Allah steunt alleen de winnaar

De toepassing van excessief geweld is in onze westerse ogen moreel verwerpelijk. Toch is het de sleutel tot succes. Slap optreden bevestigt het beeld van westerse decadentie en lafheid, vindt defensiedeskundige Rob de Wijk. 'Juist het stopzetten van de oorlog tegen het internationale terrorisme is amoreel.'

Sinds begin november, ruim vier weken na het begin van de Amerikaans-Britse aanvallen op Afghanistan, zwelt de kritiek aan. De strijd tegen het internationale terrorisme schoof naar de achtergrond en de pijlen werden gericht op de vermeende effecten van de bombardementen. Er zou een humanitaire ramp dreigen. Nu de Taliban goeddeels van het toneel is verdwenen, zal de roep om afzijdigheid verder toenemen. Maar met de val van de Taliban is de strijd tegen het internationale terrorisme niet gestreden. Zij die afzijdigheid bepleiten, spelen Osama bin Laden in de kaart, lokken ongewild mogelijk nieuwe aanslagen uit en helpen het internationale terrorisme een wereld te creëren waarin de waarden die zij zeggen te verdedigen juist worden vernietigd.

Premier Kok vreesde openlijk voor afbrokkelende steun naar aanleiding van kamervragen. De PvdA en D66 uitten twijfels over het gebruik van clusterwapens. De VVD laakte de onzekerheid over het politieke einddoel van de oorlog. GroenLinks pleitte eerst voor een bombardementspauze en trok vervolgens zijn steun aan de Amerikaans-Britse operatie in. De Socialistische Partij is consequent tegen de oorlog, omdat die niet effectief gevoerd zou kunnen worden.

Dat is geen typisch Nederlands verschijnsel. De Europese Groene partijen, met name die in Duitsland, zitten op de lijn van Rosenmöller. Bondskanselier Schröder heeft de vertrouwenskwestie gesteld nadat een aantal Groenen geen steun voor de uitzending van Duitse militairen wilde geven. En volgens een recente opiniepeiling in Engeland wil meer dan de helft van de Britten een bombardementspauze.

Degenen die om humanitaire redenen voor beëindiging van de strijd pleiten, vonden aanvankelijk dat de aanslagen van 11 september ingrijpen tegen de Taliban en Al-Kaida rechtvaardigden. Maar ze wilden een korte, schone oorlog, met proportionaliteit, effectiviteit en beperking van burgerslachtoffers als randvoorwaarden. Nu willen zij die oorlog beëindigen. Dit getuigt echter van weinig realiteitszin.

Allereerst zijn de aanslagen van 11 september geen acties van een gek. Er werd rekening mee gehouden vanaf 23 augustus 1996 toen Osama bin Laden de Verenigde Staten de oorlog verklaarde. In twee in 1998 uitgevaardigde fatwa's scherpte hij de toon verder aan. De strijd werd verlegd van Amerikaanse instellingen naar het Amerikaanse volk. De oorlogsverklaring bevat heldere doelstellingen: verenig de islamitische wereld onder één politiek-religieuze leider en bevrijd deze oelema van ongelovige zionistische kruisvaarders door de joden en de Amerikanen eruit te verdrijven. Veel van Bin Ladens gedachtegoed kan rekenen op sympathie onder brede lagen van de islamitische bevolking. Dat Bin Laden geen loze woorden sprak, bleek toen in 1998 de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam werden opgeblazen: 224 doden, honderden gewonden. Op 12 oktober 2000 volgde in de haven van Aden in Jemen de aanslag op de USS Cole: 17 doden, 39 gewonden.

In de strijd tegen wat Bin Laden de 'alliantie van zionistische kruisvaarders' noemt, zijn alle middelen geoorloofd. In februari 1999 zei George Tenet, de baas van de CIA, tegen de senaatscommissie voor de strijdkrachten dat er niet de geringste twijfel is dat Bin Laden nieuwe aanvallen voorbereidt en niet zal aarzelen chemische en biologische wapens te gebruiken. Al Kaida heeft onder meer via Iran, Irak en Soedan getracht massavernietigingswapens te krijgen. Door op 11 september vliegtuigen als massavernietigingswapens te gebruiken is een drempel overschreden. Het gebruik van échte massavernietigingswapens is een logische volgende stap. Vorige week beweerde Bin Laden in een interview met een Pakistaanse krant daadwerkelijk over kernwapens en chemische wapens te beschikken; zekerheid daarover ontbreekt echter.

Het bewijs dat Bin Laden achter de aanslagen van 11 september zit, zal mogelijk in de rechtszaal niet overeind blijven. Maar alles wijst in zijn richting. Hij heeft ermee gedreigd en heeft in verschillende videoboodschappen de aanslagen indirect gesteund. Bovendien is Al-Kaida de enige organisatie die in staat moet worden geacht dergelijke aanslagen uit te voeren. De vergelijking met Milosevic dringt zich op. Ook hier is het bewijs dat hij persoonlijk de opdracht tot gruwelijkheden in Kosovo heeft gegeven juridisch moeilijk te leveren. Toch hoor ik niemand die het betreurt dat deze ex-president in Scheveningen is beland.

De tweede reden waarom de strijd tegen het internationale terrorisme niet gestopt kan worden, is dat door de aanslagen vitale Amerikaanse belangen op het spel zijn komen te staan: de nationale veiligheid, het Amerikaanse leiderschap en de geloofwaardigheid van de president. Voor de VS zijn er twee precedenten. Met de Japanse aanval op Pearl Harbour kwam voor het eerst Amerikaans grondgebied onder vuur te liggen. Daardoor raakten de Amerikanen bij de Tweede Wereldoorlog betrokken. De Cuba-crisis (1961) ontstond toen de Sovjetunie kernraketten op het eiland wilde plaatsen, waarmee Amerikaans grondgebied kon worden bereikt. De huidige situatie is nog ernstiger omdat het Amerikaanse economische en politieke hart is getroffen. Het ondenkbare is geschied: het Amerikaanse grondgebied is niet langer onkwetsbaar.

De geschiedenis wijst uit dat als vitale belangen op het spel staan, strijdende partijen bereid zijn tot het uiterste te gaan en niet kúnnen opgeven. De partij die opgeeft, levert zich uit aan zijn tegenstander. In dit conflict staan voor alle partijen vitale belangen op het spel. Voor de Taliban gaat het om het overleven van het regime en daarmee de controle over het land. Voor Bin Laden geldt hetzelfde: het voorbestaan van Al-Kaida, zijn fysieke veiligheid en zijn droom worden bedreigd. Voor Al-Kaida geldt bovendien dat ze bases in vele landen heeft. Als de strijd in Afghanistan is beëindigd, zal ze deze in andere landen voortzetten.

Scenario's

De eerste maand bombardeerden de Amerikanen en Britten terughoudend. Burgerdoelen werden ontzien en met voedseldroppings werd getracht de hearts and minds van de Afghaanse bevolking te winnen en een onhanteerbaar vluchtelingenprobleem aan de Iraanse en Pakistaanse grenzen te voorkomen. Deze aanpak heeft gewerkt. Er stonden géén miljoenen Afghanen voor de grenzen, zoals door de UNHCR werd gevreesd. Maar de militaire resultaten van de bombardementen waren gering.

Nadat de strategie eind oktober werd gewijzigd, volgde vorig weekeinde met de inname van Mazar-i-Shariff door de Noordelijke Alliantie het eerste succes. Daarna ging het snel: Herat en Kaboel vielen zonder slag of stoot. Toen lag de weg naar Kandahar open. Maar daarmee is het internationale terrorisme nog niet overwonnen. Het gaat immers om Bin Laden en zijn netwerk. Laten we de scenario's eens doorlopen.

In het eerste scenario winnen de Amerikanen: nadat de Taliban is gevallen, wordt Al-Kaida in Afghanistan vernietigd, Bin Laden opgepakt en zijn netwerk in andere landen ontmanteld. De kans dat dit binnen afzienbare tijd lukt is klein. Maar de politieke boodschap is groot: terreurbewegingen én regimes die hen steunen moeten voor hun voortbestaan vrezen.

Het wezenlijke obstakel voor een snelle overwinning is dat de Amerikanen en Britten voor een dilemma staan. Bush en Blair meenden dat terughoudend optreden gewenst was. Beperking van de burgerslachtoffers was nodig om de steun van de Europese en islamitische bondgenoten te behouden. Maar uiteindelijk bleek meedogenloos optreden tegen de troepen van de Taliban de sleutel tot succes te zijn, hoewel dit het risico van ongewenste nevenschade vergrootte en vragen opriep over de proportionaliteit. Met dit dilemma zal Amerika ook worden geconfronteerd wanneer het straks in andere landen ingrijpt.

In het tweede scenario staken de Amerikanen de strijd omdat zij AL-Kaida niet kunnen elimineren. Dit heeft grote gevolgen. Draconische veiligheidsmaatregelen zijn dan nodig om onze maatschappij met zijn nadruk op individuele rechten en vrijheden te beschermen. Door die maatregelen worden deze rechten en vrijheden ingeperkt. Terroristen als Bin Laden vormen zo een bedreiging voor de waarden waarvoor wij eeuwenlang hebben gestreden.

Bin Laden is ervan overtuigd dat God aan zijn kant staat, en dat hij de strijd tegen de ongelovigen dus kan winnen en een islamitische staat kan stichten. Een dergelijke redenering is in de islamitische wereld niet ongebruikelijk. De Egyptische televisiepredikant Sjeik al-Sha'rawi zei naar aanleiding van de moord op president Sadat in 1981: 'De moordenaars van Sadat wensten een islamitische staat te stichten. Als ze werkelijk de steun van God hadden gehad, zouden ze daarin geslaagd zijn.'

Bin Laden schijnt zijn hoop uit twee gebeurtenissen te putten die 'aantonen' dat de Amerikanen decadent en laf zijn. In 1983 verdwenen de Amerikanen uit Libanon, na een aanslag waarbij ruim 240 mariniers omkwamen. Tien jaar later verdwenen de Amerikanen uit Somalië nadat 18 soldaten tijdens de eerste humanitaire interventie van na de Koude Oorlog om het leven waren gekomen en de beelden van een dode soldaat die door Mogadishu werd gesleept de wereld rondgingen. Voor radicale elementen bewijzen deze gebeurtenissen dat Amerikanen weliswaar met veel machtsvertoon een conflict aangaan, maar zich terugtrekken als het te gevaarlijk wordt. Bin Laden heeft nu echter een strategische blunder gemaakt: in beide voorbeelden waren geen Amerikaanse vitale belangen in het geding; nu wel. Daarom kúnnen de Amerikanen niet stoppen. Gelukkig is door de successen van de afgelopen week duidelijk geworden aan welke kant Allah momenteel staat.

Het derde scenario is ondanks de euforie rond de militaire successen van afgelopen week voorlopig het meest waarschijnlijke: de strijd tegen het terrorisme sleept zich voort. Henry Kissinger schreef onlangs terecht dat de strijd na Afghanistan pas begint. Dan ontstaat een situatie die volgens mij vergelijkbaar is met de Dertigjarige Oorlog. Deze begon in 1618 in Duitsland, en was aanvankelijk een strijd tussen katholieken en protestanten en tussen de macht van de keizer en die van de vorsten.

Ook nu spelen religie en macht een belangrijke rol. Wij mogen de oorlog dan wel niet als een religieuze strijd met de islam zien, maar de radicalen in de islamitische wereld, gesteund door grote delen van de bevolking, doen dat zeker wel. In de 17de eeuw ging het om een serie kleinere oorlogen die op verschillende plaatsen werden gevoerd. Dat zal ook nu het geval zijn. Momenteel werken Amerikaanse planners aan een brede strategie tegen terrorisme, waarbij bijvoorbeeld wordt opgetreden in Somalië, Somaliland, Irak, Jemen, de Filippijnen en Indonesië.

De Dertigjarige Oorlog eindigde met de Vrede van Westfalen (1648) waar de basis voor het huidige statenstelsel werd gelegd. Dit statenstelsel zal in de kern worden aangetast als de terroristen deze nieuwe oorlog winnen. De staten kunnen hun burgers dan geen veiligheid meer verschaffen.

Excessief geweld

De strijd tegen het internationale terrorisme vereist volgens de Socialistische Partij goed voorbereide, gerichte, kleinschalige operaties. Nadat de terroristen door de inlichtingendiensten zijn opgespoord, moeten speciale eenheden hen uit hun holen halen en voor het gerecht brengen. En deze acties moeten in alle 50 tot 60 landen worden uitgevoerd waar het Al-Kaida netwerk van Osama bin Laden actief is. Deze aanpak is uiterst aantrekkelijk, maar niet uitvoerbaar. Alleen James Bond zou dit kunnen, mits bijgestaan door Q.

De toepassing van excessief geweld is in onze westerse ogen politiek en moreel verwerpelijk, maar wel het enige waarvoor strijders als Bin Laden en regimes als de Taliban respect hebben. De oorzaak is simpel: militaire macht is door Allah gegeven. De sterkste partij heeft Allah aan haar zijde. Regimes in de regio hebben een traditie van excessief geweld. In 1983 trad de Syrische president Assad meedogenloos op tegen de fundamentalistische Moslimbroederschap die zijn regime bedreigde. Zonder aarzelen bombardeerde hij de stad Hama plat, waarbij tussen de twintig- en dertigduizend doden vielen. De Moslimbroederschap bestaat nog steeds, maar levert sindsdien geen echte problemen meer op. Ook in Egypte, Iran, Saoedi-Arabië en Irak is grof geweld tegen de oppositie toegepast. Saddam Hoessein trad het hardst op door in 1987 mosterdgas, VX, sarin en tabun tegen de Koerden in het noorden in te zetten. In Halabja alleen kwamen vijf- tot zesduizend mensen om het leven. Hoewel dat moeilijk met onze opvattingen te rijmen valt, staat God kennelijk aan Saddams zijde.

Islamitische regimes vreesden dat de Amerikanen zo geobsedeerd zijn door het beperken van burgerslachtoffers dat zij niet de moed zouden hebben om excessief geweld te gebruiken tegen de Taliban en Bin Laden. Slap optreden ondergraaft de geloofwaardigheid van de Amerikanen en bevestigt het beeld van westerse decadentie en lafheid. De Koran (22:38-41) zegt: 'God zal de gelovigen verdedigen.' Anders gezegd: de verliezer heeft Gods steun niet. Daarom drong de Pakistaanse president Musharraf bij de Amerikanen aan op een snelle beëindiging van de strijd, waarbij hij geen bezwaar tegen keihard optreden had.

Islamitische leiders maken zich minder druk over randvoorwaarden als proportionaliteit en ongewenste nevenschade. Door hard optreden krijgen de Amerikanen en Britten vooral een probleem met de Europese bondgenoten. Daarom is het politiek handig die bondgenoten te vragen militaire eenheden en middelen ter beschikking te stellen, hoewel daaraan eigenlijk geen behoefte bestaat. Zo worden de bondgenoten gecommitteerd en gedwongen deze oorlog aan hun burgers uit te leggen en er draagvlak voor te kweken.

Dat was vooral nodig toen begin november de Amerikaanse strategie veranderde. De eerste weken werd getracht de Taliban uit het zadel te wippen door de pijlers onder het bewind te bombarderen: het huis van Mullah Omar, politieke en militaire hoofdkwartieren en opslagplaatsen, barakken, vliegvelden etc. Deze beperkte bombardementen hadden weinig effect op de Taliban. De afgelopen weken verschoof de strijd naar de frontposities van de strijdkrachten van de Taliban zelf en werd lokaal excessief geweld toegepast door fuel air explosives en de 15 000 ponds Daisy Cutter in te zetten. Daarmee kunnen in grote gebieden in een klap grote hoeveelheden strijders worden gedood. Bovendien is de klap zo groot, dat grotten waarin zij zich bevinden instorten. De fuel air explosives hebben de uitwerking van een klein kernwapen. De Amerikaanse minister van defensie Donald Rumsfeld was over de inzet van deze wapens duidelijk: het doel is om zo veel mogelijk strijders te doden. Om diezelfde reden ging in de VS de discussie over de mogelijke inzet van kernwapens gewoon door. De verharding bleek ook uit de oplaaiende discussie in de VS over martelen als methode om degenen die met de aanslagen van 11 september in verband worden gebracht tot bekentenissen te dwingen. Een land wiens vitale belangen op het spel staan, gaat tot het uiterste en zet zelfs aanvaarde normen opzij.

Dat zijn dingen die tegenstanders van de huidige aanpak liever niet horen. Nu de belangrijkste steden in handen van de oppositie zijn, zal hun roep om beëindiging van de strijd eerder sterker dan zwakker worden. De Taliban is immers gevallen? Maar hun argumenten bevestigen het beeld van een decadent en laf westen. Nu stoppen speelt Bin Laden in de kaart. Zolang de Taliban zich kan hergroeperen in de bergen, van daaruit een guerrilla kan beginnen, Bin Laden actief blijft en zijn netwerk in andere landen in tact blijft, is de strijd niet gewonnen.

Mensen die voor beëindiging van de oorlog pleiten, laden een grote verantwoordelijkheid op zich. Zij ontberen de mentale hardheid die noodzakelijk is voor de strijd tegen de bedreiging van onze fundamentele waarden en vrijheden. Daarmee ontlopen zij hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun medeburgers. Zij vergeten dat de belangrijkste taak van een regering het verschaffen van veiligheid voor haar onderdanen is. De rest is luxe. Zij stellen het belang van een dreigende humanitaire ramp boven de veiligheid van de eigen burgers. Zo geredeneerd, is juist het stopzetten van de oorlog tegen het internationale terrorisme amoreel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden