Review

Aldo Ciccolini toont zich in Amsterdam een vitale klaviermagiër

AMSTERDAM - Vrijwel ieder jaar probeert concertorganisator Marco Riaskoff in zijn serie Meesterpianisten in de grote zaal van het Amsterdamse Concertgebouw een oude meester te lanceren. Het gaat dan om een grote pianist, die om een of andere reden op de Nederlandse concertpodia nooit (voldoende) is doorgebroken.

Zo maakte de 76-jarige Aldo Ciccolini zondagavond zijn debuut in deze serie. Het was niet zijn eerste optreden in het Concertgebouw: in de zomer van 1989 gaf hij al een indrukwekkend recital in de grote zaal ter afsluiting van een masterclass. Daarna bleef het weer stil rond deze interessante pianist, wiens reputatie in Nederland verder alleen gestoeld is op zijn ongeveer honderd plaat- en cd-opnamen.

In april van dit jaar dook Ciccolini opeens op voor een korte tournee in Nederland. Met zijn prachtige, aan Ravel en Debussy gewijde recital in het Utrechtse Vredenburg liet hij toen horen dat hij op een artistiek hoogtepunt in zijn lange carrière stond. Zijn spel getuigde toen van een exceptionele combinatie: een nog volledig gave techniek en een grote verdieping. Een half jaar later bleek dat de klaviermagiër alleen nog maar aan vitaliteit gewonnen had.

Ciccolini begon de avond met het complete eerste boek van de Préludes van Claude Debussy. Hij speelde het met een prachtige concentratie en een instelling die erop gericht was niet zichzelf of het publiek te behagen, maar om de muziek te dienen. De pianist liet zich dus niet verleiden tot extravagante kleuringen en op het eerste gehoor leek deze sobere interpretatie van Debussy afstandelijk. Maar juist omdat Ciccolini emotioneel zo betrokken is bij deze muziek, kon hij die zo spelen; een verworven evenwicht als uitkomst van zeventig jaar musiceren.

Het publiek was gevraagd tussen de afzonderlijke Préludes zo stil mogelijk te zijn in verband met de radio-opname. ,,Dit is het beste publiek ter wereld'', zei de maestro na afloop van het concert in de solistenkamer. Ook de vier werken van Franz Liszt bracht hij onder één spanningsboog, door tussendoor geen applaus te dulden. Het enthousiaste publiek liet zich met moeite intomen, maar de contrasten in stemmingen van de vier werken kwamen zo wel optimaal tot uitdrukking. In twee toegiften, een wel erg romantisch opgevatte Sonate in E van Scarlatti en een ontroerend mooi gespeelde Impromptu in As van Schubert, liet Ciccolini horen ook buiten zijn specialismes veel te vertellen te hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden