Albanië is anders

Sommige vooroordelen kloppen: Albanië staat vol bunkers en is straatarm. Maar de vriendelijke inwoners en de smakelijke rakia maken veel goed.

In het Macedonische toeristenstadje Ohrid lokt een affiche mensen de grens over: 'Excursie met Nederlands sprekende gidsen naar Albanië: het land van de bunkers en een etnische duik in het verleden.' Maar het onaangeroerde Albanië is prima zelfstandig te bereizen.

De route vanaf de Macedonische grens is vermakelijk; eerst sukkelt de bus die elke dag van Ohrid naar Tirana rijdt achter een tractor aan over een grindpad. Dan over een snelweg die ook wordt gebruikt door ezelkarren en brommers. Opvallend zijn inderdaad de bunkers. Honderdduizenden zijn er tijdens de Koude Oorlog gebouwd door de communistische dictator Enver Hoxha. Hij isoleerde Albanië volledig omdat andere communistische landen volgens hem niet recht in de leer waren.

De overgang naar het kapitalisme verliep stroef. Zwendelaars, gesteund door de regering, organiseerden grootschalige piramidespellen. In 1997 knapte de zeepbel, gevolgd door onlusten waarbij zo'n tweeduizend doden vielen. Albanië is nog steeds arm, maar zit wel in de wachtkamer van de Europese Unie. Met hulpgelden uit Brussel zijn enkele goede wegen aangelegd en de politie heeft na de tumultueuze jaren negentig het gezag in de kuststeden terugveroverd op smokkelbendes.

Tirana is een levendige hoofdstad met nog geen half miljoen inwoners. Toeristen zijn er nauwelijks. De bordjes in het nationale geschiedenismuseum zijn dan ook nog niet vertaald in het Engels.

Wie 's nachts over straat loopt, kan maar beter beschikken over goede ogen.

Of een zaklamp, want straatverlichting is er nauwelijks en putdeksels staan vaak open. Tirana is ook een interessante stad. In het centrum staan mooie voorbeelden van communistische wansmaak, zoals een vervallen piramidevormig gebouw dat vroeger dienstdeed als cultureel centrum. De vooroorlogse overheidsgebouwen hebben een klassiekere uitstraling; Albanië stond destijds onder sterke Italiaanse invloed.

In het centrum kun je eten bij vestigingen van Kolonat en AFC, lokale versies van McDonald's en KFC die schaamteloos de logo's van hun Amerikaanse voorbeelden kopiëren. Maar een betere keus is Era, een gemoedelijk eethuis dat bij de plaatselijke bevolking erg populair is. Voor weinig geld eet je er de verrukkelijkste Albanese gerechten. Vooral de erwtensoep en lamsvlees zijn aanraders.

De wijk waarin Era ligt, 'Blokku' (het blok), was vroeger het exclusieve domein van de communistische partijbonzen. Nu heeft het kapitalisme er bezit van genomen. De talloze winkels, restaurants en cafés zitten vol met Tirana's nieuwe rijken die graag hun foute zonnebrillen en patserige auto's showen.

Toch is de sfeer gemoedelijk. In tegenstelling tot Oost-Europese steden als Krakau of Riga, gaat Tirana niet ten onder aan West-Europese vrijgezellenfeesten of studentenverenigingen die een 'weekendje Oostblok' aangrijpen om goedkoop te drinken, om vervolgens te grappen dat de plaatselijke bevolking zo stug kijkt.

Stug zijn de Tiranezen allerminst. Onder het communisme hadden alleen partijleden een auto, maar nu toeteren Albanezen met meer passie dan Italianen. En als ik een politieagent de weg vraag, begeleidt hij me helemaal naar het café waar ik met enkele Albanezen heb afgesproken.

In de met oude radio's van een hippe vintagelook voorziene kroeg bestel ik rakia, de in de hele Balkan huisgestookte drank waarvan ik een groot liefhebber ben. Na een minuut keert de ober terug, en vraagt of mijn bestelling wel klopt. Mijn tafelgenote begint hard te lachen. "Iedereen die in Albanië jong en trendy wil zijn, drinkt Heineken of een cocktail. Die arme jongen begrijpt niet waarom een West-Europeaan rakia wil."

Twee dagen later neem ik de trein richting kuststad Durrës. Reizen per trein is hier zelfs voor Balkanbegrippen een belevenis. Het station van Tirana heeft maar één perron. In de halfoverdekte hal staan de vertrektijden met stift op een papier geschreven. Het loket opent een kwartier voor vertrek, en sluit dan tot er een nieuwe trein op het schema staat. De Albanese treinen verkeren in abominabele staat. Eigenaren van concurrerende busbedrijven betalen kinderen om steentjes naar de trein te gooien, waardoor de ramen vol barsten en sterretjes zitten. Geld voor reparaties heeft de spoorwegmaatschappij niet. Een autoloze Albanees die het zich enigszins kan veroorloven reist namelijk per 'furgon' minibus. Het zijn vooral arme gepensioneerden die noodgedwongen de trein nemen, die met maximaal veertig kilometer per uur door het landschap zwoegt.

Durrës stelt weinig voor. Het heeft lelijke appartementsblokken en niet veel meer dan een ruïne van een amfitheater en resten van een stadsmuur. Dat lijkt de vele Albanese toeristen allemaal niet te deren, maar een westerling is er gauw uitgekeken.

De volgende dag kies ik voor een minibus om de noordelijke proviciestad Shkodra te bezoeken. Ingeklemd tussen twee zwetende Albanezen op de achterbank, realiseer ik me dat de trein toch zo zijn voordelen heeft. Voor een mooi uitzicht kon ik zonder problemen de deur opendoen en in de opening gaan zitten.

De ruïne van het Rozafa-kasteel biedt een prachtige kijk op de omgeving, maar Shkodra zelf bestaat vooral uit modderige straten met smoezelige winkeltjes. Toch heb ik al snel spijt dat ik hier maar één dag blijf, want de lodge van Florian en zijn familie is een zalig oord. Om het huis ligt een moestuin en wijnranken voorzien de veranda van schaduw. Daar eet ik samen met Florians familie en een Nederlands stel een smakelijk avondmaal. De ingrediënten voor de bonensoep en de gegrilde paprika's komen uit eigen tuin. Florians vader Zef maakt uitstekende drank. De jonge rode wijn proeft bijna als druivensap, de geur van witte druiven hangt boven de rakia.

Ik grap tegen Zef dat hij zijn vaardigheden moet aanwenden om witte wijn te maken. Dan zal het gasthuis spoedig vol zitten met Nederlandse dames. Hij lacht, maar wijst mijn voorstel resoluut af. "Rode druiven zijn voor wijn, en witte voor rakia!"

Om mijn reisschema niet te veel in de war te schoppen, moet ik de volgende ochtend, na een ontbijt van verse eieren en huisgemaakt brood en vijgenjam, door naar Montenegro. Gelukkig zit onder in mijn rugzak een colafles gevuld met Florians rakia.

Naar Albanië
Vanaf Schiphol is Tirana via Rome of Wenen te bereiken. Albanië kan ook worden gecombineerd met Italië (per veerboot van Bari naar Durrës), of met de dagelijks rijdende bussen uit Griekenland, Macedonië, Kosovo of Montenegro. De 'Lonely Planet Western Balkans' is dan een handige reisgids. Informeer ter plaatse naar de wisselende vertrektijden en standplaatsen van de minibussen (furgons).

Adressen

Florian's guesthouse: www.florianguesthouse.wordpress.com

Era restaurant: Rruga Papa Gjon Pali II, huis 11, Blokku, Tirana

Rustig hostel met hotelkamers in Tirana: www.freddyshostel.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden