Alle alarmseinen staan op rood in wankel Burundi

AMSTERDAM - Crisis in het uiterst instabiele Burundi: een conflict over een nieuwe parlementsvoorzitter dreigt het precaire akkoord tussen Hutu- en Tutsi-politici te verstoren.

ERIC BRASSEM

Burundi, zuiderbuur van Rwanda, balanceert al geruime tijd op het randje van een burgeroorlog. Tot vorig jaar maakte een politieke elite van voornamelijk Tutsi's de dienst uit in Burundi, dat eenzelfde etnische samenstelling kent als Rwanda: ongeveer 15 procent Tutsi's, en 85 procent Hutu's.

Vorig jaar juni werden er voor het eerst democratische verkiezingen gehouden. De Hutu-meerderheid koos een Hutu-president, Melchior Ndadaye. Maar het door Tutsi's overheerste leger deed in oktober '93 een greep naar de macht, die het leven kostte aan de president. Het leger schaarde zich slechts halfhartig aan de kant van de coupplegers - die afgingen door de achterdeur, hoewel zij niet alleen de president hadden omgebracht maar ook tal van andere Hutu-politici. Vervolgd werden ze nooit.

Opvolger van Ndadaye werd weer een Hutu, Cyprien Ntaryamira. Deze verongelukte in april dit jaar, samen met zijn Rwandese ambtgenoot Habyarimana, bij een aanslag op hun vliegtuig bij de Rwandese hoofdstad Kigali. De aanslag (waarbij vermoedelijk geen Burundees was betrokken) bracht Burundi, nauwelijks bekomen van de vorige moord, nog dichter bij de afgrond.

Na de moord op Ndadaye waren al overal in het land gevechten uitgebroken tussen Hutu's en Tutsi's. Hutu's namen wraak op willekeurige Tutsi's, die zij collectief aanwezen als medeplichtigen aan de moord op de president. Er vielen tienduizenden doden, aanvankelijk vooral Tutsi's. Maar het (Tutsi-)leger sloeg hard terug onder Hutu's, die er weer collectief van verdacht werden Tutsi-moordenaars te zijn.

Twee maanden geleden kwam, na zeer lang touwtrekken onder toeziend oog van de Verenigde Naties, de Burundese politieke top een machtsdeling overeen. Het parlement benoemde weer een Hutu-president, Sylvestre Ntibantuganya. Ook kwam een nieuwe regering tot stand, waarin de twee voornaamste politieke exponenten zitting hadden: de Frodebu-partij, gedomineerd door Hutu's, en de Uprona-partij van de Tutsi-oppositie.

Hoewel de Frodebu-partij een grote parlementaire meerderheid vormt (65 afgevaardigden tegenover de Uprona 16), bezetten Uprona-leden 40 procent van de ministersposten. Ook in provinciale besturen is de Uprona oververtegenwoordigd. Die verhouding weerspiegelt de aanzienlijke 'buitenparlementaire' macht van Uprona: Tutsi's hebben sleutelposities in de ambtenarij, leger en zakenwereld. De leger-coup van vorig jaar juni is door de Belgische Rwanda- en Burundi-kenner dr. Filip Reyntjens eens treffend omschreven als “de meest geslaagde mislukte coup ooit”: president Ntibantuganya is praktisch 'gegijzeld' door zijn Tutsi-generaals.

Besmet

Het akkoord tussen Frodebu en Uprona bepaalde ook dat mensen die verdacht werden van schuld aan de slachtpartij na de moord op Ndadaye, uitgesloten zouden blijven van politieke posten. De nieuwe Frodebu-parlementsvoorzitter, Jean Minani, is volgens Uprona wel degelijk 'besmet'. Na de coup tegen Ndadaye riep Minani (toen minister van gezondheid) het volk vanuit Rwanda op, zich te 'verdedigen' - oftewel, zo redeneert Uprona, Tutsi's te vermoorden.

Uprona is het voorts oneens met de manier waarop Minani werd benoemd: tijdens een parlementszitting waarop dit punt niet geagendeerd was, terwijl bovendien Uprona-voorzitter Charles Mukasi in Europa was. Uprona dreigt nu uit de regering te stappen, tenzij Minani's benoeming wordt afgeblazen. Tijdens een demonstratie, gisteren in de hoofdstad Bujumbura, herhaalde Mukasi die eis.

Alle alarmseinen staan nu op rood. In Bujumbura klonken dit weekeinde granaat-ontploffingen en geweerschoten. Als de Uprona de zaak op de spits drijft, kan Burundi afglijden tot eenzelfde bloedige anarchie als Rwanda. Extremisten, zowel Hutu's als Tutsi's, staan klaar om olie op het vuur te gooien.

Maar er zijn ook gunstige tekenen. De demonstratie verliep vreedzaam. En dat is bijzonder. Het leger schijnt zich afzijdig te houden. Dat deed een waarnemer in de hoofdstad vermoeden dat Minani's benoeming van tevoren, en petit comité, “grondig is doorgepraat met de legerleiding”. En als de legertop zich om welke reden dan ook bij de benoeming heeft neergelegd, zal Uprona hopelijk wel inbinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden