Alle/geen

Eindelijk komt er een eind aan het gelobby en zullen er knopen worden doorgehakt. Het zal maandag een spannend debat worden, wanneer de Tweede Kamer over de Cultuurnota spreekt. Tenminste voor die groepen en instellingen die zich nog op de wip hebben weten te nestelen: redden we het nog net helemaal of toch maar half?

Of het ook verheffend zal zijn? Nou nee, mogen we vrezen. Naar alle waarschijnlijkheid, want zo is het in het verleden altoos gegaan, zullen de kamerleden vooral eigen paradepaardjes naar voren duwen, met name die waarmee zijzelf goede sier kunnen maken. Wie wil niet als redder van Toneelgroep De Appel, Orkater of het Noordhollands Philharmonisch Orkest in de kroniek der kunsten worden bijgeschreven? Over minder lekker bekkende zaken als politieke verantwoordelijkheid en de verhouding met het advieslichaam de Raad voor Cultuur zal het vast niet gaan. Het beleid zal inhoudelijk niet getoetst worden. Terwijl daar juist alle aanleiding toe is. En wel wat betreft de culturele diversiteit, die de staatssecretaris zelf zo prominent als speerpunt van zijn beleid op de agenda heeft gezet.

Wat lezen wij onder het betreffende kopje in de nu aan de Kamer overhandigde Cultuurnota? ,,Het begrip culturele diversiteit wordt veelal gekoppeld aan culturele minderheden en multiculturele initiatieven - ook in de nota (Van der Ploeg doelt hiermee op zijn nota 'Ruim baan voor culturele diversiteit'. H.A.) lag daar het accent. Hier hanteer ik een ruimere opvatting. Zeker waar het gaat om publieksbereik, deskundigheid en toegankelijkheid hebben ook andere groepen, zoals jongeren, vrouwen en mensen van buiten de randstad mijn aandacht.' Deze eerste jaren van zijn bewindsperiode heeft Van der Ploeg inderdaad de kunstwereld om de oren geslagen met de eis van meer (aandacht voor) jongeren en allochtonen. Dat kan niemand zijn ontgaan. Maar vrouwen?

Elders schrijft Van der Ploeg: ,,De positie van vrouwen in de cultuur en media vraagt nog steeds de aandacht. Ook dit reken ik tot het terrein van netwerken. Daarbij heb ik niet zozeer het oog op vrouwen als speciale publieksgroep, maar vooral op hun arbeidsdeelname en bestuurlijke participatie.' Het kan niet op, zou je denken. Toch zijn maar liefst zeven instellingen en theatergroepen die door vrouwen worden geleid en vanzelf vanuit een vrouwelijk gedachtegoed opereren door de Raad voor Cultuur van de kunstenkaart weggeadviseerd. De staatssecretaris heeft vrouwen als aandachtspunt namelijk pas in de Cultuurnota opgenomen, en dat het advies door de Raad al was uitgebracht. In de opdracht aan de Raad stond dit niet. Vermoedelijk heeft een oplettende ambtenaar hem op dit verzuim gewezen. Des te ernstiger, omdat de staatssecretaris mede verantwoordelijk is voor de emancipatienota, die onder meer verlangde dat mogelijk ongewenste effecten van het voorgenomen cultuurbeleid op de positie van vrouwen moesten worden voorkomen door middel van een zogenaamde EER (Emancipatie Effect Rapportage) vooraf. Ook dat is nagelaten.

Beter laat dan nooit, maar geen slapende honden wakker maken, moet de staatssecretaris hebben gedacht toen hij het woordje vrouwen alsnog in de definitieve tekst frummelde. Op een doodenkeling na heeft niemand de koersbijsturing opgemerkt. Hoe zou men ook. Van der Ploeg verbond er geen enkele consequentie aan. Sterker nog, één positief advies boog hij om in een beschikking onder voorbehoud. Stichting Vrouw en Muziek werd zo het achtste monddood gemaakte nikkertje na de instellingen Axis bureau voor de kunsten v/m, Cinemien Film en Videodistributie, Festival Vrouwenfilms Claire Obscur, Vetnet (vrouwen en theaternetwerk als initiatief van Theater Instituut Nederland), de theatergroepen Bonheur en Carrousel en Theaterwerkplaats InDependance.

In een gesprek afgelopen maandag met een aantal vertegenwoordigsters zei de staatssecretaris natuurlijk niet, dat hij vergéten was vrouwen als aandachtspunt aan de Raad op te dragen, maar wel dat hij niet te veel de aandacht op de vrouw had willen vestigen, omdat dan echt iederéén - en nu waren het er al zoveel - over hem heen zou zijn gevallen. De ziel. Trouwens, liet hij weten, er zijn vrouwen die het feminisme niet meer nodig hebben. Alsof het daarom gaat. Dat jongeren en allochtonen vanwege leeftijd en achtergrond een ander cultureel patroon hebben, oké, maar dat zoiets ook geldt voor mannen en vrouwen, dat vrouwen anders denken en andere keuzes maken en dat dit invloed heeft op hun kunstuitingen, heeft de goede man kennelijk nog steeds niet door. Feminisme? Gender is het huidige, een veel bredere lading dekkend begrip, dat slaat op de doorbreking van de bestaande beeldvorming over mannen en vrouwen. Daar zijn, als bekend, eigenlijk alleen vrouwen mee bezig, want mannen hebben dat niet nodig, blijkt met name uit cijfers.

En dat is iets waar de staatssecretaris, als econoom, wel gevoelig voor is, voor cijfers. Zelfs hij, zo is mij van verschillende kanten verzekerd, schrok toen hij de tabellen onder ogen kreeg waaruit bleek hoe scheef de verhoudingen zijn tussen subsidie aan gezelschappen met een vrouwelijke en die met een mannelijke leiding. Bij theater halen vrouwen de zes procent niet eens, terwijl zij ten opzichte van het vorige kunstenplan niet alleen relatief maar ook absoluut minder hebben gekregen: nu 3 631 000 gulden, toen 3 737 000 gulden, terwijl diezelfde (nog ruwe) cijfers bij mannen 61 744 000 respectievelijk 47 777 000 gulden zijn. Bij dans en jeugdtheater liggen de verhoudingen volgens verwachting - ach ja: vrouwelijk, zorg en kinderen - gunstiger, maar ook daar overschrijden door vrouwen geleide groepen maar krap de 50 procent van die met een mannelijke artistieke leiding. Subsidie aan zogenoemde genderinstellingen is ten opzichte van het vorige kunstenplan zelfs tot een kwart teruggebracht.

Er gebeurt te veel achteraf, te laat of langs elkaar heen om vertrouwen te hebben in de zorgvuldigheid van het politieke handelen, én de advisering. Maar laat ik nog even niet afdwalen van de staatssecretaris. Eerder aangehaald citaat houdt in, dat Van der Ploeg vrouwennetwerken van belang vindt. De Raad wist dat niet, vlakte hun bestaan uit en de staatssecretaris confirmeerde dat advies. Kort nadat de bewuste instellingen de negatieve beschikkingen hadden ontvangen, werden diezelfde leiding gevende vrouwen door datzelfde ministerie van OCW uitgenodigd om als deskundige te adviseren over een nieuw op te zetten 'Netwerk gender en cultuur'. Over cynisme gesproken. Eén positief puntje: waar deze groeperingen al gevorderd zijn in samenwerking om hun netwerken over disciplines heen te tillen, hebben zij prompt besloten een aanvullend en overkoepelend bezwaarschrift in te dienen. Waar iedereen immer uit is op het redden van uitsluitend het eigen hachje, mag dit in de krant. Bij dezen.

Is het vrouwelijke geluid in de kunsten nu inherent aan een vrouwelijke leiding? Me dunkt, ook al is een vrouwelijk noch mannelijk geluid ooit echt te duiden. Zodra dat kan, is het cliché en geen kunst. Het één is niet beter dan het ander, maar met name door de keuzes die gemaakt worden zijn er wel aanwijsbare gevolgen. Ik beperk me nu tot theater, mijn eigen terrein. Vanwege eenzelfde vanzelfsprekende affiniteit waarmee artistiek leidsters vaker met regisseuses werken, kiezen zij eerder voor een vrouwelijke auteur. Aangezien schrijfsters doorgaans vrouwen als hoofdpersoon hebben, betekent dat tevens een nieuw arsenaal aan grote vrouwenrollen. Juist daaraan is in de toneelwereld een enorm gebrek, is algemeen bekend. Aldus voorziet vrouwelijk theater meteen in die behoefte.

Zo heeft Carrousel zich via eigenzinnige theatermaaksters als Beppie Melissen, Lidwien Roothaan en Marlies Heuer een onmiskenbaar eigen plek verworven in het theaterlandschap, waar het publiek anders niet of hoogst zelden had kunnen genieten van de dramatische kwaliteit van het werk van een Natalia Ginzburg, Virginia Woolf, Jane Bowles, Anna Blaman. Of van een vlijmscherpe, oervrouwelijke visie op de 'Hedda Gabler' van Ibsen in de regie van huidig artistiek leidster Matin van Veldhuizen. Titelrolvertolkster Marlies Heuer kreeg er de Theo d'Or voor. Even uniek en authentiek is het geluid van Bonheur, waar theatermaakster Annekee van Blokland met onorthodoxe bewerkingen van Engelstalige literatuur (met een voorkeur voor werk van 'ouderwetse' romanschrijfsters als Ivy Compton-Burnett, Carson McCullers, Leonora Carrington) de taligheid als kloppend hart van het toneel een nieuw aanzien heeft gegeven.

Of de Raad voor Cultuur dan geen 'nee' had mogen zeggen is niet de kwestie - andere commissies, andere keuzes, nietwaar - maar het gaat om de kwaliteit van dat werk. De willekeur van de Raad heb ik eerder aangekaart, kort na het uitkomen van het advies. Maar dan. Achterhaald in verband met het enorm gegroeide aanbod is de constructie dat groepen op vier jaar produceren moeten worden beoordeeld en de commissies slechts voor twee jaar worden benoemd. Na het verstrijken van de inzendtermijn van subsidie-aanvragen gaat vier maanden al op aan het beoordelen daarvan en het leren kennen van nieuwkomers. Ondoenlijk, heeft ook voorzitter Winnie Sorgdrager gesteld. Niettemin gaat zij ervan uit dat iets kwaliteit heeft als deskundigen dat zeggen. Daar zou zij gelijk in behoren te hebben. Een aantal boven water gehaalde gegevens maakt dat discutabel.

Commissieleden - slechts vier bij theater, aangevuld met een drietal adviseurs - mogen over aanvragen waar zij bij betrokken zijn niet oordelen. Dan gaan zij even de gang op. Een grove check leert wel dat van dergelijke aanvragen zo'n twee derde positief is beoordeeld, waarvan zowat de helft een verhoging in het vooruitzicht kreeg. Beïnvloeding in de wandelgangen is moeilijk te voorkomen, zullen we maar zeggen. Andere koek is de positie van de voorzitter, Petra Blok, die het echtelijke kussen deelt met Van der Ploegs topambtenaar Martin Berendse. Een relatie die, juist vanwege het slaafs navolgen van Van der Ploegs richtlijnen, wantrouwen heeft opgeroepen. Omwille van een onafhankelijke beoordeling past hier bezinning. Als de commotie rond het advies hoog oploopt wraakt een ander lid, Theaterfestivaldirecteur Arthur Sonnen, plotseling fel de uitgangspunten van Van der Ploeg als ,,een economische beoordelingsopdracht (ellipse) aan een advieslichaam dat gespecialiseerd is in kwaliteitsvraagstukken.' Bij de protestactie 'Blokkeren? Geen Kunst! - Geen Kunst Blokkeren!' demonstreert Sonnen mee tegen het door hemzelf ondertekende advies. Hoezo gespecialiseerd in kwaliteitsvraagstukken?!

Zo kan ik wel doorgaan. Een paar feitj es nog. Als Carrousel, pas na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur, data van voorstellingenbezoek door commissieleden krijgt, blijkt op die dagen Carrousel niet te hebben gespeeld. Over Bonheurs theaterexperiment 'Serendipity' afgelopen seizoen stelt de commissie ter vergadering dat deze de verwachtingen niet waarmaakt, terwijl volgens eigen gegevens van de Raad niemand het project heeft bezocht. Dat zet hun negatieve oordeel in een raar daglicht tegenover een superpositieve beoordeling van de Rotterdamse Kunststichting.

Uiterste zorgvuldigheid is geboden als raad en rijk van zins zijn over te gaan tot kapitaalvernietiging, van zowel ervaring als een met zorg opgebouwd apparaat als een eigen publiek. Helemaal als daarvoor in de plaats nieuwkomers worden afgescheept met vaak krap de helft van het aangevraagde subsidie. De kans zich te profileren is dan erg klein en de kans dat zij zich over vier jaar in hetzelfde parket bevinden als bijvoorbeeld Bonheur en Carrousel erg groot. Een kunstenplan als perpetuum mobile. Intussen kaatsen raad en staatssecretaris, als verwacht, de verantwoordelijkheid van zich af: ,,Wij hebben slechts geadviseerd' tegenover ,,als bestuurder ben ik gebonden aan de adviezen', waarachter Van der Ploeg zich, ondanks de schokkende cijfers, ook afgelopen maandag weer verschool. Over het misselijke bestuurlijke onderonsje, waarin hij het onverwacht negatieve advies over het onomstreden jeugdtheater Teneeter omzette in twee-jaar-geld-mits-de-artistiek-leider-wordt-vervangen, en andere manipulaties natuurlijk geen woord. Zat aanleiding, lijkt me, voor de kamerspecialisten om maandag het hele stelsel eens stevig onder de loep te nemen, de staatssecretaris te confronteren met zijn bedroevend ouderwetse omgang met voorkeuren en in een inhoudelijk principiële stellingname te bepalen of afgeweken kan worden van adviezen en beschikkingen. Zij zijn degenen die Van der Ploeg moeten afrekenen op zwabberende manoeuvres als alle/geen aandacht voor vrouwen in de kunst .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden