Alle werkenden van tijd tot tijd een vitaliteitsscan

den haag – - Om langer doorwerken te bevorderen moet iedere werkende de mogelijkheid krijgen eens in de vijf jaar een vitaliteitsscan te laten maken. Die meet de gezondheid en brengt ook andere obstakels in kaart die het werken belemmeren. De brancheorganisatie voor arbodiensten, loopbaanadviseurs en reïntegratiebedrijven Boaborea pleit voor het opnemen van zo’n scan in cao’s en arboregels.

De mogelijkheden om de inzetbaarheid van werknemers fors te verbeteren, worden in Nederland onderbenut, stelt voorzitter Kick van der Pol van Boaborea. Met het oog op de snel veranderende arbeidsmarkt moet volgens hem Nederland „anders gaan werken”. En op korte termijn. „De pensioenleeftijd gaat omhoog, de babyboomers verlaten massaal de arbeidsmarkt.”

Te veel bedrijven concentreren zich op medewerkers die al uitgevallen zijn in plaats van op preventie, meent de koepel. Die plaatst ook kanttekeningen bij het ’nieuwe werken’ dat momenteel in zwang is. Het accent ligt vaak op arbeidstijden, de flexibele werkplek – thuis en op kantoor – en de balans werk-privé, terwijl ook aandacht nodig is voor competenties, gezondheid en loopbaan.

Bedrijven met een vitaliteitsbeleid, zoals Philips, boeken aantoonbaar resultaten met een laag ziekteverzuim (drie procent of lager), minder arbeidsongeschiktheid en medewerkers die tevredener zijn, laten de cijfers van de brancheorganisatie zien. „Net als de helm en geluidsbescherming zou dergelijk beleid heel gewoon moeten worden”, betoogt Van der Pol.

De positieve effecten wegen op tegen de investering van de werkgever, benadrukt Boaborea-directeur Petra van de Goorbergh. „Je bindt je medewerkers aan je. Ze voelen zich betrokken, zitten beter in hun vel waardoor de productiviteit stijgt. Als iets niet goed gaat, door te grote werkdruk op een afdeling bijvoorbeeld, dan komt dat boven water en kun je met elkaar in gesprek.” Hoewel het op vrijwillige basis is, doet in de bedrijven met een vitaliteitsbeleid na enige uitleg uiteindelijk 75 tot 80 procent van de werknemers mee.

Dat het anders moet, geldt volgens brancheorganisatie ook voor mensen die nu aan de kant staan. Hoewel de plaatsingspercentages ondanks de crisis redelijk op peil blijven, zien haar leden dat het niet goed gaat met het aan de slag helpen van arbeidsongeschikten en oudere werklozen. Het is goed merkbaar dat het UWV door de overschrijdingen van het budget op de rem heeft getrapt. Dat veel gemeenten de reïntegratie van werklozen in de bijstand naar zich toe hebben getrokken, is volgens Van der Pol niet altijd voordelig voor de moeilijkere groepen. „Slechts een kwart van het budget zetten gemeenten in op reïntegratietrajecten die echt gericht zijn op werk. De rest gaat onder andere naar subsidiebanen”, constateert hij. „Natuurlijk is het niet haalbaar om alle mensen in de bijstand aan een baan te helpen, maar onze plaatsingspercentages laten zien dat het met de helft wel kan lukken”, stelt directeur Van de Goorbergh.

Gemeenten besteden nog maar 18 procent van het werk uit aan private bureaus. Ook het UWV laat meer over aan de eigen werkcoaches. Recente cijfers van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) laten zien dat de publieke sector de reïntegratie de afgelopen jaren meer en meer naar zich toe heeft getrokken. Fair vindt Boaborea dat niet, er is geen sprake van een gelijk speelveld. Voor haar leden, gebonden aan een keurmerk en transparantie, geldt ’no cure no pay’ of ’less pay’, terwijl bij gemeentelijke trajecten ondoorzichtig blijft hoe effectief ze zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden