Alle mensen zijn gelijk geschapen

Obama zwaait (AP)

Amerika krijgt een zwarte president. En vervult daarmee het revolutionaire credo van zijn oprichters waarin het gedurende het grootste deel van zijn geschiedenis niet geloofde.

El Negro noemden ze hem. Maar hoe zwart zal hij zijn geweest?

Pedro Alonso Niño zeilde in 1492 als navigator met Columbus naar wat een nieuw werelddeel bleek te zijn. Later maakte hij zelfstandig zeereizen naar Amerika.

Het is een mooi begin voor menig overzicht van de Afro-Amerikaanse geschiedenis, dat dan tenminste niet hoeft te beginnen met het weinig verheffende transport van zwarte mensen als handelswaar naar de Spaanse, Franse en Engelse koloniën.

Dat is dan vaak regel twee in zulke overzichten: het afgeven van twintig negerslaven door een Nederlands schip in Jamestown, in het huidige Virginia.

Het enige probleem: dat Pedro Alonso Niño of zijn familie uit Afrika afkomstig was, moet worden betwijfeld. Hij stamde uit een familie van zeevaarders die niemand ooit als zwart beschreef. Expliciete opmerkingen van tijdgenoten over een niet-blank bemanningslid zijn niet overgeleverd.

En al in 1959 maakte de historicus Vincent Cassidy aannemelijk dat de bijnaam El Negro op een misverstand berust. De ambassadeur van Venetië aan het Spaanse Hof maakte een uitgebreid verslag over de expedities van Columbus. In het Italiaans schrijf je de ñ-klank als 'gn': Niño werd Nigno. Dan hoeft een overschrijver zich nog maar één letter te vergissen en je hebt een mooi verhaal in de wereld geholpen.

Maar mooie verhalen zijn de ruggegraat van de geschiedenis. Zelfs al weten historici er wat lak af te krabben, dan nog blijven ze glanzen: een land of volk kan ermee betogen dat het meer heeft betekend dan een paar eeuwen ploeteren om het bestaan. Dat het vanaf het begin ook trots heeft gekend, schoonheid en succes.

Daarom is ook Phyllis Wheatley nog niet vergeten, die op zevenjarige leeftijd in 1761 in de VS aankwam, als slaaf weggehaald uit wat nu Senegal is. Over die ervaring en haar plaats in Amerika schreef ze:

Genade bracht mij uit mijn heidens land

en bracht mijn donk’re ziel aan het verstand

dat er een God was die een Redder bracht:

Heil dat ik nooit gezocht had of bedacht.

Door velen wordt ons zwarte ras veracht

’Hun kleur is door de duivel aangebracht’

Maar, Christen, ’s Negers Kaïns-gloed,

Kan schoon genoeg zijn voor de eng’lenstoet.

Wheatley was een natuurtalent dat geluk had: van haar eigenaren, de familie Wheatley in Boston, mocht ze leren schrijven. Na het verschijnen van het boek kreeg ze bovendien de vrijheid.

Als eerste Afro-Amerikaan werd van haar hand een boek gepubliceerd, een gedichtenbundel. En voorin dat boek staat een attest van een groep notabelen uit Boston: dat ze hebben vastgesteld dat Phyllis Wheatley, ondanks haar ’barbaarse’ herkomst, de Engelse taal perfect beheerst en deze gedichten dus zelf heeft kunnen schrijven. Was getekend: Thomas Hutchinson, gouverneur van Massachusetts, en de prominente koopman en politicus John Hancock.

De gouverneur was toen nog een Engelsman, maar John Hancock was een Amerikaanse patriot. In 1776, een paar jaar na het ’examen’ van Phyllis Wheatley, kwam zijn handtekening tussen vele andere te staan onder de Onafhankelijkheidsverklaring, dat kroonjuweel van een experiment in staatsvorming: de Verenigde Staten van Amerika.

Die verklaring is ook weer een van die mooie verhalen die een land oppoetst voor zijn geschiedenisboeken. Schoolkinderen kunnen uit hun hoofd de revolutionaire stelling opdreunen dat ’alle mensen gelijk geschapen zijn, en dat zij door hun Schepper zijn begiftigd met zekere onvervreemdbare Rechten; dat daaronder zijn Leven, Vrijheid en het najagen van Geluk.’ De nieuw-verkozen president Barack Obama noemde dinsdagavond laat zijn overwinning het antwoord ’aan wie nog twijfelde of de droom van onze stichters nu levend is.’

Maar voor mensen die een zwarte huidskleur hadden maar niet het bijzondere talent van Phyllis Wheatley, was de Onafhankelijkheidsverklaring waardeloos. Een passage die de slavernij hekelde, haalde het namelijk niet tijdens het opstellen van het document.

Hij is wel overgeleverd: „Koning George heeft wreed de oorlog verklaard aan de menselijke natuur zelf, en daarbij de heiligste rechten van leven en vrijheid geschonden van personen uit een ver weg wonend volk die hem nooit krenkten, ze vangend en in slavernij brengend op een ander halfrond, of een vreselijke dood sterven latend tijdens hun transport daarnaartoe.”

Terwijl de Amerikaanse koloniën eensgezind waren in hun verzet tegen de onrechtvaardige belastingen die Londen oplegde, waren de zuidelijke staten met hun landbouw-economie gebaat bij een gestage aanvoer van gratis arbeid. Dus toen het land zijn onafhankelijkheid veroverde en een grondwet kreeg, was daarin de slavernij een vanzelfsprekendheid. Om precies te zijn: in volkstellingen telde een slaaf voor 0,6 mens.

Amerika zou Amerika niet zijn als over de rechten van slaven geen uitvoerige rechtszaken waren gevoerd. In 1857 deed het Hooggerechtshof uitspraak over Dred Scott. Scott vond dat hij vrij man was geworden toen hij met zijn eigenaar door deelstaten reisde waar slavernij verboden was. Maar het Hooggerechtshof vond dat hij als afstammeling van Afrikanen niet eens het recht had om te procederen: „Wij denken dat zij niet vallen, en ook niet beoogd werden te vallen, onder het woord ’burgers’ in de Grondwet. [...] In tegendeel, ze werden in die tijd beschouwd als een ondergeschikte en minderwaardige klasse van wezens, die waren onderworpen door het dominante ras, en of ze nu vrijgelaten zijn of niet, ze blijven voorwerp van dat gezag.”

Daarmee was het officieel. Zwart Amerika weet dat nog heel goed en trekt het zich nog steeds aan, van links tot rechts.

„Toen de Stichters zeiden: ’Wij, het Volk’, bedoelden ze ons niet,” zei de huidige minister van buitenlandse zaken Condoleezza Rice een paar jaar geleden.

En Barack Obama, zelf afstammeling van in vrijheid levende Amerikanen en Kenianen, noemde in zijn overwinningstoespraak de 106-jarige Ann Nixon Cooper, die haar stem had uitgebracht in Atlanta in Georgia. „Zij werd een generatie na de slavernij geboren, toen iemand als zij niet kon stemmen om twee redenen – omdat ze vrouw was en vanwege de kleur van haar huid.”

Het was een van de weinige toespelingen van Obama op zijn eigen huidskleur. Als kandidaat moest hij angstvallig letten op de gevoeligheden van blanke kiezers. Als president legt de plicht een vaderfiguur voor het land te zijn hem een soortgelijke beperking op. Maar het was opvallend dat hij in zijn toespraak de Amerikaanse geschiedenis flink leek in te korten. Zijn campagne, zei hij, ontleende zijn kracht aan ’miljoenen Amerikanen die vrijwilliger waren, zich organiseerden, en bewezen dat twee eeuwen later een regering van het volk, door het volk en voor het volk niet van de aarde verdwenen is.’

Ook die laatste woorden, uit 1863, kent ieder schoolkind: ze komen uit de Toespraak in Gettysburg van Abraham Lincoln, de president die de Burgeroorlog voerde en tijdens die oorlog de slaven in de opstandige gebieden vrij verklaarde. Alleen in de opstandige gebieden weliswaar – een slaaf in een loyale staat bleef een slaaf.

Maar een onomkeerbaar proces was in gang gezet: in 1865, vlak voor Lincoln werd vermoord, werd Amendement 13 op de Grondwet aangenomen: slavernij was in de VS voortaan verboden.

En toen was het land in feite klaar voor een zwarte president. De nazaten van de slaven hadden na de Burgeroorlog gewoon stemrecht, en ze gebruikten het. Ze verkozen zwarte parlementsleden in hun staten en stuurden zwarte afgevaardigden en senatoren naar Washington. In Louisiana werd in 1872 P.B.S. Pinchback, een man van gemengde komaf, zelfs gouverneur, zij het niet na een verkiezing.

Maar de VS moesten nog een laatste stuiptrekking doormaken, die van de taaie sociale uitsluiting van zwarten, vooral in de voormalige slavenstaten van het Zuiden. Achter elkaar namen die wetten aan die ’kleurlingen’ op afstand van blanken moesten houden, en hen het stemmen onmogelijk maakten. Wie bijvoorbeeld niet geletterd was, geen belasting betaalde, of gewoon niet kon raden hoe zwaar een bol katoen woog, mocht zich niet registreren. Geleidelijk aan werd de volksvertegenwoordiging van de Verenigde Staten weer blank.

In 1901 vertrok de laatste zwarte uit het Huis van Afgevaardigden, George White uit Noord-Carolina: „Dit, mijnheer de voorzitter, is misschien het tijdelijke vaarwel van de neger aan het Amerikaanse Congres; maar laat mij zeggen dat hij als een Phoenix weer zal opstaan, op een dag, en terugkomen. Deze afscheidswoorden zijn namens een woedend volk, met een gebroken hart, gekneusd en bloedend, maar Godvrezend, trouw, ijverig en loyaal, een opkomend volk, vol potentiële kracht.”

De kiem voor die zwarte wederopstanding was op dat moment al gelegd. De industrialisering van Amerika bracht namelijk miljoenen zwarten naar de grote steden in het noorden. Er stond Amerika nog een kleine eeuw te wachten van discriminatie, rassenrellen, demonstraties, rechtszaken en burgerrechtwetten.

Veel zwarten verloren in die periode hun geloof in de VS en gingen zich als apart volk zien, geknecht door vreemdelingen in een vreemd land. Afro-Amerikanen waren ze.

Maar luid klonk in de jaren zestig ook de stem van Martin Luther King, met zijn droom dat ’op een dag, deze natie zal opstaan en zich gaan houden aan de werkelijke betekenis van zijn geloof: Wij houden deze waarheden voor vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn.’

King werd in 1968 vermoord, kort nadat hij een preek had gehouden over ’het beloofde land’ dat hij misschien niet zou zien. In maart 2007 hield de toen nog kersverse kandidaat voor het presidentschap van de VS, Barack Obama, een rede in Selma in Alabama, de stad waarvandaan King een belangrijke protestmars had geleid. En hij bracht daar in de praktijk wat een bevriende dominee hem had aangeraden: mensen die twijfels hadden over zijn kandidatuur moest hij herinneren aan het bijbelverhaal over Jozua. „Want jij maakt deel uit van de Jozua-generatie.”

En dat deed Obama. „De vorige generatie, de Mozes-generatie, wees de weg. Ze brachten ons negentig procent op weg. Wij moeten nog die tien procent afleggen om over te kunnen steken naar de andere oever.” Hij verwees naar de bemoediging die God gaf toen Jozua opzag tegen zijn taak: „Elke plaats die de zool van je voet betreedt, heb ik je gegeven. Wees sterk en heb moed, want ik ben bij je waar je ook gaat.”

Het was een mooie toespraak. Hij zal een plaats krijgen in de overzichten van de Afro-Amerikaanse geschiedenis. Die waar nu als voorlopige laatste regel staat dat Barack Obama de eerste zwarte president is van de Verenigde Staten.

Misschien zal een voetnoot vermelden dat dat goede advies afkomstig was van dominee Jeremiah Wright, met wie Obama tijdens zijn campagne moest breken omdat die Amerika tijdens zijn preken luidkeels had vervloekt. Maar dat is gekrab van historici aan een trofee die zal blijven glanzen: op 4 november 2008 zijn de Verenigde Staten van Amerika met hun Jozua op weg gegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden