Albanië blikt liever niet terug

dictatuur | Ruim 25 jaar na de val van het communisme zwijgen veel Albanezen over het verleden van hun land. Twee schrijvers proberen daar tegen de klippen op verandering in te brengen.

Met grote stappen beent Fatos Lubonja op de medewerker van de plantsoenendienst af die in hartje Tirana kerstverlichting op het gras drapeert. Gelaten laat de man de scheldkannonade van de schrijver over zich heen komen. "Respectloos", vindt Lubonja de lichtjes bij het monument voor de slachtoffers van de communistische dictatuur. Zelf was hij een van de ontwerpers van de gedenkplaats. Witte betonnen steunbalken uit het voormalige werkkamp Spac steken als reusachtige botten uit het gras.

Net als zeker honderdduizend andere Albanezen werd Lubonja tijdens de dictatuur opgesloten. De politie had zijn dagboeken gevonden waarin hij dictator Enver Hoxha bekritiseerde. Zeventien jaar - tussen zijn 23ste en zijn veertigste - bracht Lubonja door in werkkampen en gevangeniscellen. Bijna werd hij na een schijnproces geëxecuteerd. Hij overleefde op het nippertje, drie van zijn vrienden niet. Ter nagedachtenis aan hen schreef hij 'Het tweede vonnis', over het leven in 'de Albanese goelag'.

Dat leven speelde zich voor Lubonja af in de ruige bergen van het noorden van Albanië, in het werkkamp Spac. Tussen prikkeldraad en wachttorens werkte hij als dwangarbeider in de kopermijnen. Puin ruimen, gaten boren, balken stutten. Zomers onder de brandende zon, 's winters in de vrieskou. Totdat hij in 1979 een nieuwe aanklacht aan zijn broek kreeg. Hij werd in de boeien geslagen en onterecht beschuldigd van deelname aan een verzetsorganisatie. In de gevangenis van Tirana wachtten hem maanden van ondervraging, eenzame opsluiting en honger. Een beetje lauwe thee, een schep soep en een hompje brood als dagelijks rantsoen. Het was de periode waarin de machthebbers Albanië compleet afgezonderd hadden van de rest van de wereld. Toen regimes in andere Oost-Europese landen de touwtjes wat lieten varen, trok dictator Hoxha die juist extra aan. Niet langer de Sovjet-Unie was het voorbeeld maar het maoïstische China. Geloof, buitenlandse muziek en literatuur werden verboden, intellectuelen aangevallen en privébezit in beslag genomen. Uiteindelijk keerde Hoxha zelfs het Chinese totalitaire model de rug toe en koos voor totale isolatie.

Omdat hij 'onbevreesd de waarheid zegt' en zijn landgenoten een 'schokkende maar noodzakelijke spiegel' voorhoudt, ontving Lubonja dit voorjaar de prestigieuze Prins Claus Prijs. Maar het lijkt erop dat de Albanezen zelf niet zo graag in Lubonja's spiegel kijken. Werden collega-dissidenten in andere Oost-Europese landen na de val van het communisme als helden ontvangen - Vaclav Havel schopte het zelfs tot president van Tsjecho-Slowakije - in Albanië wordt ruim 25 jaar na de dictatuur nog altijd nauwelijks naar hen geluisterd. Vorige week tikte de Verenigde Naties de Albanese regering op de vingers omdat ze te weinig doet om vermiste personen op te sporen. Zo'n zesduizend mensen kwamen nooit terug, geëxecuteerd of gestorven door de slechte omstandigheden in de gevangenissen en werkkampen. Regelmatig roepen slachtoffers van het communistische regime de staat op de wandaden van het verleden scherper te veroordelen.

Waarom dat niet gebeurt? Volgens Lubonja is dezelfde elite nog altijd aan de macht, maar heeft die na de omwenteling in 1990 'een andere jas aangetrokken'. De achterneven en -nichten van dezelfde clans als toen hebben het volgens hem nog altijd voor het zeggen en die zijn niet geneigd het verleden kritisch te onderzoeken. Toch moet dat volgens hem gebeuren. "Anders loop je het risico dat de bevolking kwetsbaar blijft voor manipulatie. Ze moet de complexiteit van de waarheid begrijpen."

Bunker

Vanaf het plantsoen met het monument gebaart de schrijver naar de overkant van de straat. "Kijk, daar vind je het verhaal van Albanië en de manier waarop de macht in dit land werkt." Een bunker, verscholen in het gras, markeert het begin van de wijk Blokk. Die bewaakte destijds de huizen en kantoren van dictator Enver Hoxha en zijn hoogste beambten en leidde naar een wijdvertakt ondergronds gangenstelsel.

De grauwe gevels van de eenvormige communistische blokken zijn nauwelijks meer te onderscheiden. Ze vallen in het niet bij de restaurants, koffiebarretjes en hotels die sinds de val van het communisme kriskras door de wijk opdoken. Hier feest tot diep in de nacht de nieuwe macht, die van het geld. In de tuin van de terracottakleurige villa van ex-dictator Hoxha staat een witte partytent waar een restaurant in is gevestigd. Lubonja schudt zijn hoofd. "Blijkbaar telt alleen de winst. Dit zou bij uitstek een plek kunnen zijn om te reflecteren op het verleden."

Musea, ze zijn er wel, maar ze vertellen volgens de schrijver niet het complete verhaal. "De mythe van de communistische macht wordt er niet ontmanteld. Het is alsof je voornamelijk benadrukt dat Hitler en Mussolini snelwegen en bioscopen hebben gebouwd."

Onder grote belangstelling opende premier Edi Rama vorige maand nog Bunk'Art 2, een bunker in het centrum van de stad met een verlichte koepel waarin foto's van slachtoffers van de dictatuur zijn verwerkt. Een jaar eerder werd al grote broer Bunk'Art 1 aan de rand van de stad ingewijd, in een van de tienduizenden bunkers die Hoxha in Albanië liet bouwen uit angst voor een buitenlandse invasie.

Achter stalen deuren in een koel labyrint van ondergrondse gangen hangen zwart-witfoto's en staan ogenschijnlijk lukraak voorwerpen opgesteld: gasmaskers, helmen, een radio. In het voormalige kantoor van Hoxha, de enige ruimte met rode vloerbedekking, klinkt uit de hoorn van de bakelieten telefoon de stem van de dictator. Maar over zijn wandaden kom je weinig te weten. Laat staan over het dagelijks leven tijdens de communistische dictatuur.

Staalfabriek

Hoe het voelde om op te groeien in een angstig en gesloten land? Schrijfster Flutura Acka haalt op een terras in de stad Elbasan, zo'n anderhalf uur rijden van hoofdstad Tirana, een zelfgemaakte plattegrond van haar geboortestad tevoorschijn. De kaart voegde ze bij haar roman 'Ku je?' (Waar ben je?) waarin de stad Elbasan figureert als microkosmos van het communistische Albanië.

Daarop gemarkeerd staan de plaatsen uit haar jeugd die onlosmakelijk met de dictatuur verbonden zijn. Het politiebureau waar mensen werden verhoord, de gevangenis en niet te vergeten de enorme staalfabriek die Hoxha liet bouwen aan de rand van de stad en 'die mijn geliefde Elbasan kapot heeft gemaakt'.

Op haar hakken stapt ze even later behendig tussen de verlaten industriële ruïnes van de staalfabriek. Donkerbruine bakstenen kolossen met kapotte ruiten, zo ver het oog reikt. "Gebouwd met ons zweet", zegt ze met dichtgeknepen neus. "Die stank van toen dringt nu onmiddellijk weer mijn neus binnen." Als tiener legde Acka wegen aan in het complex waar tienduizenden mensen onder zware en gevaarlijke omstandigheden werkten. "Het geluid van ambulances was continu te horen in de stad. Moeders konden alleen bidden dat niet hun kind aan de beurt was."

Het zijn deze plaatsen uit haar jeugd die het decor vormen in haar roman. "Ik koos bewust voor fictie om zo verschillende lagen in het verhaal aan te brengen en daarmee de gebeurtenissen ook te kunnen interpreteren." De uitgever deed weinig moeite het boek in de winkels te houden, zegt Acka. Ze vermoedt dat hij vanwege de kritische toon problemen kreeg met de overheid. Ze gaf het boek zelf opnieuw uit. "Die bijna halve eeuw dictatuur is in ons bloed gaan zitten, in ons DNA gekropen. Deze geschiedenis is een deel van ons, we moeten er doorheen."

De Giro

En dus toont Acka de boulevard langs de oude Romeinse stadsmuur waar ze als tiener op zaterdagavond flaneerde. "Hier liepen we, telkens de straat op en neer. 'De Giro' noemden we dat. Het was onze eigen manier om te checken of alle vrienden en familie nog in orde waren. We keken elkaar diep in de ogen. Flutura ben je er nog, ben je nog sterk genoeg?' En als iemand niet kwam opdagen, wist je hoe laat het was. Die zat dan opgesloten in een werkkamp of in de gevangenis."

Was die persoon een familielid, dan kon het gevaarlijk worden, legt Acka uit. "In de ogen van de staat was je dan ook vergiftigd."

Het gaf het communisme in Albanië in vergelijking met omliggende landen een extra wreed randje. Hele families, inclusief kinderen, werden gedeporteerd. De geheime dienst infiltreerde overal. "We herkenden hen aan de jassen die ze zowel in de zomer als winter droegen om hun wapen mee te verbergen."

Zelfs binnen huwelijken werd gespioneerd. Acka had geluk. Haar familie bleef 'schoon'. Haar vader bouwde elders in het land bruggen, haar moeder werkte 's nachts in de fabriek. Ze zorgden dat hun drie kinderen zo min mogelijk te maken kregen met de boze buitenwereld. "We zongen veel en droegen gedichten voor. Er was bittere armoede maar we maakten een vuur in de tuin en roosterden daar een aardappel, een paprika en een tomaat op en keken naar de sterren. Zo voorkwamen mijn ouders dat we van binnen werden opgegeten door haat."

Jonge mensen kunnen hun ouders pas beoordelen als ze begrijpen wat er in hun land gebeurd is, denkt Acka. Daarom vond ze het belangrijk haar verhaal te delen. "Ik heb dit boek voor mijn zoon geschreven, zodat in elk geval hij weet waar hij vandaan komt."

Op school wordt in de geschiedenisles geen aandacht besteed aan de wandaden die het communistische regime verrichtte.

En de overheid neemt weinig initiatief het verhaal te vertellen van de tweeduizend ex-gevangenen die nog in leven zijn. Lubonja, die ook al richting de zeventig loopt, zou dat graag veranderd zien. In zijn knusse appartement in Tirana, vol schilderijen en beelden, oppert hij de oude gevangenissen weer open te stellen. "Ex-gevangenen kunnen dan jongeren rondleiden en vertellen hoe het leven daarbinnen was." Dat heeft meer zin dan bijvoorbeeld het openbaar maken van het archief van de geheime dienst, denkt de auteur. Op dit moment worden de laatste voorbereidingen getroffen om die dossiers toegankelijk te maken voor het publiek.

Een deel van het archief zal sowieso al verwoest zijn, maar Lubonja betwijfelt of de resten van deze erfenis in de juiste context behandeld gaan worden. Zijn eigen dossier heeft de schrijver nog niet in kunnen zien.

Pikhouwelen

"Het is vooral aan de kunst, de literatuur en goede musea om het verhaal van Albanië te vertellen, " meent Lubonja. Daarom keerde hij op eigen houtje terug naar het werkkamp Spac, waar hij zoveel jaar van zijn leven doorbracht. Op het uitgestrekte terrein verzamelde hij gebruiksvoorwerpen die hem aan het werk in de mijn herinnerde en nam ze mee naar zijn appartement.

Op zijn balkon metselt de schrijver nu zijn eigen monument van tientallen opgestapelde pikhouwelen. In de woonkamer staan in glazen vitrinekastjes andere relieken opgesteld. Een schep, een stukje prikkeldraad, een handvol spijkers.

Zelfs de aarde die na het schoonmaken van de voorwerpen overbleef, bewaarde hij in een glazen pot, als was het as van een dode.

"Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen deze zandkorrels weg te gooien, want ook zij vertellen een belangrijk verhaal."

Het totalitaire regime van enver Hoxha

Tot aan zijn dood in 1985 regeerde dictator Enver Hoxha (1908-1985) de Volksrepubliek Albanië - uitgeroepen na de Tweede Wereldoorlog - met harde hand. Al snel verbrak Hoxha alle banden met het Joegoslavië van Tito en volgde de ideeën van Stalin bij de inrichting van zijn totalitaire regime, het meest repressieve van Oost-Europa. Na Stalins dood keerde Hoxha zich van de Sovjet-Unie af en zocht hij toenadering tot China. De Albanese dictator volgde in de jaren zestig eerst een maoïstische koers om zich uiteindelijk totaal af te zonderen van de rest van de wereld. Zo werd Albanië het meest geïsoleerde land in Europa. Nog tot eind jaren tachtig vonden martelingen, executies en massale arrestaties plaats. Toch vindt ruim 40 procent van de Albanezen dat Hoxha positieve invloed heeft gehad op de geschiedenis. Dat blijkt uit een onderzoek naar de perceptie van de bevolking op haar communistische verleden dat eerder deze maand in opdracht van de OVSE werd gepubliceerd. Een andere uitkomst betrof de kennis van Albanezen over hun eigen geschiedenis. Scholen informeren hun leerlingen maar heel beperkt over het dictatoriale verleden, constateert de onafhankelijke IDRA die het onderzoek uitvoerde. De denktank waarschuwt voor al te snelle conclusies: 'De verzamelde gegevens laten een complex beeld zien'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden