Alexei Ogrintchouk: Het Nederlandse publiek geeft de musicus iets terug

Alexei Ogrintchouk, de 22-jarige uitzonderlijk talentvolle hoboïst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, kwam een kleine twee jaar geleden naar Nederland. Rechtstreeks uit Parijs waar hij zijn conservatoriumopleiding had gevolgd.

Ogrintchouk auditeerde bij het Rotterdamse orkest en werd aangenomen: zijn eerste baan als orkestmusicus. Hij geeft eerlijk toe dat de aanwezigheid van zijn landgenoot Valeri Gergjev, die chef-dirigent is in Rotterdam, zijn beslissing om hier te gaan werken heeft beïnvloed. ,,Het is mijn eerste orkest, mijn eerste gelegenheid om kennis te maken met alle grote muziek van Mahler, Bruckner, enzovoorts.''

Ogrintchouk begon op negenjarige leeftijd hobo te spelen en vertrok toen hij zestien was naar Parijs om daar verder te studeren. Door zijn komst naar Nederland is zijn leven er niet eenvoudiger op geworden, want hij verdeelt zijn tijd tussen zijn vaderland, het land van zijn opleiding en het land waar hij werkt. ,,Het RPhO heeft twee solohobo isten. Mijn collega en ik spreken af wie welk programma speelt, wie bijvoorbeeld met Gergjev Mahler doet en wie met Simon Rat tle Wagner. Dat gaat op een prettige manier, er heerst een goede atmosfeer in het orkest.''

Ogrintchouk roemt ook de professionaliteit van de attente toeschouwers die altijd goed op de hoogte zijn van muziek. De Rus herinnert zich zijn debuut in het Amsterdamse Concertgebouw, een halfjaar geleden. ,,Een belangrijk moment in mijn carrière. De druk was enorm. Maar die verdween omdat ik vanaf het begin de concentratie van het publiek opmerkte. Tijdens het spelen kreeg ik iets terug voor wat ik gaf. Er hing een grote intensiteit in de zaal. Dat was geweldig, net als het applaus na afloop.''

Hoe blij hij ook is met zijn verblijf in Rotterdam, Ogrintchouk mist de Russische strijkersklank in zijn eigen orkest, de kracht en warmte die te herkennen zijn in Russische strijkers als de violist Oistrakh en de cellist Rostropovitsj. ,,De Russische klank is niet beter, maar anders. In geen enkel ander land zal ik die vinden. Maar de Nederlandse klank lijkt in ieder geval meer op die van de Russen dan de Franse klank, al missen we soms wat 'power'. In Nederland vind ik vooral de koperblazers buitengewoon.'' Over de houtblazerssectie doet Ogrintchouk wat voorzichtig. Hij komt uit de Franse school en die is totaal anders dan de Nederlandse. ,,De Franse klank is licht en direct en springt er in een orkest uit. De Nederlandse klank is donkerder en mengt meer met de andere instrumenten. Laten we zeggen dat we nu een mooie mix hebben in ons orkest.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden