Review

ALLE NOORDWESTEUROPESE DAGVLINDERS IN EEN DIKKE ATLAS

F.A. Bink: Ecologische Atlas van de Dagvlinders van Noordwest-Europa. Uitg. Schuyt & Co, Haarlem 1992. Gebonden, 512 blz., f 125,-, voor leden van Natuurmonumenten f 98,50

Ze zijn nu in de schaduw gekomen van een boek waar je avonden mee kunt doorbrengen, bladerend, de foto's bekijkend, hier en daar lezend. Nee, dat is niet helemaal eerlijk: ze blijven hun eigen waarde behouden, 'Dagvlinders van de Benelux' alleen al vanwege het zakformaat dat meenemen in het veld mogelijk maakt. Dat laatste is beslist niet het geval met de dikke pil (512 pagina's A4formaat!) die de 'Ecologische Atlas van de Dagvlinders van NoordwestEuropa'

is. Maar het is ongetwijfeld het allermooiste en meest gedegen vlinderboek dat ik in de kast heb staan.

Stel je voor: alle 145 soorten dagvlinders, die voorkomen in Nederland, Duitsland, Denemarken, zuidelijk Scandinavie, Groot-Brittannie, Belgie, Luxemburg en Noord-Frankrijk. Elke soort heeft een dubbele pagina gekregen met merendeels mooie kleurenfoto's van telkens mannetje en vrouwtje, meestal tevens van boven- en onderkant, van eitjes, rups en pop, en een of twee foto's van de biotoop van de soort, dat wil zeggen van het terreintype of de vegetatie, waaraan de soort de voorkeur geeft. Bij elke soort staat een verspreidingskaartje, waarop in verschillende kleuren is weergegeven waar de soort zich voortplant, waar de soort vroeger voorkwam, maar nu is uitgestorven, en waar de vlinder als trekker of als dwaalgast voorkomt.

Vast patroon Steeds is bij elke soort dit vaste patroon gevolgd, wat ook geldt voor de tekst. En die geeft in kort bestek een enorme massa gegevens weer, waarvan heel veel in geen enkel ander boek te vinden is. Daarbij is een systeem gevolgd dat met een paar woorden duidelijk maakt wat de biologische eigenschappen en de ecologische relaties van de soort zijn. Om die te begrijpen is wel nodig dat uit de inleidende hoofdstukken de paragrafen worden gelezen die op die eigenschappen en relaties betrekking hebben. In het begin een beetje een uitzoekerij dus, maar als je er een tijdje mee werkt, zul je daar geen hinder meer van ondervinden.

Frits Bink houdt zich al heel lang met dagvlinders bezig. Dat moet wel, als je van al die soorten zoveel gegevens kunt publiceren. Die gegevens zijn alleen te achterhalen door zorgvuldig onderzoek. Dat onderzoek werd in de jaren tachtig verricht aan het toenmalige Rijksinstituut voor Natuurbeheer, dat nu Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek heet.

Het onderzoek had vooral betekenis voor een beter beheer van natuurreservaten en van zeldzame dier- en plantesoorten. Als je vlinders beschermt, moet je het landschap waarin ze thuishoren beschermen. Je beschermt dan tegelijk een hele wereld van planten en dieren in dat landschap. Deze atlas is het produkt van dit onderzoek, ten dienste van het natuurbeheer, maar zeker voor iedereen die zich met vlinders wil bezighouden.

De tijd van Prikkebeen ligt ver achter ons. Er zijn niet veel vlinderaars meer die met een net achter de bonte kapellen jagen. Het gereedschap is eerder de camera met macrolens.

Dat doen Frits en Rosita Bink ook, en het resultaat is in het boek terug te vinden. De 1650 foto's vormen op zich zelf al een overweldigende fotocollectie van de vlinders van Noordwest-Europa, aangevuld met foto's van landschappen en vegetaties door Rosita Bink-Moenen. En dan geen foto's van dode (lees: opgeprikte) exemplaren, zoals in de meeste vlinderboeken zijn afgebeeld, maar van levende dieren in hun eigen natuurlijke omgeving op hun eigen voedselplant.

Het meest bekend in vlinderkringen is Frits Bink door zijn baanbrekende onderzoek naar de relatie van dagvlinders tot hun milieu en de gedragingen en eigenschappen die daarmee samenhangen. Daarover gaat dan ook een belangrijk deel van het boek, dat niet voor niets 'ecologische' in de titel voert. Een derde van het boek vormen de 20 hoofdstukken over de vele aspecten van vlinderleven en met name de ecologie van vlinders: areaaltypen, milieufactoren, landschappen, vegetaties, voedselbronnen, predatoren, populatiedynamiek, vlindergezelschappen. We vinden er veel van terug bij de soortgegevens, die het overige tweederde van de atlas beslaan.

Biologische groepen Onze dagvlinders verschillen niet alleen in uiterlijk van elkaar, maar nog sterker in geaardheid. Dat geldt zelfs voor vlinders die oppervlakkig erg op elkaar lijken, zoals veel blauwtjes en witjes. Iets nieuws is de onderscheiding van de dagvlinders in biologische groepen. Die indeling heeft niets met verwantschap te maken, maar geeft het verband weer tussen de levensloop van de vlindersoort en die van de waardplant van de rups. Daarvoor werd een computermodel ontwikkeld, waarin 35 kenmerken werden ingevoerd die na bewerking leidden tot het onderscheiden van veertien groepen. Er zijn zwervers die voortdurend op zoek zijn naar nieuwe woonplaatsen om deze te koloniseren, standvastigen die zich halsstarrig aan kleine plekken houden, gewieksten die hun belagers behendig weten te vermijden en geharden die zich kunnen handhaven onder barre omstandigheden waar andere soorten het voor gezien houden. Een analyse van de sterke en zwakke punten in de soorteigenschappen geeft een beeld van de ecologische specialisaties en de binding aan een eigen milieutype.

Soorten die in alle onderzochte eigenschappen zwak staan, zijn de kwetsbaren, de zorgenkinderen van het natuurbehoud.

Frits Bink doet een moedige poging elke vlindersoort een Nederlandse naam te geven, ook als deze niet inheems is. Hij neemt daarvoor de voedselplant of een opvallend kenmerk van de vlinder.

Na doorbladeren en hier en daar lezen in dit boek bekruipt je het gevoel dat er niets meer te ontdekken valt, dat met dit boek alles gedaan is wat er over dagvlinders te weten valt. Natuurlijk is dat niet waar. Mensen zullen nooit uitgestudeerd raken op vlinders en dit schitterende handboek kan daarbij helpen. Je kunt het raadplegen bij elke dagvlindersoort die je hebt waargenomen en eventueel gefotografeerd. Persoonlijk ben ik blij met de collectie foto's van rupsen en poppen, want het determineren daarvan ging tot nu toe hoofdzakelijk van tekeningen.

NATUUR DEZE WEEK De zwermtijd van de straatmieren begint. Al wekenlang vallen op klinkerwegen en trottoirs de gele zandplekken op, die de nesten onder de stenen markeren. De gevleugelde mannetjes en vrouwtjes vliegen tegen het middaguur uit en kiezen daarvoor vaak drukkend warme dagen. - Dikke, zwart met gele wolbijen schrapen met hun kaken het vilt van de bladeren van wollige andoorn in de tuin en van toortsen in het duin. Met de planteharen bekleden ze hun nesten. - Veel vogels zingen nog volop: zwartkop, fitis, tjiftjaf, kleine karekiet, bosrietzanger, snor, winterkoning, kool- en pimpelmees, rietgors, putter en vooral bij regenweer merel en zanglijster. De laatste twee zijn aan het tweede broedsel begonnen. De nachtegaal zingt na Sint Jan (24 juni) niet meer. Je hoort dan hoogstens nog zijn alarmroep 'uwiet-tek-tek . . .', als hij denkt dat zijn jongen in gevaar zijn. - Eiken ontwikkelen nu hun sintjanslot. Dat maakt het verlies goed van alle blad dat aan de rupsen van de eikebladroller en van de wintervlinder ten offer viel. Vergelijkbaar is de vorming van nieuw blad bij elzen na een plaag van elzehaantjes en bij vogelkersen, meidoorns en kardinaalsmutsen na de totale kaalvraat door spinselmotrupsen. - De rupsen van de rietspinner zijn volgroeid en nu een vinger lang. Ze verpoppen zich tegen een rietstengel in een gele cocon, waarin de stijve rupseharen verwerkt zijn.

De haren dringen gemakkelijk in je huidporien en veroorzaken dan een ondraaglijke jeuk. - Dat doen ook de minuscule mugjes, die in laagveengebieden vooral na vijf uur 's middags in zwermen mens en dier overvallen. Het 'knut'

dringt in neus en oren, vliegt in je ogen, kruipt in je haar en steekt waar het maar kan. Midden op het water heb je er nog het minst last van.

EN VERDER Publieksactiviteiten van het IVN: vandaag ochtendexcursie Broekpolder en Vlietlanden bij Maassluis, vertrek om 10 uur van bushalte Drieenhuizen, Holysingel, Holyziekenhuis, bereikbaar met RET-bus 52 van NSstation Schiedam (09.18); morgen dagwandeling omgeving Kanne, 9 uur Markt in Simpelveld; dagwandeling Wormdal bij Herzogenrath (Duitsland), 9 uur Schutz von Rodestrasse in Herzogenrath, net over grensovergang Kerkrade; dagfietstocht rondom Weert, 10 uur Natuur- en Milieucentrum Weert; ochtendwandeling omgeving Simpelveld, 10.15 uur NS-station; fietstocht met aandacht voor bermen, 13 uur Markt in Baarlo; Putberg en Imstenraderbos, 14 uur bij kapel van Benzenrade (De Weverziekenhuis, Heerlen); dinsdag natuurtuin Heebrig, 19 uur kerk Vijlen (L.).

- Tot en met 12 september staat in Natuur- en Milieucentrum Ter Kleef, Kleverlaan 9 in Haarlem, een fototentoonstelling van het Wereld Natuur Fonds over de rijkdom aan levensvormen op aarde, waarvan onze gezondheid, voedselvoorziening en industrie in de toekomst afhankelijk zijn. Open van maandag tot en met vrijdag van 9 tot 15.30, op zondag van 10.30 tot 15.30 uur.

- Tot en met 24 september is de tentoonstelling 'Zo leven reeen' in het Zeister Centrum voor natuur- en milieueducatie De Boswerf, Graaf Lodewijklaan 3, te zien. Open op dinsdag, woensdag en donderdag van 14 tot 17 uur. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie organiseert in de zomervakantie natuurstudiekampen in Havelte (Dr.), Zuid- Limburg, Lobith en Belgie en op Terschelling en Vlieland. De kampen kosten hoogstens f 13,50 per dag. Als je tussen de 12 en de 25 jaar bent, kun je meedoen. Genteresseerd? Vraag dan de activiteitenfolder: tel. 030-368925.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden