Alhaide (11) krijgt nummer 1647

Sinds de uitbraak van ebola krijgen alle doden in Sierra Leone dezelfde behandeling. Ieder lijk geldt als extreem besmettelijk. Trouw was getuige van de overbrenging van het dode jongetje Alhaide naar het kerkhof. 'Daar kan iemand het grafnummer noteren, zodat de papa weet waar zijn kind ligt.'

Wat is het telefoonnummer van de mama?", vraagt Mustapha Rogers. Voor hem, in de schaduw van een boom, staan en zitten een twintigtal mannen, vrouwen en kinderen. Ze zijn heel stil, hun blik is strak op Rogers gericht. De mama heeft geen telefoon, antwoordt een man. Het nummer van de papa dan, vraagt Rogers. De man haalt zijn telefoon uit zijn broekzak, zoekt een nummer op en geeft het toestel aan Rogers. Die noteert wat er op het schermpje staat in zijn schrijfblok.

Rogers werkt in rap tempo een checklist af. Op zijn blok staan al een naam en een leeftijd: Alhaide Seshey, elf jaar oud, is een paar uur tevoren gestorven, in de vroege ochtend van 6 maart. "Had hij koorts?", wil Rogers weten. "Ja", antwoordt de man, de oom van het kind. "Had hij last van zijn buik?" Nee, dat niet. Gaf hij over, had hij hoofdpijn, was hij aan de diarree, vraagt Rogers. Al doorvragend komt hij met de familie uit op de enige kwaal waar het kind aan leed: oogproblemen.

De vijftiger Rogers werkte tot augustus vorig jaar op de afdeling marketing van een dochteronderneming van British American Tobacco in Freetown. Toen het dodelijke ebolavirus in volle hevigheid toesloeg in Sierra Leone, sloot het bedrijf de poort. "Dat gaf mij de gelegenheid om dit werk te doen", zegt Rogers. "Zo houd ik het hoofd boven water."

Het is niet zijn taak om een doodsoorzaak vast te stellen. Rogers staat daar, op het veldje voor het huis van Alhaide, om zaken in goede banen te leiden. Communications officer is hij van begrafenisteam nummer 7 van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan. Hij is degene die probeert families van overledenen en hun buren door de volstrekt onwerkelijke situatie waarin ze zijn beland heen te loodsen. "Is er een imam? Haal de imam!", zegt Rogers.

undefined

Bel 117

Sinds oktober vorig jaar is iedere familie die een dode te betreuren heeft verplicht om direct 117 te bellen. Via dit gratis noodnummer van de overheid komen naam en adres van de overledene terecht bij een van de ruim honderd begrafenisteams die Sierra Leone telt. Die haalt de dode nog diezelfde dag thuis op en brengt hem binnen 24 uur naar zijn laatste rustplaats.

De verplichting is helder: iedere dode moet worden gemeld, ongeacht de doodsoorzaak. Ook wie stierf van ouderdom, aan aids of malaria wordt opgehaald. Op die manier is het niet langer aan families om te bepalen of hun dierbare leed aan ebola en dus een risico vormt.

Veilige begrafenissen zijn cruciaal in de strijd tegen ebola, want het lichaam van een overleden ebolapatiënt is extreem besmettelijk. De gebruikelijke manier van afscheid nemen - het wassen van de overledene, het aanraken van de dode als laatste vaarwel - is levensgevaarlijk en een van de oorzaken dat de ziekte zo om zich heen heeft gegrepen.

undefined

Grafnummer

Tot zo ver de rede. Ondertussen ligt in de Moyieba Community, een arme wijk in de heuvels van Freetown, een elfjarig jongetje dood in zijn bed. Alleen. Zijn familie staat buiten, zijn moeder laat zich aanvankelijk niet zien. Alhaide's dood kwam onverwacht; zijn vader is niet thuis. "Stuur vast wat familieleden naar het King Tom-kerkhof", raadt Rogers aan. Dat is nog wel een eindje rijden en de familie heeft geen eigen vervoer. Team 7 moet hierna nog twee doden ophalen en zal Alhaide's familie treffen op het kerkhof waar de drie overledenen tegelijk begraven worden. "Dan kan iemand het grafnummer noteren, zodat de papa weet waar zijn kind ligt."

Terwijl Mustapha Rogers zijn aanwijzingen geeft, beginnen de negen andere leden van team 7 aan hun werk. Vanaf de weg en van tussen de huizen gadegeslagen door vele ogen, zetten ze een oranje stretcher neer en twee grijze spraytanks met chloorwater.

Een vrouw bedekt haar neus als twee mannen de grond voor het huisje beginnen te ontsmetten. Op de natte grond trekken vier teamleden een tweede pak aan over het blauwe uniform dat ze al dragen. Drie hullen zich in het wit, een in het grijs. Witte handschoenen trekken ze aan. Over de capuchon van hun pak gaat een extra kap, die hun hele hoofd en gezicht bedekt, met uitzondering van de ogen. Voor die ogen bevestigt een collega een soort duikbril. Hij doet ze een wit plastic schort voor en helpt ze in een tweede paar handschoenen. Oranje dit keer. Voor hun hoofd krijgen ze nog een extra plastic scherm.

Een minuut of twintig zijn ze bezig, op een paar meter van de familie. Een van de mannen pakt de witte lijkzak waar Rogers eerder met zwarte stift de naam van het jongetje op schreef. Als ze het huis van de dode jongen in gaan, kijken maar weinig mensen hun kant op. Zij luisteren naar Rogers, die zich inmiddels tot alle omstanders heeft gericht. "Stop je telefoontjes weg", roept hij met luide stem, schor van alle eerdere keren dat hij een menigte toesprak. "Don't snap!" Niemand neemt hier kiekjes. Niet kies, is de boodschap.

Hij spreekt soms Engels, soms Krio, een mengsel van Engels en Afrikaanse talen. "De president van dit land zegt: Het gevaar is nog niet geweken", schreeuwt hij. "De aantallen gaan op en neer, op en neer. Dus wat moeten we doen? Elkaar niet aanraken! Laten we deze ziekte Mama Salone uit jagen!"

Als Alhaide naar buiten wordt gedragen, zijn kleine lichaam onzichtbaar in de grote bodybag, gebaart Rogers iedereen naar achteren. De jongen wordt onder de boom gelegd, waar eerder zijn familie zat. Zijn moeder komt; een crèmekleurige tuniek met zwarte bloemen aan, een zwarte doek om haar hoofd. Alhaide's oom en drie vrouwen voegen zich bij haar. Ze wassen hun handen met chloorwater. Een vrouw begint te huilen en ook de moeder breekt, maar ze herneemt zich. De imam is niet gearriveerd. Terwijl vlak naast hen de vier mannen van team 7 worden gesprayd en uit hun pakken geholpen, bidden de vijf voor de ziel van het overleden kind. Niet lang, want Alhaide moet de auto in. Even nog staat zijn moeder alleen bij de witte zak. Ze huilt, draait zich wanhopig naar de omstanders, die ook huilen. Dan houdt ze plots op en loopt weg.

Als team 7 Alhaide van de oranje stretcher heeft getild, in hun gesloten pick-up legt en zich klaarmaakt om te vertrekken, arriveert een auto beladen met matrassen. Twee mannen stappen uit en trekken oranje pakken aan. "Iedere familie krijgt een nieuw matras", legt Rogers uit. "Het oude wordt verbrand of gedumpt."

undefined

In colonne

Over de hobbelige weg die Moyieba verbindt met het lagere deel van Freetown rijdt team 7 in colonne naar beneden. Voor- en achterop een pick-up met de alarmlichten aan, daartussenin vier mannen op brommers. De volgende twee doden, een vrouw van 57 en een vrouw van 33, liggen in hun huizen in de wijk Kissy, bij de monding van de Sierra Leone Rivier.

Team 7 heeft haast. Als het even kan creëert de voorste chauffeur een derde rijbaan en schiet zo tussen het andere verkeer door.

"Ja, dat is gevaarlijk. Kijk!", zegt een jongen die op een brommertje rijdt, eenmaal in Kissy. Hij pakt de arm van een collega die net langsloopt. "Dit litteken heeft hij zo opgelopen. Een collega van ons heeft beide benen gebroken."

Student is hij, maar alle scholen zijn dicht. Dus rijdt hij mee met begrafenisteams, in opdracht van het ministerie van gezondheid. Zeven dagen per week hult hij zich drie, vier, soms vijf keer per dag in een beschermend pak en neemt monsters af van de doden die team 7 ophaalt. Die worden allen op ebola getest.

Zo verdient hij zijn geld, maar hij betaalt ook een prijs. Zijn familie wil niet dat hij nog thuiskomt. "Ze zijn bang dat ik de ziekte meebreng. Ik ben dakloos, daar komt het op neer", zegt hij. Hij slaapt bij vrienden, soms huurt hij wat met een paar van de andere jongens. Maar zodra men weet waarmee ze hun brood verdienen, wordt de huur opgezegd. Wat hem drijft? "Ik doe dit voor mijn land."

De families van de twee dode vrouwen zijn welgestelder dan die van Alhaide. Ze volgen team 7 met twee eigen auto's en een taxibusje. En dat is maar goed ook, want er komt bericht dat het King Tom-kerkhof vol is; de doden moeten naar het kerkhof in Waterloo, even buiten Freetown. Zelfs als het lukt om de familie van Alhaide daarvan op de hoogte te stellen, zegt Rogers, dan redden ze het nooit om er op tijd te zijn.

Het kerkhof van Waterloo is een bloedhete, rode zandvlakte, vol versgedolven en recentelijk gevulde graven. In het midden staat één palmboom. De families hebben louter mannen gestuurd om de doden naar hun laatste rustplaats te begeleiden. "Vrouwen zijn heel emotioneel", legt Mustapha Gamanga uit. "Die kiezen ervoor om thuis te blijven."

Gamanga is onderwijzer, maar werkloos sinds de overheid de scholen sloot. Hij is nu communicatiemedewerker bij het Rode Kruis. Zijn familie heeft er geen moeite mee dat hij optrekt met begrafenisteams. "Ze weten hoe ik in elkaar zit. Toen er in 2012 cholera uitbrak, heb ik ook geholpen."

Met witte plastic slofjes over hun schoenen, op zo'n vijftien meter van de graven, kijken de twee families toe hoe een groep grafdelvers hun dierbaren ter aarde bestelt. De kinderen van de 57-jarige vrouw zijn nog snel met machettes van het kerkhof afgelopen om verse takken te verzamelen. Die gaan met hun moeder mee het graf in.

Alhaide en de 33-jarige vrouw krijgen takken mee die het kerkhof heeft klaarliggen. Zonder veel omhaal verdwijnen de witte lijkzakken onder het rode zand. Een simpel stokje met hun naam en nummer geeft aan wie in welk graf ligt.

Alhaide Seshey is 1647.

undefined

Brandhaard Freetown

De afgelopen week doken er dagelijks tussen de twaalf en zestien nieuwe gevallen van ebola op in Sierra Leone, met hoofdstad Freetown als grootste brandhaard. Begin maart lag dat daggemiddelde nog onder de tien. Elf van de 58 gevallen die de Wereldgezondheidsorganisatie telde in de eerste week van maart, zijn post-mortem vastgesteld.

Het totaal aantal besmettingen in Sierra Leone ligt rond de 11.650, de WHO telde tot begin maart 3629 doden.

undefined

Besteding 555-geld

Begin februari werden in Sierra Leone wekelijks ruim veertig 'onveilige begrafenissen' gemeld, ofwel: families die hun doden zelf begroeven. In de eerste twee weken van maart waren dat er drie, zo blijkt uit cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Een deel van de ruim 10 miljoen euro die Nederland via Giro 555 bijeenbracht ter bestrijding van ebola is uitgegeven aan 13.000 stuks beschermende kleding voor begrafenisteams, 10.000 lijkzakken, 78 sprayers, chloor, laarzen en desinfectiegel. Naar schatting zijn er zo'n 950 veilige begrafenissen uitgevoerd met Giro 555-geld.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden