Allan Kaprow - 18 happenings in 6 parts

Aan het begin van het nieuwe jaar belicht Trouw werken die een culturele omslag hebben ingeluid. Aflevering 5: 18 happenings in 6 parts.

Er zou iets gaan gebeuren in de Reuben galerie in New York, in het najaar van 1959. Maar wat? De uitnodigingsbrief bleef er vaag over. ’Als een van de vijfenzeventig aanwezigen zult u deel uitmaken van de gebeurtenissen’. En even verderop: ’Verwacht geen schilderijen, beeldhouwwerken, dans of muziek. De kunstenaar heeft geen enkele intentie om daarvoor te zorgen’. Hij zou slechts zorgen voor wat ’situaties’.

De drie zalen van de galerie waren met materialen visueel toegetakeld, zodat het voor bezoekers leek alsof ze in een driedimensionaal ontploft abstract schilderij stonden. Er klonken vreemde elektronische klanken, er liepen kunstenaars rond die ingestudeerde bewegingen uitvoerden of schijnbaar willekeurige teksten herhaalden. Een van sloopmateriaal in elkaar getimmerd karretje reed langs. Een meisje perste sinaasappelsap. Dia’s flitsten aan en uit. Af en toe kreeg het publiek instructie om zich naar een andere plek te begeven, en dan gebeurde er weer van alles.

De kunstenaar die het allemaal had bedacht, heette Allan Kaprow, en hij wilde eigenlijk geen naam geven aan wat er gebeurde. Vandaar dat hij het gebodene gewoon ’gebeurtenissen’ noemde: ’18 happenings in 6 parts’ – lekker neutraal.

De gebeurtenis als kunst, het was iets nieuws. Er waren meer kunstenaars die rond die tijd experimenteerden met performancekunst. Maar op die avond in 1959 kwam het voor het eerst allemaal echt samen – een ruimte die tot ’installatie’ was verbouwd, de ’performance’ van een gebeurtenis in plaats van het klassieke verhalende theaterstuk, het toeval als onderdeel van zo’n performance, en dit in een setting die we nu herkennen als ’multimedia’ – inmiddels standaardrepertoire van de avant-gardekunst. Maar performancekunst is ook de vader van de flash mobs, die de laatste jaren soms de publieke ruimte op stelten zetten.

Het zou dan ook niet lang duren voor de term ’Happening’ zijn neutraliteit verloor. Hij kwam eerst centraal te staan in de tegencultuur van de jaren zestig, bijvoorbeeld bij de ’Happenings’ die de Amsterdamse provo’s bij het Lieverdje organiseerden. En dan duurt het vaak niet lang voor de commercie zich erop stort: in 1967 namen The Supremes het nummer ’The Happening’ op.

Kaprows performances deden in eerste instantie nogal elitair aan – een volgende stap in de vervreemding van de modernistische kunst van de smaak van ’de gewone man’. Bijna een halve eeuw eerder had Marcel Duchamp al een urinoir tot kunst bestempeld. Nu hoefde je als kunstenaar alleen maar een paar gekke bewegingen te maken, en dan was die gebeurtenis vanzelf kunst?

Kaprow, geboren in 1927, was een product van de modernistische avant-garde. Hij had muziek gestudeerd bij de experimentele componist John Cage, en was als schilder beïnvloed door het abstracte expressionisme van Jackson Pollock. In zijn happenings smolten beide invloeden samen. Pollock was bekend geworden met zijn action painting – het ging niet alleen om het schilderij, ook de woest lichamelijke manier waarop dat tot stand kwam, met klodders verf die vrijelijk in de rondte spatten, was een onderdeel van zijn kunst. Cage was de componist die gefascineerd was door het toeval; hij gooide soms muntjes op om te bepalen welke kant een stuk op moest gaan. Kaprow ging verder dan die twee, door het eindproduct weg te halen; hij was vooral geïnteresseerd in het proces dat eraan voorafging.

Toch doe je Kaprow geen recht als je hem wegzet als elitair kunstenaar. Hij vond juist dat kunst en het dagelijks leven te ver uit elkaar gegroeid waren, en piekerde zich zijn hele leven suf over hoe die twee weer bij elkaar te brengen. De manier waarop hij dat oploste, was zijn grootste vernieuwing: als medium gebruikte hij geen verf of muzieknoten, maar situaties uit het dagelijkse leven. Op een abstracte manier geordend, dat wel.

Zo absurd als zijn happenings waren, was zijn privéleven vaak ook. Hij sprak soms met vrienden af elkaar een week lang op willekeurige momenten te bellen, en gedurende een willekeurige tijd in de hoorn te hijgen. Of hij sjouwde een tijd rond met een emmer aarde, die hij bij iedereen probeerde te ruilen voor een andere emmer aarde, liefst uit een onmogelijke plek opgeschept.

Hij schreef de gebeurtenissen vervolgens op, maar was het daarmee kunst? Zelf was hij daar niet zo zeker van. Hij noemde zichzelf ook wel een un-artist. De recalcitrantie van een Duchamp was hem in ieder geval vreemd. Hij was, in de woorden van zijn biograaf Jeff Kelley, uiteindelijk meer geïnteresseerd in het ’besteden van esthetische aandacht aan alledaagse situaties’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden