Alle hoop de grond in geboord

Het zicht op Engelse en Poolse parachutisten wekte bij vele Arnhemmers de hoop op een spoedige bevrijding. Maar het resultaat van de Slag om Arnhem viel tegen. Aan het woord ooggetuigen van Operatie Market Garden, die zeventig jaar geleden begon.

Diepe teleurstelling, is het eerste dat bij ooggetuigen van de operatie Market Garden opkomt. Wiesje Meischke (82) ziet en hoort nog zo haar vader opgetogen thuis komen op 17 september 1944. "'Ik heb de Tommies gezien', riep hij juichend, toen hij terugkwam uit de stad. We waren ervan overtuigd dat de bevrijding aanstaande was."

Maar de domper kwam snel. Al een paar dagen na de Slag om Arnhem marcheerden de Duitse soldaten weer door de stad. Kort daarop volgde het bevel dat iedereen in Arnhem zijn huis moest verlaten. Pas negen maanden later konden de bewoners, na een zware hongerwinter, huiswaarts keren om vervolgens hun woning leeggeroofd en zwaar beschadigd terug te vinden.

Voordat de vader van Wiesje Meischke op die zondag thuiskwam had zij met grote verbazing naar de blauwe lucht - het was een schitterende septembermorgen - zitten staren. Zij woonde met haar ouders in de Lijsterstraat, die in de hoger gelegen delen van Arnhem ligt, en had goed zicht op de zweeftoestellen in de verte. Het verbaasde haar dat de toestellen geen lawaai maakten.

"Op dat moment was mijn vader naar de binnenstad. Hij werkte bij de gemeente, en bij elk luchtalarm moest hij zich melden aan de Kadestraat", zegt Meischke. Dat ligt vlakbij wat toen nog de Rijnbrug heette, de brug die de geallieerden nog voor de winter wilden innemen om zo de bevrijding van Nederland in een stroomversnelling te brengen en later te kunnen doorstoten naar Duitsland.

"Vanaf die plek zag hij de Engelse soldaten op de Rijnbrug. Hij kon zijn geluk niet op en is meteen naar huis gegaan." Een kelder had de woning van de familie Meischke niet. "Daarom had vader in de tuin een gat gegraven, met daarin een plank waarop we konden zitten. Maar ook had hij gezegd dat we bij bombardementen bij de schoorsteenmantel moesten gaan zitten, want dat was het sterkste deel van het huis."

Luchtalarm

Niet ver van Meischke woonde Riet Zandstra-Vedder (80) in de Zaslaan, op de Geitenkamp, een bekende buurt in Arnhem. Zij zat in de kerk toen op die zeventiende september het luchtalarm afging. Hoewel vol met twijfel - je kon immers niet zomaar de kerk uitlopen - ging zij naar huis. Daar werd zij met haar zusjes door haar moeder meteen in de kast onder de trap neergezet. Toen de bombardementen aanhielden vertrok de familie naar een schuilkelder. "Ik weet nog dat mijn zusje terug naar huis is gerend om haar konijntjes te halen die ze was vergeten. Mijn vader was in alle staten."

Ook Cees Wichhart (84) zat in de kerk toen de eerste bommen in het naburige Wolfheze neervielen. De geallieerden wilden het Duitse luchtafweer uitschakelen om de luchtlandingen door parachutisten veiliger te maken. Wichhart had in de Oude Kerk in Oosterbeek naar de preek van dominee Brouwer moeten luisteren, maar hij was te zeer afgeleid door wat buiten gebeurde.

"Ik zat boven in de kerk en zag door de blanke, doorzichtige ruiten de Duitse bedrijvigheid aan de overkant. Zij hadden daar afweergeschut geplaatst. Opeens waren daar de dreunen van ontploffende bommen, ik zie nog de kroonluchters in de kerk heen en weer gaan. Er was even paniek, en ik wilde maar één ding: naar huis. De koster wilde me tegenhouden, maar toch ging ik", zegt Wichhart.

Het waren voor de 14-jarige jongen angstige momenten, maar de stemming kon in die dagen zo maar omslaan in euforie en zucht naar avontuur. De buurman aan de Van Deventerweg kwam waarschuwen dat er zweefvliegtuigen overkwamen. Ze zagen de parachutisten aan hun valscherm bungelen.

"De Duitsers namen de benen, ze haalden de school leeg waarin ze waren gelegerd. Op de maandagmorgen kwam de buurman weer: nu liepen de Engelsen door onze straat. Een man met een kastje met antenne op zijn rug die af en toe wat in een hoorn brabbelde. Een platte boerenkar met daarop hun munitie. Als laatste kwam een jeep voorbij met op de motorkap een gewonde. Ze liepen naar het Zaaijerplein. Sommige bewoners die kwamen kijken, hadden hun pyjama nog aan. Op een gegeven moment dreigde er kennelijk gevaar, want alle soldaten gingen op de grond liggen. De bewoners vluchtten in paniek naar huis."

Na die maandag volgden angstige dagen voor de bewoners van Arnhem en omstreken. Het dagelijks leven kwam tot stilstand. Niemand ging meer naar school of werk. Iedereen zocht een veilig onderkomen om te schuilen voor het geweld dat uitbrak tussen rond Arnhem gedropte Engelse en Poolse soldaten en de Duitsers. Netty Sanders-Burgers (83) woonde met haar ouders, zussen en broers in een bovenwoning aan de inmiddels verdwenen De Ridderstraat in Arnhem, niet ver van de Rijn.

"We mochten schuilen in de enorme kelder van een kaashandel aan de Oeverstraat. De halve buurt zou daar uiteindelijk terechtkomen, want het was er zo groot. Ik en mijn zusje vonden het spannend en ik denk dat we ook wel kaas hebben gegeten. Dat was op een moment dat er bijna niks meer te krijgen was."

Drie dagen verbleven de families in de kelder tot het Duitse bevel kwam dat heel Arnhem ontruimd moest worden. Wie toch zou achterblijven werd meteen doodgeschoten. "Dat was een afschuwelijk bericht", zegt Netty Sanders-Burgers. "We wilden niet naar buiten, want daar was het gevaarlijk. Er was geen vervoer dus we moesten lopen en we konden amper wat meenemen."

De familie overnachtte in Eerbeek in een bomvolle kerk. Netty deed daar nauwelijks een oog dicht. Via Apeldoorn belandde de familie in Laren bij de familie Van Dijk. "We hebben daar een fantastische tijd gehad. We mochten in het tuinhuis wonen. Hun dochter was onderwijzer en dus gingen mijn zus en ik al snel naar school."

De tocht van de familie van Riet Zandstra-Vedder ging eveneens langs Eerbeek. Er was een platte kar die zij als tienjarige moest helpen duwen. Plotseling moest iedereen de greppel induiken, omdat er vanuit vliegtuigen werd geschoten. Aan de achterkant van de kar bungelde een emmer met zout. "We bleven met zijn allen ongedeerd, maar mijn moeder was volkomen overstuur toen zij merkte dat de emmer met zout kapot geschoten was. Dat was een van de weinige ruilmiddelen die we nog hadden. Boeren hadden zout nodig, bijvoorbeeld om vlees te conserveren, dat konden we ruilen tegen eten."

Een deel van de vluchtende Arnhemmers kwam langs het huis van Wiesje Meischke. Soms haalde haar moeder mensen binnen. "Ik zal nooit het beeld vergeten van een vrouw met een baby van nog geen week oud, die bij ons in de keuken zat. Geen idee hoe dat is afgelopen. Kort daarop sloegen we zelf op de vlucht."

Waar de reis op fietsen met dubbele houten banden naartoe ging wist Meischke aanvankelijk niet. "Vlak voor Deventer, daar heb je een stuk vals plat, kón ik gewoon niet meer. Ik was zo moe. Toen vertelde mijn vader me dat we op weg waren naar mijn broer Gijs die op een boerderij in Okkenbroek (Salland) ondergedoken zat. Toen kon ik weer, hoewel we nog twaalf kilometer moesten."

Na de massale luchtlandingen op onder meer de Ginkelse Heide werd in de buurt van Oosterbeek enorm gevochten, want de Duisters gaven zich nog niet gewonnen. In het ouderlijk huis van Cees Wichhart vloog een granaat naar binnen, daar waar net nog zijn moeder had gestaan. De familie kon daarna terecht bij grootvader aan de Taludweg.

Tien dagen na het begin van operatie Market Garden werd het weer rustig op straat, Maar niet omdat de bezetter was verjaagd. De verovering van de laatste brug, de Rijnbrug in Arnhem, was net te veel gevraagd.

De opmars van de geallieerde legers stokte voor Arnhem, en Nijmegen werd zo tot het voorjaar van 1945 de frontstad. Brabant en Gelderland werden deels bevrijd.

Zijde

Tot grote teleurstelling van Wichhart reden er nu weer Duitsers door de straat. Zij ronselden mannen om de vele lijken te begraven. Het avontuur bleef. Hij en een paar vrienden ontdekten dat bij het Engelse Kerkhof parachutes lagen die door de Engelsen waren achtergelaten. "Die waren van zijde. We voelden ons helden toen we met die stof bij onze moeders kwamen."

Tijd om met die kostbare stof iets te doen was er echter niet. Ook uit het bovendeel van Oosterbeek moesten mensen weg. "Wij gingen te voet richting Ede, op weg naar familie in Doorn die ons had uitgenodigd. Die dachten dat het om hoogstens een paar weken zou gaan. Een bizar detail dat me van die tocht bijstaat is dat onze stoet vluchtelingen vanuit Duitse voertuigen door een cameraploeg uitgebreid werd gefilmd. Nee, die beelden heb ik nooit gezien."

Die paar weken werden maanden. Uiteindelijk konden Arnhemmers pas negen maanden later zien wat er van hun huis en hun stad geworden was. De vader van Netty Sanders-Burgers kon zijn ogen niet geloven toen hij de bovenwoning aan de De Ridderstraat betrad. Die was niet alleen leeggeroofd, maar de tijdelijke bewoners hadden ook in de kamers hun behoeften gedaan, hoewel er een werkend toilet in huis was. "Het eerste wat mij opviel toen ik weer terugkwam was het ontbreken van de toren van de Eusebiuskerk. De stad was zijn baken kwijt."

Riet Zandstra-Vedder en haar familie vormden een uitzondering. Omdat haar vader als dwangarbeider te werk gesteld was, konden zij eind december al terug naar de Geitenkamp. "De stad was verwoest en verlaten. Arnhem was een spookstad geworden."

Na de komst van de Canadezen in april 1945 ging de vader van Wiesje Meischke in zijn huis poolshoogte nemen. Er stonden alleen nog twee stoelen en een tafel. "Dat was er een met dikke ronde poten. Kennelijk vonden ze die te zwaar. We hebben lang geslapen op stro. Een tijdje later kregen we bericht dat onze linnenkast ergens gevonden was."

"Hoe ze wisten dat die van ons was? In een laatje bleek een briefje te zitten van het schoolgeld met ons adres erop."

Operatie Market Garden: gedurfd plan, legendarisch fiasco

Operatie Market Garden was tijdens de oorlog veruit de grootste militaire operatie op Nederlands grondgebied. Die bestond uit een ongekend grote luchtlandingsoperatie (Market) en een grondoffensief (Garden) om de bevrijding van Nederland sneller te laten verlopen.

Het idee was dat parachutisten de belangrijkste bruggen over de rivieren tussen Eindhoven en Arnhem zouden innemen. Tegelijk zouden grondtroepen vanuit België als een razende via Eindhoven en Nijmegen moeten opstomen naar Arnhem en verder tot aan het IJsselmeer.

De gedachte was dat hiermee de Duitse troepen in het Westen van het land geïsoleerd zouden komen te staan en zo een makkelijke prooi zouden zijn voor de geallieerden. Vervolgens dacht generaal Bernard Montgomery hiermee een ideale mogelijkheid te hebben om door te stoten naar het Ruhrgebied, het industriële hart van Duitsland.

Uiteindelijk strandde de operatie in Nijmegen, de Rijnbrug bij Arnhem was een brug te ver. De 'originaliteit en doldriestheid' van de operatie roepen bewondering op, schrijft militair deskundige Christ Klep in het recente nummer van Historisch Nieuwsblad. Verder heeft hij weinig goeds over voor de plannen; hij noemt de operatie een 'legendarisch fiasco'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden