Alle plannen, renovaties en goodwill ten spijt blijft het onbehagen in de Rotterdamse wijk ‘BoTu’

Ilham Mokhtari laat haar kinderen niet buiten spelen. ‘Wat leren ze hier op straat? Hoe drugs te gebruiken?’ Beeld Arie Kievit

Waar vele stadsbuurten zich als vanzelf ontpoppen tot hippe bakfietswijk, wil het soms een paar straten verderop totaal niet lukken. Zoals in de wijk Bospolder/Tussendijken in Rotterdam. Gisteren werd daar het zoveelste ontwikkelplan gepresenteerd. Lukt het deze keer wel?

Vier keer is er bij haar ingebroken. Of was het vaker? Ilham Mokhtari weet het niet eens meer. Wel herinnert ze zich het braaksel in haar portiek. Junks die in diezelfde portiek in slaap vallen. Gebruikt maandverband dat in haar achtertuintje wordt gegooid. En intimidatie door een voormalige buurman, die dreigde ‘die baby uit haar buik te snijden’ toen ze hoogzwanger was. 

Ze schudt met haar hoofd. “Ik wil hier weg. Zo snel mogelijk.” Haar kinderen spelen niet buiten. Dat mag niet. “Wat leren ze hier op straat? Hoe drugs te gebruiken? Nee, dat wil ik niet. Ik zag laatst hoe een van de straatvegers op het pleintje hier een naald in zijn arm stak. Moeten mijn kinderen daar dan spelen?”

De 44-jarige Mokhtari woont in het Rotterdamse Bospolder/Tussendijken. Een wijk met 14.000 inwoners op krap één vierkante kilometer. Een wijk ook die ruim tien jaar terug – in de tijd van oud-minister Ella Vogelaar – tot krachtwijk gedoopt werd, vervolgens door een hoop onderzoekers onder de loep werd gehouden, aangepakt werd vanwege de criminaliteit en in het gisteren gepresenteerde wijkprogramma van de gemeente Rotterdam ‘veerkrachtig’ heet. De komende tien jaar wordt er in ieder geval weer volop aan gesleuteld.

Het is ook een wijk waar ondanks al die inspanningen het gros van de mensen qua inkomen nog steeds op of onder bijstandsniveau zit. Waar bijna een kwart van de mensen worstelt met de Nederlandse taal. Waar twee weken terug nog twee granaten aan een winkeldeur werden gehangen en in december de gevel van een andere winkel deels wegvaagde door een explosie. En een wijk die – uitgerekend nu Rotterdam van de titel armlastigste stad af is – behoort tot een van de vijf armste postcodegebieden in het land.

Het is ook een gebied in de stad waar inmiddels jaarlijks 1,3 miljoen hotelgasten komen (meer dan ooit tevoren). De stad van het duurste Nederlandse appartement dat ontwikkelaars binnenkort uit de grond gaan stampen. De stad waar koopwoningen in pak ’m beet vijf jaar tijd met bijna 125.000 euro duurder werden. Kon je als koper in 2013 nog voor geen 175.000 euro een woning op te kop tikken in de Maasstad, inmiddels betaalt degene die op zoek is naar een eengezinswoning ruim vier ton.

Onveilig

Zo ook in het Nieuwe Westen en Middelland, twee wijken op loopafstand van Bospolder/Tussendijken, die door de gemeente inmiddels bakfietswijken worden genoemd om goed verdienende, hoog opgeleide yuppen aan te trekken en vast te houden. Waar de koopwoningen als warme broodjes over de toonbank gaan. Voor drie ton of wel meer.

Maar niet in de hele stad is dat de realiteit. Aan de andere kant van de Maas, op Zuid zoals Rotterdammers het zeggen, zijn er meer wijken waar het voor de inwoners sappelen is. De Afrikaanderwijk en Hillesluis bijvoorbeeld. Driekwart van de mensen heeft er een laag inkomen en meer dan de helft voelt zich er onveilig. Huisarts Michelle van Tongerloo schreef in februari op journalistiek platform Vers Beton over haar ervaringen op Zuid. Meiden van dertien bevallen er van hun eerste kind. Andere tieners verliezen hun ouders aan een overdosis of kijken toe terwijl hun moeder mishandeld wordt. Met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid probeert de gemeente dat deel van de stad op te knappen.

Toch is de situatie in Bospolder/Tussendijken opmerkelijk. Waar veel wijken op Zuid ver van het centrum en het station zijn, ligt ‘BoTu’ er met een fietstocht van tien minuten relatief dichtbij. Trapgevels van panden uit de jaren twintig en dertig sieren het straatbeeld en aan de Schiedamseweg, een winkelstraat vol belwinkels, fastfoodrestaurants en toko’s, openen de eerste vegetarische lunchrooms hun deuren. Allemaal ingrediënten voor Berlijneske taferelen en het plakkaat ‘in opkomst’ zou je zeggen.

Maar echt vlotten wil het nog niet. De reden? Op dat kluitje van 14.000 veelal slecht verdienende Rotterdammers komen schulden, huiselijk geweld, eenzaamheid en langdurige werkloosheid allemaal bij elkaar, zeggen kenners van de wijk. Een ander antwoord: doordat zestig procent van de woningen sociale huur is, is de bevolkingssamenstelling moeilijk te veranderen. Panden opkopen en weer doorverkopen zit er niet in. En huurders met veelal sociale problematiek blijven zitten waar ze zitten. Jaren-, soms decennialang. Dikke kans dat wie wegtrekt wel honderden euro’s meer aan huur moet betalen.

Mimoun Oualaid: ‘Ik heb hier alles in de buurt. De tram, de metro, het ziekenhuis, de McDonalds’. Beeld Arie Kievit

Neem Mimoun Oualaid, buurtgenoot van Mokhtari en 53 jaar oud. Verhuizen hoeft van hem niet zo. Hij is gewend aan dit deel van deelgemeente Delfshaven. Heel erg gewend zelfs. Op zijn zestiende kwam hij er wonen. Een paar straten achter de straat waar hij nu woont. Sinds 1996 is hij niet verhuisd. “Waar moet ik dan heen? Naar een duurder huis hier in de stad? Of naar een dorp? Ik heb hier alles in de buurt. De tram, de metro, het ziekenhuis, de McDonald’s. Ga ik weg, dan moet ik weer helemaal opnieuw beginnen. Hier is het vinden van een baan al lastig.” 

Trouwens, zegt Oualaid, de wijk knapt op. Dat geschreeuw ’s nachts, de dealers op straat, de alcohol. Het is allemaal minder. Zelfs een beetje droog, zegt Oualaid. “Weet je wat ik bedoel? Minder leven. Gewoon droog.”

Carlo Emanuel (59), wijkbewoner sinds 1992, herinnert zich de buurtfeesten van vroeger nog. En de vele Nederlanders (witte mensen bedoelt hij) die er woonden en van die feesten initieerden. Maar sinds ze wegtrokken, is er niet veel van over. Ook het contact met zijn buren is minder. “Mensen zijn minder lief tegen elkaar.” Ondanks de uitdovende levendigheid denkt ook hij niet aan vertrek. Zijn vrouw begint er weleens over. Laatst ook weer, vlak na de explosie. “Ik snap het wel. Maar hier is alles binnen handbereik.”

Onderzoeksmoe

Ze vertellen erover in wat De Verbindingskamer heet. Een initiatief van Helma van den Bogert en Marianne de Koning om bewoners (en instanties) bij elkaar te brengen. De twee deden in opdracht van de gemeente onderzoek naar de wijk en interviewden bewoners en professionals. Hun bevindingen: bewoners zijn opener en toegankelijker dan eerdere onderzoeken doen vermoeden. 

Maar ze zijn ook moe. Onderzoeksmoe, interviewmoe, moe van wat ze een onbetrouwbare gemeente noemen, moe van professionals die hen op weg moeten helpen maar hen niet altijd lijken te begrijpen. Nog altijd voelt een deel van de wijk zich onveilig. En ze missen een buurthuis in de wijk. Door bezuinigingen sloten eerdere varianten hun deuren. Tot spijt van bewoners. 

Het maakte dat Van den Bogert en De Koning een bewonersavond begonnen. Maar na een hoop flyeren en toezeggingen – “Leuk, ik probeer vanavond langs te komen bij jullie!” – zaten de twee in het begin vooral samen in een verder lege ruimte aan de Watergeusstraat. Inmiddels ebt de huiver weg. 

Woensdagavond in de Watergeusstraat is voor een tiental bewoners vaste prik. Met chips, mierzoete baklava, fanta, cola en uiteraard koffie en thee gaan ze met elkaar in gesprek. Over het pleintje in de wijk dat anders ingericht moet worden. Over de buurman op leeftijd die ze al een tijdlang niet hebben zien rondlopen. “Wie belt er even aan?” Over brieven van instanties die ze niet begrijpen of waar ze het niet mee eens zijn. En over elkaar. “Pas toen ik hier kwam, leerde ik mijn overbuurman kennen, We hadden geen idee dat we al twintig jaar tegenover elkaar wonen”, zegt Emanuel terwijl hij met ‘buurman’ buiten nog even een peukje doet. Het uiteindelijke doel van dit wijkinitiatief: bewoners die via hun plannen de wijk zelf een upgrade geven.

Dat verbinden probeert ook supermarktmanager Dirck Slabbekoorn. Zijn supermarkt is gevestigd aan de Schiedamseweg, in het hart van de wijk. Ook hij ziet de problematiek. Op de hoek was pas geleden nog een schietpartij. En hij heeft geregeld te maken met winkeldiefstal. Niet alleen omdat mensen handelen uit kwade wil, zegt hij. Sommige inwoners kunnen simpelweg het eten voor hun kinderen niet betalen.

Maar noem Bospolder/Tussendijken geen probleemwijk. Dan begint hij driftig met zijn hoofd te schudden. Liever omschrijft hij het als intens, maar mooi. Slabbekoorn werkt samen met de politie, de gemeente, wijkteams, de stadsmarinier, het Openbaar Ministerie en andere instanties om de wijk ‘up te liften’. Waarom hij zich er als supermarktmanager mee bemoeit? Omdat hij onderdeel is van de wijk, zegt hij. “De situatie in de wijk moet een probleem van ons allemaal zijn. Van de voedselbanken, lokale partners, gemeente, ondernemers. Doen we dat niet, dan blijft Bospolder/Tussendijken zitten in de vicieuze cirkel waarin het nu verkeert.”

Dus zet hij zijn LinkedIn-contacten in om een van zijn jonge medewerkers op weg te helpen als het gaat om een opleiding of een andere baan. Hij heeft een keer urenlang gebeld met instanties om te voorkomen dat een van zijn medewerkers op straat kwam te staan. En de bedelaar voor zijn supermarktdeur geeft hij liever een broodje mee dan dat hij de politie belt. “Dan is ze ook weg.”

Onlangs schreef hij ook een plan met als insteek: kunnen we mensen die (voor de eerste keer) stelen niet beter helpen in plaats van straffen om te voorkomen dat hun problemen nog groter worden? Zie het zo, zegt Slabbekoorn: zijn supermarkt is de wijk. Helpt hij daar mensen vooruit, dan gaat de wijk ook stapsgewijs vooruit.

Carlo Emanuel vindt dat het contact met zijn buren minder is geworden. ‘Mensen zijn minder lief tegen elkaar.’ Beeld Arie Kievit

Wantrouwen

Nog even terug naar het wantrouwen dat bewoners voelen jegens gemeente en instanties. Laten die steken vallen? Er gebeurt in elk geval van alles in de wijk. Gevels worden opgeknapt, witwaszaakjes tot sluiten gedwongen en criminaliteit, onder leiding van Danielle van den Heuvel, de kop ingedrukt. Van den Heuvel is stadsmarinier, een door de gemeente aangestelde superambtenaar, die als taak heeft de criminaliteit bij de kop te pakken. Met succes: het aantal diefstallen daalde met 11 procent in drie jaar tijd. 

Ondertussen renoveren woningcorporaties zoals Havensteder, eigenaar van veel woningen in de wijk, slecht onderhouden panden. Tochtige ramen maken plaats voor isolerend glas. Waar opknappen niet mogelijk is, wordt gesloopt.

Maar dat wantrouwen, het gevoel van onbehagen, voelen bewoners nog steeds. Een fenomeen dat stadsgeograaf Cody Hochstenbach van de Universiteit van Amsterdam in meer onderzoeken voorbij heeft zien komen. Steek je als gemeente geld in de stenen – nieuwe pleintjes, opgeknapte woningen – dan help je een wijk minder vooruit dan wanneer je investeert in de mensen. Wil Rotterdam de wijk op weg helpen, dan moet ze investeren in de mensen. In opleidingen, in het vinden van een baan, het goed leren van de Nederlandse taal.

De vraag is of de stad dat wil. In haar woonvisie laat ze doorschemeren liever hoog opgeleide, goed verdienende stedelingen aan te trekken. Vandaar die bakfietswijken en de duurdere woningen die uit de grond worden gestampt.

Het is en-en, zegt Van den Heuvel. Ja, Rotterdam wil niet langer aanvoerder zijn op het gebied van armoede en criminaliteit. Maar de stad wil ook voor iedereen zijn. Arm en rijk. Jong en oud. Vandaar het nieuwe programmaplan Bospolder/Tussendijken dat Van den Heuvel gisteren samen met collega’s presenteerde. In dat plan wordt gezocht naar oplossingen, samen met buurtbewoners. En het gaat niet alleen over investeringen ‘in stenen’, maar ook in de mensen, zegt Van den Heuvel. Vraag is of het Ilham Mokhtari verleidt tot blijven.

Veerkrachtig BoTu 2028

• Er komt taalles in de wijk. Bijvoorbeeld op de werkvloer of in de moskee. Verder komt er een centraal taalbureau om mensen te helpen om hun kennis over de Nederlandse taal op te schroeven.
• Voor moeders van jonge kinderen die willen werken, wordt gezocht om hun kinderen op te vangen. Zo wordt het aanbod van kinderopvang en het opleiden van gastouders onderzocht. Door middel van een wijkcliëntenraad worden bewoners gevraagd om zelf mee te denken over oplossingen op het gebied van activering, werk, taal en schulden.
• Bospolder/Tussendijken moet aardgasvrij worden. Dat wil de gemeente doen door een collectief warmtenet aan te leggen waarop de meeste huizen in de wijk aangesloten zijn.
• Samen met bewoners gaan gemeenten, lokale partners en organisaties op zoek naar hoe de achterliggende oorzaken van armoede kunnen worden aangepakt. Daarnaast moet de schuldhulpverlening toegankelijker worden.

Lees ook:

De keerzijde van de ‘buurt in opkomst’

Als je buurt erop vooruitgaat, word je daar als bewoner niet altijd beter van, blijkt uit een nieuwe studie. In de Amsterdamse Transvaalbuurt wordt die zorg gedeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden