Alchemie en symboliek in vrijmetselarij

De rituelen van de vrijmetselarij wortelen, in ieder geval ten dele, in de alchemie. De symboliek bewerkt in de deelnemers een religieus rijpingsproces dat niet rationeel te verklaren is en te vergelijken is met het alchemistisch werk - het opus. De reizen door de elementen, mythologische thema's en de getallen drie en vier spelen daarbij een belangrijke rol, aldus Marc Journée in zijn proefschrift over vrijmetselaarssymboliek.

Als een kandidaat-Vrijmetselaar tot de eerste graad van leerling wordt gewijd, moet hij eerst afdalen in de donkere kamer. Dit is meestal een kelderruimte waarin hij symbolische objecten aantreft, onder ander een schedel, een afbeelding van een haan, een zandloper en de drie chemische substanties zwavel, zout en kwik. De betekenis van deze objecten moet de kandidaat enige tijd op zich laten inwerken. Na het verblijf in de kelderruimte wordt de leerling-in-spe geblinddoekt en naar boven gevoerd naar de loge waar het ritueel verder gaat met het symbolisch reizen door de elementen water, vuur en lucht.

De eerste reis is de loutering door het water. De ceremoniemeester leidt de kandidaat door de tempel waar hij een aantal hindernissen moet overwinnen en nat wordt gemaakt. Dat water moet om symbolische redenen uit zichzelf opdrogen. Het hele ritueel vindt plaats in een sfeer met veel lawaai of harde muziek, wat de verwarring die het element water met zich meebrengt moet weerspiegelen. Hierna volgen de confrontaties met de elementen vuur en lucht. Ter afsluiting moet de bittere beker worden geledigd die het zinnebeeld is van het lijden dat noodzakelijkerwijs verbonden is met het menselijk bestaan.

In zijn proefschrift analyseert de Belg Marc Journée - onlangs gepromoveerd aan de Rotterdamse Erasmus-universiteit - deze rituelen nauwgezet op basis van de analytische psychologie van de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung. Jung heeft zich uitgebreid met religieuze en alchemistische symboliek beziggehouden en veel van deze thema's zijn herkenbaar bij de vrijmetselaars.

Zo verwijzen de drie chemische substanties kwik, zout en zwavel in de donkere kamer direct naar de alchemie van Paracelsus. Daarin draaide het allemaal om een eenheid verbeeld door de Steen der Wijzen die uit deze drie substanties kon ontstaan. De stoffen zijn niet chemisch van aard, maar symbolen van kosmische of psychische principes. Door de vereniging van de tegenstellingen in de psyche, aangegeven door mannelijk zwavel en vrouwelijk zout die via het bewegelijke kwik bij elkaar worden gebracht, kon de mens een soort religieuze verlichting ervaren.

Ook de afdaling in de donkere kamer, waar zich immers een schedel bevindt, is herkenbaar als de duisternis of de depressie die aan de verlichting voorafgaat. In de alchemie wordt dit aangegeven door de fase van de nigredo, de zwartwording of de verrotting. Na de nigredo volgt de witwassing of albedo en tenslotte de rubedo, de roodwording die het proces voltooit. Dan zijn de elementen, water, vuur, aarde en lucht met elkaar verenigd waardoor de pijnlijke tegenstrijdigheid en verscheurdheid in de psyche zijn overwonnen.

Volgens Journée is de loge opgebouwd als een verbeelding van deze innerlijke alchemistische processen. Zo ondergaat de kandidaat tijdens het ritueel de alchemistische heelwording door de directe inwerking van de symboliek. De loge is dus een soort generator van symbolen die de vrijmetselaar meetrekt in het religieuze ontwikkelingsproces. In het leerling-ritueel ervaart de kandidaat bijvoorbeeld de elementen aarde, water, vuur en lucht waaruit de mens is opgebouwd en ook het gevoel van verscheurdheid dat bij die tegenstrijdige elementen hoort.

Het ritueel, zo benadrukt Journée, is altijd een irrationele ervaring en is nooit volledig te verklaren. De symboliek van de vrijmetselaars, die innerlijke psychische processen weerspiegelt, heeft een invloed op het onbewuste van de deelnemers. Figuren als de Opzieners van de loge en de Voorzittend Meester corresponderen symbolisch met beelden in de onbewuste psyche van de kandidaat. Door het ritueel te ensceneren wordt het tot dan toe onbekende innerlijk van de kandidaat inzichtelijk gemaakt en komt er een bewustwordingsproces op gang. Dat geldt ook voor de rituelen van de hogere graden, die van gezel en meester.

In de rituelen komen de getallen drie en vier steeds terug. Die getallen verwijzen naar een pregnant religieus probleem van deze tijd, de ontwikkeling van triniteit naar viereenheid, een kwestie waaraan Jung zoveel aandacht heeft besteed. De triniteit verwijst naar zuivere geest en morele strengheid zoals die in het christendom gestalte krijgt. De viereenheid neemt naast de geest ook de materie en het lichaam en daarmee tegelijkertijd de duisternis en de duivel op, datgene wat niet moreel beheerst wordt.

Volgens Journée hangt de vrijmetselarij als het ware tussen de drie en de vier in. Er zijn vrijmetselaars die zich toeleggen op morele ontwikkeling, de vertegenwoordigers van de drievuldigheidssysmboliek. Maar ook de viereenheid is vaak terug te vinden, in het bewustzijn dat God ook een duistere kant heeft, en bijvoorbeeld in de vier elementen. Vrijmetselaars die zich hierop concentreren volgen vaak een individuele spirituele weg die gericht is op innerlijke heelwording. Zo bekeken geeft de vrijmetselarij bij uitstek uitdrukking aan een belangrijke religieuze spanning die in onze tijd op de voorgrond treedt.

Marc Journée: Analytisch-psychologische conceptualisatie van het symbolische bij C.G.Jung. Onderzoek van het statuut daarvan in een bekend westers esoterisch genootschap: de Vrijmetselarij. Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden