Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal ...

Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal...

Kwint heeft erover gepreekt, zie ik tot mijn vreugde, op 22 oktober 1944. De grote J.A. Kwint. Hij zou dit jaar honderd jaar zijn geworden. Ik ben vicaris bij hem geweest. Voor zijn dood gaf hij mij zijn preken, op van die dunne doorslagvelletjes en in gestencilde vorm. Ik moest hem beloven dat ze na mijn dood vernietigd worden.

Hij was predikant van de Duinoordkerk in Den Haag, vlakbij het Catshuis gelegen. Mensen uit Duinoord hadden die kerk daar in 1920 zelf gesticht, want het zwaar-kerkelijke Scheveningen, waar ze onder vielen, weigerde ruimte te geven aan de in hun ogen te lichte gelovigen van het Statenkwartier. Toen waren ze maar voor zichzelf begonnen. Maar in de oorlog moesten zij hun huizen verlaten, de Duitsers wilden er een verdedigingslinie bouwen tegen een mogelijke invasie vanuit Engeland. Ook de Duinoordkerk moest worden verlaten. Korte tijd later zou het fraaie godshuis worden afgebroken. Op zondag 15 november 1942 werd er de laatste dienst gehouden. Kwint preekte over het verhaal van Noach: 'En de Heer sloot de deur achter hem toe.'

Ook ons gezin moest evacueren, het was een van de eerste moeilijke woorden die ik leerde. Elders in de stad vonden wij onderdak, met zijn vijven in twee kamers. Mijn moeder riep de hele oorlog door: 'En de Heer sloot de deur achter hem toe.' Vaak haalde ze herinneringen op aan die laatste dienst.

,,Gemeente, elk van ons draagt een schat van herinneringen aan de ontmoetingen met God in dit heiligdom beleefd. Wij gaan allen samen, ook als kerk, door den zondvloed van dezen tijd. Maar als de deur van de Duin oordkerk achter ons dicht valt, dan staat de ark des behouds nog open. Waarlijk, de Heer der kerk heeft ons tot nog toe hier in de Duinoordkerk geen enkele reden gegeven om het vertrouwen op te zeggen. Wij staan te uwer beschikking, Heer, aangetreden op dezen laatsten Zondag, de militia Christi. Waar Gij voorgaat, volgen wij. Gij regeert. Ook van deze kerk zeggen wij: de Heer sluit achter ons toe, en wat de toekomst brengen moge, ons geleidt des Heren hand, moedig slaan wij dus de oogen naar het onbekende land. Amen.''

Een week later kwam de Duinoordkerkgemeente in de Kloosterkerk bijeen, op het Lange Voorhout, die kerk stond leeg. De gemeenteleden zouden over heel Den Haag en omstreken verspreid raken, maar 's zondags kwamen ze allemaal met een hondentrouw aangezet, als het moest te voet. En waar preekte Kwint over op 22 november 1942, de eerste dienst in de Kloosterkerk? 'Toen bouwde Isaüc daar een altaar en hij sloeg aldaar zijn tent op en zijn knechten groeven er een put.'

,,Gemeente, ik hoef aan dit verhaal niets toe te voegen, wij begrijpen Isaüc weer, niet alleen in ons persoonlijk leven. Die duizenden in onze stad, die het zoo benauwd wordt in de wereld, dat er geen plaats meer voor je is en waar moet je heen, geen dak boven je hoofd, weg van al wat een menschenleven lang is opgebouwd, je huis, je bedrijf, je werk, je gezin, de stad uit, weg van de bronnen die vader Abraham gegraven heeft en waar hij namen aan heeft gegeven, de goede, vertrouwde namen, waaraan vastzit heel de historie van een voorgeslacht, de traditie, de liefde, de toewijding van hen die ons voorgingen.''

,,Kwint heeft ons door de oorlog gehaald,'' zei mijn moeder altijd. Dat was haar manier om te zeggen dat zij het zonder geloof niet gered had. En er was nog iets wat haar nooit meer heeft losgelaten: het beeld van een met voedsel volgetaste avondmaals tafel tijdens de jaarlijkse oogstdient. Ik zie dat ook nog voor me: tot in de hongerwinter toe lag daar een overvloed aan kostelijk voedsel, grote broden, druiventrossen, het was alsof je droomde.

Welnu, in zo'n oogstdienst preekte Kwint over een tekst, ontleend aan de profeet Habakuk, op 22 oktober 1944.

'Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal en er geene vrucht aan den wijnstok zijn zal, en dat het werk des olijfbooms liegen zal en de velden geene spijs voortbrengen, dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal en er geen rund in de stallingen wezen zal -zoo zal ik nochtans in den Heere van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.'

Meer dan een halve eeuw geleden is het. Ik moet er niet aan denken dat die preken straks in de versnipperaar gaan.

,,Gemeente, alhoewel de vijgeboom dit jaar niet bloeien zal, alhoewel... en vult u nu maar in, heel de nood van het oogenblik... alhoewel het ergste gebeurt (hoeveel kunt u hebben?) zegt het geloof: het beste kan mij niet geroofd worden, want ik ben verzekerd dat dood noch leven noch gevaar of zwaard, noch de honger (Paulus zegt het er expres bij) mij scheiden kan van het beste, van de liefde van Christus.''

,,Gemeente, er is een tijd geweest, waarin wij in ons land de gaven Gods als een vanzelfsprekend recht ons toe-eigenden en er mee deden naar believen. Wij hadden die gaven, maar de Gever waren wij kwijt. Het zou onze slechtste oogstdienst niet zijn als vandaag, nu de gaven der natuur ons maar heel gebrekkig bereiken, het geloof van Habakuk onze troost werd, als met andere woorden de Gever ons meer waard was dan de gaven.''

Gedenken wij hen die ons voorgingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden