Opinie

Alcestis laat de dood zien als de omtrek van het leven

Lucht en aarde, leven en dood, ziel en lichaam vormen parelende contrasten in het wondermooie decor dat Stef Stessel van het Antwerpse gezelschap De Roovers maakte voor hun voorstelling van 'Alcestis'.

In deze tragedie van Euripides kiest Alcestis voor een zelfgekozen dood en wendt daarmee het lot dat voor haar echtgenoot Admetos was beschikt, namelijk dat hij jong moest sterven, af op zichzelf.

De 'Alcestis', Euripides vroegst bewaarde stuk, is eigenlijk geen tragedie, maar een 'tragische burlesque, waarin Admetos'oude vriend Heracles, bezig zijn twaalf werken te verrichten, langs komt. Omwille van de gastvriendschap wordt hij onwetend gehouden van de rouw die in het huis heerst, en hij zet het dan ook vrolijk op een zuipen.

Wanneer een dienaar van Admetos hem wijst op het ongepaste van zijn gedrag, vertrekt Heracles onmiddellijk en sleept Alcestis voor de poort van de Hades weg. Hij keert terug naar het paleis en biedt Alcestis als 'nieuwe vrouw' de koning aan. Dit grand guignol van de dood is de grappige ontknoping van het drama.

De Roovers spelen het stuk in de bewerking van de Engelse dichter Ted Hughes (1930-1998). De 'poet laureate' zou hiermee kort voor zijn dood een ware zwanenzang van zijn oeuvre hebben geschreven over zijn vrouw Sylvia Plath die zelfmoord pleegde.

In zijn bewerking is de rol van Heracles nog sterker geworden: zijn twaalf werken, in wezen tartingen van de dood, trekken voorbij en ook schiet hij de gier neer die elke dag aan Prometheus' lever komt pikken.

Links voor op het toneel heeft Stessel een graf van turf neergelegd, waarin de naakt uit haar bad stappende Alcestis (Sofie Sente) wordt gelegd. Midden op het toneel hangt een glazen raam (de lucht) boven een bed van kiezels. Hierop vlijt Alcestis zich neer en trekt met witte verf de omtrek van haar lijf op het glas. Bij deze dode omtrek van de gestorven Alcestis rouwt Admetos (Robby Cleiren), in een lang bruin gewaad en dito hoed zoals men de goden van Egypte op de antieke reliëfs ziet afgebeeld (ontwerp Valentine Kempynck). Luc Nuyens is Heracles in leeuwenpels en met knots: één borreling van vrolijkheid en leven in contrast gezet met de rouwenden.

Het graf van turf en de glazen plaat die kantelend omhoog wordt gehesen vormen de enige twee elementen van de scenografie en het werkt verbluffend: Theater en beeldende kunst komen autonoom samen met een verstilde zeggingskracht. De koren (Wim van der Grijn, Kyoko Scholiers en Luc Nuyens) zijn rouwliederen over de almachtige godin Anangke, de Onvermijdelijkheid, door vertaler Bernard Dewulf weergegeven met 'Noodzakelijkheid', wat toch iets stroever klinkt dan 'Necessity'.

Maar de poëzie van de voorstelling maakt hier werkelijk sprakeloos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden