Alle beetjes hulp helpen... of niet?

(FOTO AFP)Beeld AFP

Moeten we geld geven voor de vluchtelingen in Congo, of wordt die hulp toch maar misbruikt door rebellen ter plekke? En waarom vertellen hulporganisaties niet hoeveel geld zij aan corruptie kwijtraken?

’Daar gaan we weer”, dacht Linda Polman toen zij de advertenties voor de vluchtelingen in het Congolese Goma in de kranten zag verschijnen. Onderzoeksjournaliste Polman publiceerde dit jaar het boek ’De crisiskaravaan, achter de schermen van de noodhulpindustrie’. De Europese Unie, regeringen, OxfamNovib, Artsen zonder Grenzen, alle partijen hebben deze week laten weten dat zij hun hulp aan het crisisgebied vergroten.

Hulporganisaties moeten met hoge aantallen slachtoffers komen om de aandacht van de media te trekken, geld van donoren te krijgen en zelf in de markt te blijven. Want hoe cynisch het ook is: zonder ellende en rampen raken zij werkloos. Ook de ontvangers en profiteurs van noodhulp kennen het mechanisme dat bij een grote crisis bijna automatisch in werking treedt.

’Generaal’ Laurent Nkunda veroverde afgelopen maanden zo’n twee derde van de delfstoffenrijke provincie Noord-Kivu in Noordoost-Congo. Het is de bedoeling dat de rijke landen de opvang van de bijbehorende kwart miljoen vluchtelingen financieren.

De afgelopen week kondigde Nkunda eenzijdig een staakt-het-vuren af. Tienduizenden vluchtelingen keerden daarop terug naar hun dorpen achter de rebellenlinies. „Hoe meer vluchtelingen, hoe groter het hulpreservoir dat Nkunda kan afromen”, denkt Polman.

’De Crisiskaravaan’ staat bol van voorbeelden hoe krijgsheren en moordenaars forse belasting heffen op hulp voor ontheemden, en daarnaast goederen stelen van hulporganisaties én vluchtelingen. Met de winst onderhouden zij hun leger en kopen ze nieuwe wapens – die op hun beurt de crisis verlengen, dankzij ons geld.

Het duurde niet lang of het eerste hulpkonvooi ’mocht’ van Nkunda door zijn linies trekken. Gisteren hield hij een pr-sessie voor de toegestroomde media, die hem in allerlei outfits en scènes mochten fotograferen. En als de media flink meewerken, is de cirkel van het noodhulpmechanisme compleet.

„Er zijn krachten in noodgebieden die het hulpgeld misbruiken, en wij laten dat gebeuren. Zo hebben we een monster gecreëerd en zijn we zelf een makkelijk te manipuleren speelbal geworden”, zegt Linda Polman.

’De Crisiskaravaan’ is inmiddels aan een vierde druk toe, wat betekent dat veel Nederlanders zich zorgen maken over wat er met hun gedoneerde geld gebeurt.

Dat zou de Nederlandse hulporganisaties ertoe kunnen aanzetten kritischer naar hun eigen rol te kijken en het eens proberen te worden over een tegenaanpak voor corruptie en misbruik van hulp. Meestal wordt verzwegen of weggemoffeld hoeveel zij verliezen aan rovende krijgsheren of corrupte overheden.

Volgens een onderzoek van anticorruptie-organisatie Transparency International (TI) gaat er steeds meer geld om in noodhulp. In 2006 al zo’n tien miljard dollar. Als de totale hulpindustrie een land zou zijn, zou het de vijfde economie van de wereld vormen. Diverse hulpgroepen hebben al klokkenluidbeleid en gedragsregels, maar de humanitaire gemeenschap als zodanig heeft corruptie nog niet op een veelomvattende manier op de kaart gezet, zegt TI in een rapport uit juli.

Een genocidair bewind als dat van Soedan levert de duurste vluchtelingenstromen op, verdient desondanks miljoenen aan buitenlandse hulp, terwijl het bovendien bespaart op het in leven houden van zijn onderdanen. De vluchtelingenkampen in Darfur zijn verworden tot gemilitariseerde enclaves.

Andere voorbeelden: wat in 2002 restte van 150 miljoen dollar voor huizenbouw in Afghanistan was een berg stookhout. In 2005 was er grote fraude door 32 hulporganisaties in de EU die hun rekeningen ook nog eens bij de Wereldbank hadden ingediend. Brussel weigerde om namen bekend te maken.

Hulporganisaties staan de diefstal door strijdende partijen oogluikend toe, onder het motto dat alle beetjes hulp helpen. Krijgsheren en rebellen weten dat als zij maar wild genoeg tekeer gaan, de hulp toch wel komt. „Een chef van het rebellenleger Ruf in Sierra Leone vertelde me eens dat ze wel over moesten gaan tot het afhakken van armen, om hulp, geld en aandacht van de wereld te krijgen”, zegt Polman. Zij was er ook bij toen de regering van Sierra Leone feest vierde omdat het land alweer als armste land ter wereld was geëindigd. Wie arm blijft, is namelijk verzekerd van hulpstromen.

Te vaak verschuilen hulporganisaties zich volgens Polman achter het humanitaire schild dat zij slechts hulp verlenen en niet verantwoordelijk zijn voor de politiek. Er zou een recht op hulp bestaan. „Daarvan kun je spreken in Nederland, waar je een dronken automobilist uit zijn wrak helpt. Wij weten dat hij zich na zijn herstel moet verantwoorden voor de rechter. Maar in die talloze vuile conflicten van tegenwoordig is geen politie actief en doet de politiek niks. Dus moet iemand de verantwoordelijkheid nemen. Als jij die niet neemt, wie dan?”, zegt Polman met een rechtstreekse vraag aan de hulporganisaties.

In 2004 bezette Nkunda met zijn mannen Bukavu in Zuid-Kivu, maar moest die stad en provincie na grote internationale druk verlaten. De Belgische regiokenner prof. Filip Reyntjens denkt dat de Amerikanen Nkunda nu ervan weerhouden de stad Goma te bezetten. Daar zijn namelijk enkele bases van VN-vredesmissie Monuc, en de stad heeft een half miljoen inwoners. Als die op de vlucht slaan, is de ramp niet te overzien. „Het is overigens niet zozeer dat zijn leger zo sterk is, maar eerder dat het Congolese leger zo zwak is.”

Aan de andere kant weet de Tutsi Nkunda zich gesteund door het kleine maar sterke Rwanda. „Dat raadde hem na het grote vredesakkoord van Sun City in 2003 zelfs af met zijn mannen te integreren in het Congolese leger.”

In 1995 was Polman ook in Goma, vlak na de genocide. Daar waren destijds 25 kampen met 750.000 Hutu-vluchtelingen. „Omdat die bij het vliegveld van Goma lagen, waren ze makkelijk toegankelijk voor media en hulpverleners. Dat heet het landingsbaaneffect. Slachtoffers van de genocide in Rwanda zelf kregen amper hulp, maar het geld voor de Goma-kampen stroomde toe. Dankzij de hulp aan die kampen konden de Hutu-genocidairs die er massaal waren ondergedoken weer aansterken, hergroeperen en doorgaan met moorden.” Het conflict in deze regio broeit veertien jaar later nog steeds door, met talloze (splinter)partijen, vele milities en van tijd tot tijd heftige uitbarstingen.

Polman geeft ook collega-journalisten ervan langs, die met velen te dicht tegen hulporganisaties aanschurken: hen als donor of bron gebruiken. „Elke journalist weet dat je niet op een door Shell betaalde reis meegaat. Maar in het geval van Artsen zonder Grenzen, Greenpeace of Oxfam geldt het principe van onafhankelijkheid ineens niet meer, want hulp is goed. Niemand stelt vragen over financiële missers, diefstal en geheimhouding daarvan. Een enorme misser van de journalistiek, om de hulporganisaties daarmee te laten wegkomen.”

De optie om bij een crisis ’nee’ te zeggen is er wel degelijk, vat Polman samen. „Wij doen dat eigenlijk steeds al, laten immers zoveel slachtoffers stikken. Gooien met geld is de standaardoplossing voor een ramp. Maar we moeten ook kijken naar oorzaak en gevolg.”

Is het dan wellicht beter de talloze krijgsheren die toch naar niemand luisteren, eerst hun strijd te laten uitvechten, en tot die tijd geen cent meer te investeren? Anoniem willen deskundigen wel toegeven dat zij dit soort niet-politiek correcte gedachtes hebben. „De macht in Noordoost-Congo is nog niet verdeeld”, concludeert ook journalist Polman. „We moeten de staatsopbouw in Congo blijven steunen, anders blijft het bij brandjes blussen”, stelt wetenschapper Reyntjens. Tussen 1960 en 2008 doneerde België acht miljard euro aan hulp in Congo. „Maar het land staat er nu veel slechter voor, terwijl ze zelf de middelen hebben om ontwikkeling te organiseren.”

Moeten wij nu wel of niet aan Congo geven? „Als je geld wilt geven, vraag je dan af aan wie en voor welk doel”, adviseert Polman. „Welke garanties kan de organisatie die je kiest geven dat het niet bij mensen komt die kwaad doen? Misschien kun je op een ander niveau hulp geven, in een minder gevaarlijk gebied. Of via de politiek iets doen, bijvoorbeeld aan het feit dat Nederland nu een subsidieplan heeft voor bedrijven die willen investeren in Soedan.”

(\N)
(Trouw)
(Trouw)
Rebellenleider Laurent Nkunda (links) met zijn manschappen. (FOTO AFP)Beeld AFP
(Trouw)
(Trouw)
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden