Alle hens aan dek voor financiele actie van kerken

Van een onzer verslaggeefsters

Voor het eerst sinds 1972, toen zij samen met vier kleinere kerkgenootschappen de actie Kerkbalans opzetten om gezamenlijk geld te werven voor het plaatselijke kerkewerk in gemeenten en parochies, is de aanwas van zogeheten 'levend' geld achtergebleven bij het inflatiepercentage. Voor de actie Kerkbalans van dit jaar, die van 10 tot 24 januari wordt gehouden, betekent dat 'alle hens aan dek', zei ds. H. A. van Til, de nieuwe voorzitter van de Interkerkelijke commissie geldwerving gisteren. Tijdens een persconferentie introduceerde hij de actie Kerkbalans 1993, met als thema 'U telt mee en jij ook'.

Voor het eerst doen de zeven in Kerkbalans samenwerkende kerken - de drie grote plus de oud-katholieke, doopsgezinde, remonstrantse en lutherse kerken - een beroep op jongeren. Mr. J. M. Chr. Klok, voorzitter van de r.-k. commissie geldwerving vertelde waarom die keuze is gemaakt. "De doelgroep jongeren hebben we tot nu toe niet benaderd. Maar nu jongeren dankzij de studiefinanciering draagkrachtiger zijn geworden, gaan we ons wat meer op hen richten."

Van de ruim 300 000 hervormde kerkleden die aan Kerkbalans 1992 hebben bijgedragen, waren er slechts 57 000 jonger dan 35 jaar. Zat in 1984 nog 10,4 procent van de hervormde geldgevers in deze leeftijdscategorie, in 1991 zakte dat percentage naar 9,7 procent. Een procentuele stijging van het aantal gevers is in de hervormde hoek alleen te bespeuren in de hoogste leeftijdscategorie, namelijk die van de 65-plussers. In 1984 maakten zij ruim 35 procent van de gevers uit, in 1991 al bijna 41 procent. Bijna de helft van de hervormde gevers zit met hun bijdrage aan Kerkbalans onder de 100 gulden-grens.

De resultaten van de Kerkbalans 1992 laten, vergeleken met het jaar ervoor, voor de hervormde kerk een toename zien van 1,33 procent en voor de gereformeerde kerken van 2,46 procent. Onder 'levend' geld wordt meer verstaan dan alleen de vrijwillige bijdragen van kerkleden aan de Kerkbalans. Ook alle kerkcollecten, giften, opbrengsten van acties enzovoorts worden hiertoe gerekend. Eventuele opbrengsten uit onroerend goed en kapitaal horen weer net tot het levend geld.

Het omslagjaar 1991 laat voor de r.k. kerk vergeleken met 1990 de geringste stijging van het levend geld zien: van 221 naar 221,75 miljoen gulden (een stijging van 0,4 procent). Voor de hervormden kon een stijging van 5,5 miljoen gulden oftewel 2,26 procent worden genoteerd en voor de gereformeerden een stijging van 4,14 miljoen (2,28 procent). In totaal brengen de in Kerkbalans participerende kerken jaarlijks zo'n 660 miljoen gulden op.

Een indrukwekkend bedrag, maar toch is de inflatie, die in 1991 3 procent bedroeg, hoger uitgevallen dan het stijgingspercentage van het levend geld van de kerken. "De minder sterke groei van de inkomsten en het effect van de voortgaande inflatie worden door de kerken aan den lijve ondervonden" , moest ds. Van Til dan ook tot zijn spijt vaststellen. "Op tal van plaatsen wordt de uitbreiding van het kerkewerk daardoor voor grote problemen gesteld."

Uit de opbrengsten van Kerkbalans worden de loonkosten betaald van priesters, predikanten, kosters, organisten, pastorale en andere medewerkers en wordt de exploitatie bekostigd van circa 5000 - vaak monumentale - kerkgebouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden