Albert

Wim Boevink

Hij stond in een hoekje van de kamer, onder de grote palm.

Albert in zijn ongeschaafde, vurenhouten kist. Dadelijk zou hij het huis uitgedragen worden. Dat bijzondere, piramidevormige huis, langs de Hoofdweg in Finsterwolde. Het huis dat jarenlang een onwaarschijnlijke buitenpost was van de moderne kunst, onberoerd door de modestromingen van de Randstad.

Albert Waalkens, de Oost-Groningse hereboer die galeriehouder werd, is dood.

’Het is windstil’ stond er boven de rouwadvertentie. Je zou kunnen zeggen dat er altijd een zekere stilte om hem heen hing, een stilte in dat roerloze. Een kijker was hij, een prisma, kunst was iets dat ’door de oogjes naar binnen moest’. Hoe dat vervolgens bij hem van binnen werkte, wat die kunst daar precies uithaalde, dat weten we na al die jaren en al die interviews nog steeds niet. Hij was alleen maar ’gelegenheidsgever’ zei hij en omschreef zichzelf als een ’bak bloempotaarde’. Daar is dat roerloze weer.

Maar vandaag, op de dag van zijn crematie, moest hij in beweging komen. Hij werd, in zijn met narcissen bedekte kist, naar buiten gedragen, het erf op, waar een enorme, koningsblauwe touringcar op hem stond te wachten. Die zou hem naar Appingedam rijden, maar nog één keer zou de bus hem – via omwegen – door zijn geliefde land rijden, het Oldambt van onmetelijke akkers en indijkingen, het land van de graanrepubliek die het ooit was. Windstil was het niet bepaald, wolken joegen langs de hemel, maar ook zonlicht snelde over de velden met opkomend koolzaad.

De bus was het dorp uitgereden, langs het bedrijf dat zijn oudste zoon, het Kamerlid, nu bestierde. Het ging richting het noorden, door het uitgestrekte en kale Reiderland, door de dijkcoupure van Piet Tuytel, een van ’zijn’ kunstenaars, de Carel Coenraadpolder in en dan over de dijk naar de brede bocht van Eems en Dollard, voorbij Termunterzijl. We zagen hem vanuit een volgauto door het landschap schuiven in die grote, gekke blauwe doos van de uitvaartonderneming, over landwegen waar nimmer een bus kwam. Kieviten zweefden boven de velden, en buizerds. Bij Borgsweer vloog een ooievaar op, in een statig saluut. Bij Tjuchem bracht de bus een groet aan het beeld van de grote Lenin, die vanachter een hek al stond te zwaaien. Gerard Reve beschreef Albert eens als ’die schatrijke en daarom met het kommunisme flirtende hereboer’, dus de groet was op zijn plaats.

En toen was daar het mooie, eenvoudige crematorium van Appingedam. ’Stilleweer’ heette het, alsof het zo moest zijn. Op het water erachter landde juist een aalscholver. Ik dacht terug aan dat hoekje van de kamer, toen Zhuang Hong Yi, schokkend van verdriet over de kist gebogen stond. Een gevierd Chinees kunstenaar, mondiaal doorgebroken, ateliers in Nederland en Peking.

Maar in Finsterwolde was het begonnen, in die bak met potaarde.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden