Albert Verwey en zijn Finse forellen

Ga je in het voorjaar een weekend naar London, Berlijn, New York of Parijs, dan weten de achterblijvers onmiddellijk te vertellen waar je niet en waar je wel heen moet gaan. Zeg je dat je een paar dagen naar Belgie gaat, dan kijkt het gehoor je verveeld aan: ja nou en, wat wou je daar mee zeggen? En kondig je een weekeindje Finland aan, dan stuit je steevast op een dijk van achterdocht: wat moet je daar, eland eten soms?

Rendierpate heeft inderdaad z'n eigen charme, maar er is in Finland nog net iets meer te verzinnen, ook voor degene die niet van wandelen en fossiel-zoeken houdt. Je moet natuurlijk niet zo omslachtig beginnen als de Tachtiger Albert Verwey, die na maanden tobben en geld tellen en tal van veertboten uitzoeken eindelijk tot zijn Finse reis besloot, en daar in 'De Forellenvisscher' (Slibreeks, bezorgd door Charlie Marie Boelhouwer, Middelburg, 1992) over bericht. Alhoewel omslachtig - misschien bereidde men zich aan het begin van de eeuw tenminste nog op een reis voor! Dat hij als enige Tachtiger naar Finland trok heeft vanzelfsprekend niets te maken met het feit dat zijn naam ook op 'gewei' rijmt. In een brief aan zijn kinderen, van 27 juli 1909, lijkt Verwey de Finse essentie aardig bij de hoorns te hebben:

"Lieve Kinderen,

Sinds gister zyn we weer vereen op Tufkulla, baden in het meer en wandelen. Zulk een wandeling, zooals wy zoo pas volbracht hebben, zul je je volstrekt niet als een pantoffelgang over de duinen voorstellen. (...) We hebben het hier bizonder goed. Behalve de vele vriendelykheid genieten we het voorrecht van een maaltyd meer per dag dan we thuis krygen. Een om 11, een om 3 1/2 en een om 8 uur. Van deze drie kan men ook eigenlyk niet goed onderscheiden welke de voornaamste is. Mama wordt dan ook heel dik en moet veel op de rotsen klauteren. De laatste dagen eten we forellen die wy van Kalkis hebben meegebracht (op de kaart opzoeken). We hebben daar, wanneer we niet op 't water waren, in een groot planken huis gewoond en kookten in een blik aardappelsoep met frankfurter worstjes. Myn roeier heette Johan-Gustaaf Rantala, welke laatste naam zeggen wil: die aan het strand woont. Ik zou jullie nog veel meer kunnen beschryven, maar moet nu eten.

Dag. Je vader."

Dat forellenvissen moet overigens een ingewikkelder sociaal gebeuren zijn geweest dan we zouden denken. Verwey over zijn gastheer Cedercreutz:

"Hy heeft daar een vischgelegenheid, en zoo kondt ge uw beminden dichter gedurende drie dagen (en byna de nachten tevens) door de schietstroomen zien geroeid worden en onschuldige forellen vangen. Aangezien ook dit een Kunst is, ving - eigenlyk tot myn verlichting - dr Cedercreutz de groote en ik de kleine."

Aangezien de Finse forel in het voorjaar behalve onschuldig ook nog tamelijk sloom voor de tijd van het jaar is, kunnen we beter eerst uitwijken naar het kunstzinnige spectrum van Finland. Dat ligt een eindje buiten Helsinki en heet Hvittrask (wit meer in het oud-Zweeds). Begin 1900 kregen de drie jonge architecten Herman Gesellius, Armas Lindgren en Eliel Saarinen genoeg van het lawaai en gesnater in Helsinki, en stichtten gezamenlijk de woon-werkcommune Hvittrask. Elke architect bouwde z'n eigen huis, ontwierp de eigen meubels, tegels en haardstenen. Hvittrask deed ook dienst als rust- en peinsoord voor verwante kunstenaars: Jean Sibelius, Gustav Mahler en de schilder-

architect Akseli Gallen-Kallela waren er regelmatig te gast. Pas sinds 1981 is Hvittrask een museum. De kamers lopen op een heldere manier in elkaar over, de verhoudingen zijn bescheiden en nergens truttig, en opeens ben je niet meer in Finland, maar in koning Minos' paleis Knossos, met zijn omgedraaide pilaren en ruimtelijke trappengalerijen.

Op de terugweg naar Helsinki kom je langs het voormalige atelier, nu Gallen-Kallelamuseum in Tarvaspaa. Gallen-Kallela had voor 'Hvittrask' al met de drie architecten gewerkt; hij maakte de fresco's in hun Fins paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1900. In het museum - een bunkerig, Brits kasteeltje - zinkt de moed je meteen al in de schoenen: GallenKallela bemoeide zich werkelijk met alles. Hij verbouwde zijn atelier zelf, liet een plomp torentje aanbrengen, hij schilderde, schetste, tekende en drukte, en nam van zijn talloze reizen hutkoffers vol kunstschatten mee: van Afrikaanse maskers tot een loodzware Londense drukpers toe. Tussendoor begon hij aan z'n trotste droom: de illustratie en vormgeving van Finlands episch drama De Kalevala.

Amper op Schiphol teruggekeerd of die hondsbrutale vaderlandse vragen vliegen al weer om de oren: 'En, was het nog wat, dat Finse straatleven?'

Nou, ze hebben er frisse lucht en je komt er niet om van de auto's - dat kunnen wij niet meer zeggen. En die paar langssoppende auto's met hun verplichte spijkerbanden over de kinderhoofdjes klinken wel gemoedelijk, Belgisch bijna. Maar het indrukwekkendste straatbeeld is een gebontmutste Finse vrouw met een bos bloemen. Het duurt uren voordat je bij een Finse bloemenkiosk klaar bent, maar dan heb je ook een zo hecht als een knuppel verpakte bos bij de hand. Om het pakpapier heen komt dan nog eens een felkleurig gedraaid lint met lus, waarmee de Finnen hun bloemen aan een vinger huiswaarts dragen. Niet op de kop, maar met de bloemen naar boven.

Dat doet zelfs de Brugse bonbonsclientele hen niet na. En bedanken doen ze toevallig ook mooier: kiitos kaynnista.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden