderdrukking. Volgens mij is het juist bedacht door hulpverleners die met de daklozen meedenken. Daklozen zijn veelal psychotisch en drank- of drugsverslaafd, en deze specifieke groep is klaarblijkelijk niet in staat om zich aan te passen aan bestaande opvangstructuren. Dan moet je soms iets nieuws verzinnen.”

Ankersmit: „Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van de initiatiefnemers van de camping. Zoals Foucault terecht stelt: de gevangenschap komt niet voort uit kwade bedoelingen, integendeel, juist uit verlichtingsidealen.

„De ministers Klink (volksgezondheid) en Rouvoet (jeugd en gezin) willen ook het liefst alles registreren en reguleren, opdat het met alle mensen en alle kinderen naar hun idee zo goed mogelijk afloopt. De inspiratie is mooi en verheven, maar het resultaat is anders. Wat zou erop tegen zijn als iemand er de voorkeur aan geeft om door de stad te scharrelen, in wellicht weinig aantrekkelijke kledij? Zolang hij of zij niemand kwaad doet, is er geen enkele reden om je ermee te gaan bemoeien. Als mensen regels overtreden, zoals illegaal tenten bouwen in parken, dan dient daartegen te worden opgetreden. Dan kunnen ze elders hun vertier gaan zoeken en van hun vrijheid genieten.”

Roeser: „Dit klinkt me te romantiserend. Voor de meeste daklozen is er niets romantisch aan die zogenaamde vrijheid van het straatleven. De meesten hebben psychische hulp nodig. Door ze uitsluitend te bestraffen als ze een misstap begaan en ze verder aan hun lot over te laten, schiet je de plank finaal mis.

„In de jaren zeventig was het modieus om te zeggen dat de grens tussen gekte en normaliteit eigenlijk niet te bepalen was. ’Iedereen is op een bepaalde manier gek en niemand is normaal’, dat idee. Men riep, eveneens met Foucault als inspirator: ’Weg met die dwingende psychiatrische klinieken, al die onderdrukkende sociale instituties.’

„Dat was destijds misschien noodzakelijk om de verstikkende instellingen open te breken en vernieuwingen in gang te zetten. Maar inmiddels is men wel weer op die gedachte teruggekomen, hulpverleners plukken er nog steeds de wrange vruchten van. Iemand mag alleen gedwongen worden opgenomen als hij een gevaar is voor zichzelf of voor een ander. Anders zou je ingaan tegen de autonomie, de vrije wil van –bijvoorbeeld– een dakloze psychoot die elke hulp weigert. Maar de crux is nu juist dat zo iemand een groot probleem heeft met zijn eigen wil. Je kunt hem dan niet beschouwen als een volledig toerekeningsvatbaar en vrij handelend individu.”

Ankersmit: „Ik vind dat een riskante opstelling. Wie bepaalt de grens? Als mensen met enige mate van redelijkheid kunnen overzien wat de consequenties van hun handelen zijn, hoor je je daar buiten te houden. Voorwaarde is wel dat ze geen andere mensen hinderen.”

Roeser: „Dat is mij een te beperkt vrijheidsbegrip. Als vrijheid alleen zou betekenen dat we anderen niet mogen hinderen, zouden we onszelf ten onrechte ontslaan van de verantwoordelijkheid voor talrijke kwetsbare mensen die het in hun eentje eenvoudigweg niet redden. Mensen die niet meer in staat zijn om werkelijke vrijheid voor zichzelf te creëren. Het is in het belang van die daklozen dat wij ze iets meer bieden dan een fietstunnel als slaapplek. Zo’n camping is wel het minste wat we kunnen doen – en hopelijk verzinnen we nog iets beters.”

(\N)
Elftalspeler Frank Ankersmit, hoogleraar geschiedfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In de rubriek Elftal gaan elke week twee spelers uit een elfkoppig panel van afwisselend filosofen en theologen in discussie over een actuele kwestie. (Trouw, Caris)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden