Review

Alle sterren uit de hemel

In de serie 'British Season' van het Amsterdamse Concertgebouw was afgelopen maandag een van de Britste concerten denkbaar te beluisteren: koor en orkest van de stad Birmingham met een groots oratoriumachtig werk van Edward Elgar, in 1900 geschreven voor het prestigieuze Birmingham Triennial Festival. De muziek van Elgar is in Nederland nog steeds geen mainstream. Afgezien dan natuurlijk van de onverwoestbare 'Enigma variations' en de 'Land of hope and glory'-melodie uit de eerste 'Pomp and Circumstance'-mars. Maar Elgars twee fantastische symfonieën verdienen hier zeker meer aandacht en ook sommige van die typisch Engelse koorwerken zouden in koorland Nederland beslist niet misstaan. Zo is het maandag groots uitgevoerde 'The Dream of Gerontius' een meeslepende compositie, waarvan Elgar niet geheel ten onrechte beweerde: 'This is the best of me Na het grote succes van Mendelssohns 'Elijah' in Birmingham (1846) ontstond er in Engeland een enorme rage op oratoriumgebied. Bernard Shaw sprak laatdunkend over 'the oratorio market' waarin b-garnituur-componisten als Hubert Parry voor koren in Birmingham, Leeds, Worcester en Sheffield het ene na het andere oratorium schreven. Als hij lang genoeg geleefd had zou Parry de hele Bijbel op muziek hebben gezet, merkte ooit iemand op. Elgar, een veel beter componist, staat buiten deze traditie. Van hem geen werken met titels als 'Ruth', 'Job' of 'Deborah'. Zijn 'The dream of Gerontius' is ook geen echt oratorium. Elgar zette alleen maar een gedicht van kardinaal John Henry Newman op muziek; een gedicht dat gaat over de reis van de ziel van Gerontius ('oude man') naar het vagevuur.

Het City of Birmingham Symphony Orchestra (CBSO) is eerst en vooral bekend als het orkest van Sir Simon Rattle die er van 1980 tot 1998 chef-dirigent was. Na de glansperiode onder Rattle, staat het CBSO nu onder aanvoering van de Fin Sakari Oramo en afgaande op maandagavond is het in Birmingham weer gelukt om een interessante dirigent aan het orkest te verbinden. Oramo dirigeert uitermate plastisch, met grote soepele gebaren die zekerheid uitstralen. In de grote klankerupties hield Oramo het grote orkest en het grote koor prachtig in balans en wist hij naast ontzag ook ontroering op te roepen. In Elgars imposante prelude, waarin de wagneriaanse 'Parsifal'-thematiek herkenbaar is, trok Oramo de luisteraars direct bij de les. Aan het eind van deel één zweepte hij samen met bas James Rutherford (Priest) de gemeente magnifiek op in de begeleiding van de 'Christian soul' naar hogere sferen. Helemaal vrij van enige catechisatie is de tekst van kardinaal Newman niet, maar bij een uitvoering als deze luister je daar graag overheen. Thomas Randle was weer eens - fantastisch zingend - een en al betrokkenheid bij zijn (dubbel)rol van Gerontius en diens ziel. Een openbaring was de mezzo Jane Irwin die als Angel heel toepasselijk alle sterren uit de hemel zong. Het is een tijd geleden dat ik een zangeres zo gemakkelijk en imposant, met zoveel behoud van kern, hoog en laag hoorde zingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden