All The News That's Fit To Print

Op een gemiddelde zondag weegt 'ie bijna een kilo; The New York Times. Deze zomer viert de Grey Lady uitbundig haar 100ste verjaardag. Pas na het elimineren van zo'n honderd advertentiepagina's kan het serieuze werk beginnen. De voorpagina telt deze zondag zeven artikelen, onder meer over de mysterieuze verdwijning van CIA-directeur William Colby, vrede in Sierra Leone, het uitdiepen van de haven van New York en de rol van de christelijke fundamentalisten in de komende verkiezingen. Vanaf pagina twee is er buitenlands nieuws, wat uniek is in de Amerikaanse pers, waar dat soort berichten meestal verborgen staat tussen kruiswoordraadsels en de horoscoop. Metro Report geeft al het nieuws over de stad, inclusief overlijdensberichten en huwelijksaankondigingen; het is de meest gelezen society-rubriek van de stad. De economische en financiële bijlage telt 37 pagina's. 'Kunst en Cultuur' opent met de Picasso-tentoonstelling in het Museum of Modern Art en de 35 pagina's tellende boekenbijlage heeft als coverstory twee nieuwe biografieën over Stalin. Verder telt de Sunday Times 36 pagina's 'Reizen en Vakanties', de bijlage Week in Review met achtergronden bij het nieuws van de afgelopen week, en natuurlijk het Sunday Magazine, met een verhaal over Christie Whitman, de republikeinse gouverneur van New Jersey en mogelijk Amerika's eerste vrouwelijke president in het jaar 2000. Een New York Times-lezer hoeft zich op zondag voor twee dollar en vijftig cent niet te vervelen.

Als antwoord op al die schreeuwende koppen en moordende oplagestrijd kwam Arthur Ochs met een serieuze krant. Het eerste hoofdartikel na de overname liet de lezers zien wat de nieuwe Times van plan was: “Het onpartijdig brengen van nieuws zonder angs of voorkeur, zonder oog voor partijen, groeperingen of andere belangen.” De slogan van de Times, All The News That's Fit To Print, staat vandaag de dag nog steeds bovenaan de voorpagina. Ochs' Times zou een serieuze krant worden zonder strips of sensationele koppen. En de winst werd direct teruggepompt in de verbetering van de nieuwsgaring (nadat een deel natuurlijk voor de familie opzij was gezet).

En zo zou het 100 jaar blijven. The New York Times overleefde twee wereldoorlogen, een koude oorlog, radio en televisie, en wordt iedere ochtend nog steeds vol ontzag door 1,1 miljoen Amerikanen gelezen.

Max Frankel is de belichaming van de Times, zijn hele leven heeft hij er gewerkt. Toen hij 10 jaar oud was ontvluchtten zijn ouders nazi-Duitsland. Na zijn studie aan de Colombia Universiteit ging hij voor de Times werken. Frankel versloeg onder meer de Hongaarse en Poolse opstanden in de jaren '50 en was correspondent in Moskou en het Caribisch gebied. In 1968 werd Frankel bureauchef in Washington, waar hij verslag deed van de massale anti-Vietnamdemonstraties en de presidenten Johnson en Nixon op de voet volgde. “Toen we voor het eerst hoorden van de inbraak in het Watergate-complex (waar de Democratische partij kantoor hield, A.H.), realiseerden we ons helemaal niet dat Nixon wel eens betrokken zou kunnen zijn”, vertelt Frankel. De scoop was voor concurrent The Washington Post, een achterstand die de New York Times gedurende de hele Watergate-affaire niet meer zou inhalen.

In 1973 won Frankel de Pulitzer-prijs voor zijn verslaggeving over het bezoek van Nixon aan China. In eerste instantie mocht de Times niet mee in het presidentiële vliegtuig naar Beijing, herinnert Frankel zich. Minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger was weer eens boos op de krant. Waarover weet Frankel niet meer, Kissinger lag wel vaker met de Times in de clinch. Uiteindelijk was er één stoel over, en die was voor Frankel. Na tien jaar als redacteur van de opiniepagina volgde Frankel in 1986 Ab Rosenthal op als hoofdredacteur van de New York Times, 's werelds machtigste journalistieke post. Twee jaar geleden ging Max Frankel met pensioen, maar hij schrijft nog wel als columnist voor de zondagbijlage.

Frankel woont aan de chique Upper West Side, aan de rand van Central Park. De dienstbode gebiedt mij in de enorme zitkamer te wachten. Bij het raam staat een vleugel, boven de open haard hangen waterverfschilderijen, en op tafel staan verse bloemen. De typische sfeer van de intelligentsia van New York: elegant en ontspannen. Even later verschijnt Frankel, een grijzende man met vriendelijke ogen. Hij leidt me zijn studeerkamer binnen.

Waarom is de New York Times zo'n invloedrijke krant?

“Dat is simpel, het ligt aan de aard van onze lezers. De leiders van Amerika in Washington, op Wall Street of in Hollywood. Daar ligt onze kracht, veel meer dan in de wijsheid van ons redactioneel beleid of onze briljante columnisten.”

Kortom, de reden voor de wereldwijde invloed van de New York Times is simpel. De gemiddelde lezer heeft een managementpositie, een universiteitsdiploma en een jaarinkomen van meer dan 100.000 gulden. Met andere woorden: de Amerikaanse elite van de Oostkust leest de Times, en dat is nog steeds de elite die deze wereld runt.

En waarom abonneert die elite zich nu al 100 jaar op de New York Times?

“De eerste vereiste zijn geraffineerde en kundige journalisten. Algemene verslaggevers zijn vervangen door specialisten. We sturen geen verslaggever naar een land waarvan hij de taal niet kent. Als hij die niet beheerst gaat hij eerst naar taalles. Dat was vroeger wel anders, toen huurde een verslaggever een tolk in. Tegenwoordig gelooft niemand meer een verslaggever in Moskou of Bejing als die de gesprekken van de man in de straat niet verstaat. Hetzelfde geldt voor de geneeskunde, justitie of wetenschap. Wat de wetenschap betreft gaan we zelfs nog verder. We hebben geen wetenschaps-verslaggevers meer, maar mensen die zijn gespecialiseerd in bijvoorbeeld moleculaire biologie.”

En wat nog meer?

“En dan zijn er de mensen die goed schrijven. De vraag naar elegant, duidelijk en goed proza wordt steeds groter, want dat is wat we uiteindelijk verkopen. Als het alleen maar om informatie gaat, dan heb je ons niet meer nodig. Wij brengen niet alleen het allerlaatste nieuws, wij geven een analyse van het nieuws. Wij doen dagelijks wat tijdschriften als Time en Newsweek wekelijks doen. Wij leggen de krantenkoppen uit, en dat vereist goed proza.”

En de uitgevers?

“De eigenaars, de familie Ochs Sulzberger, streven altijd een hoog kwaliteitsniveau na, zelfs wanneer dat op korte termijn economisch niet verantwoord lijkt. Er moet natuurlijk geld verdiend worden, omdat de familie niet over een eindeloos kapitaal beschikt. Het zijn geen multi-multimiljonairs die de krant meer dan een of twee jaar gaande kunnen houden. Als we geen winst maken betekent dat het einde. Maar de familie is bereid winstgevendheid op korte termijn op te geven om de kwaliteit op de langere termijn in stand te houden. Dat was met name het geval tijdens de twee wereldoorlogen.”

De New York Times won de overlevingsstrijd met de Herald Tribune in de Tweede Wereldoorlog, toen het papier op rantsoen ging en de kranten gedwongen werden minder pagina's te maken. De Herald Tribune besloot te snoeien in het nieuws, maar liet het aantal advertentiepagina's ongemoeid. De New York Times deed het tegenovergestelde. De krant breidde het aantal pagina's met nieuws van het front in Europa en Azië zelfs fors uit. De advertentie-inkomsten daalden scherp, maar het aantal lezers nam toe. Na de Tweede Wereldoorlog was de Herald Tribune definitief verslagen.

Frankel: “Hetzelfde gebeurde toen ik in 1986 hoofdredacteur werd. Vanaf de Wall Street Crash van 1987 ging het bergafwaarts. Advertentie-inkomsten bleven dalen, maar desondanks besloten we de ruimte voor lokaal en sportnieuws te verdubbelen. Daar waren grote investeringen mee gemoeid zonder dat die extra advertentie-inkomsten opbrachten. Maar we vonden dat we de lezers die dienst moesten bewijzen en het was goed voor de krant op de lange termijn. Dat heeft de familie altijd zo gedaan.”

In een poging de middenklasse in de New Yorkse buitenwijken aan zich te binden, introduceerde de Times in de jaren '70 en '80, onder leiding van de pas aangetreden Punch Sulzberger, nieuwe supplementen over woninginrichting, lifestyle en eten. Ook verschenen steeds meer verhalen op de voorpagina over bijvoorbeeld de Kennedy-familie. De krant noemde dit chique 'sociologie', maar velen vreesden dat de Times de kant van USA Today opging.

Frankel: “Sommige verhalen, die je eigenlijk geen Times-verhalen kunt noemen vanwege hun roddelgehalte, worden groot gebracht omdat de televisie of andere dagbladen er zoveel lawaai over maken. De O.J. Simpson-zaak is een goed voorbeeld. Dat werd groot nieuws voor ons omdat onze lezers in Amerika wonen, en wanneer Amerika opgewonden raakt over een bepaalde zaak dan kunnen wij dat niet negeren. Dan is het niet aan ons om te zeggen dat we daar geen belangstelling voor hebben.”

Dus de Times is niet richting sensatiepers opgeschoven?

“Kijk maar eens naar de Times op een doordeweekse dag, op de voorpagina staan 7 à 8 verhalen, 5 of 6 daarvan vind je niet terug in de roddelpers.”

“Er zijn twee soorten nieuws. Allereerst het nieuws van vandaag: een persconferentie van de president of een vliegtuigongeluk. Van het tweede soort kun je nooit zeggen wanneer het precies gebeurt. De lengte van damesrokken bijvoorbeeld, de bevolkingsgroei, aids of de langzame ineenstorting van het communisme. Het was niet zo dat men op een dag plotseling ophield in het communisme te geloven. Dat soort ontwikkelingen en processen vind ik net zo belangrijk, en vaak belangrijker, dan het dagelijkse nieuws. Sommigen noemen dat soft news. Ik heb daar geen moeite mee, als 'zacht' maar niet 'zwak' betekent. Onze lezers zijn er in ieder geval tevreden over.”

Frankel nam een keer ontslag bij de Times, op een vrijdagmiddag. Maar op maandagochtend was hij weer terug op de burelen van zijn krant. Hij kon niet zonder de Grijze Dame.

Wat voor karakter moet je hebben om bij de Times te functioneren?

“Het vereist een heel bijzondere inzet. In ruil voor dit ongelooflijke lezerspubliek moet je jezelf verliezen in een onderneming die groter en belangrijker is dan jezelf, en die gemakkelijk kan voortbestaan zonder jou. En als je daar niet tegen kunt hoor je hier niet thuis. Maar dat geldt voor de meeste grote instituten. Het betekent niet dat we talent of sterren niet waarderen. Integendeel. Maar we kunnen ook zonder een aantal van hen. Wanneer je die sprong eenmaal maakt is het erg opwindend, want je maakt deel uit van iets heel groots en je bent net zo trots op wat je collega's doen als op wat je zelf doet. Je bent deel van een team.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden