Albanezen morren, maar blijven

Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in juli dat de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring uit 2008 niet in strijd is met het internationale recht. Critici waarschuwden destijds dat dit oordeel een doos van Pandora zou openen, om te beginnen in de Balkan. Als voorbeeld werd daarbij vaak de etnisch-Albanese minderheid in buurland Macedonië genoemd, die hun broeders in Kosovo zouden willen volgen.

Anke Truijen

Dat lijkt niet zo’n vaart te lopen, maar tevreden zijn de Macedonische Albanezen, die een kwart van Macedonië’s bevolking uitmaken, allerminst. Besim Hoda (38) beweert zijn wapen sinds 2001 niet meer te hebben aangeraakt. Maar, zegt de voorzitter van de veteranenvereniging van Albanese vrijheidsstrijders in Macedonië (UCK-M), de falende politici stellen zijn geduld behoorlijk op de proef.

Negen jaar geleden vocht Hoda met de UCK-M tegen de Macedonische strijdkrachten voor een betere positie voor de Albanese minderheid. Die strijd eindigde met het Akkoord van Ohrid. „Door dat te ondertekenen hebben we laten zien dat we niet uit zijn op een onafhankelijk Albanees gebied. We wilden een betere toekomst in Macedonië”, zegt Hoda. „Van die hoop zie ik weinig terug. De enigen die erop vooruit zijn gegaan, zijn de corrupte en zichzelf verrijkende politici.”

Hoda en de zijnen verwachtten veel goeds van een Macedonisch lidmaatschap van de Europese Unie. Maar Griekenland, dat de naam Macedonië claimt voor zijn provincie met die naam (zie kader), blokkeert iedere voortgang. „Alles stagneert, omdat het naamconflict niet wordt opgelost.”

Hoda drijft een apotheek langs een hobbelweg in het armoedige dorp Negotivo. In dit achtergestelde berggebied vlakbij Kosovo woont de meerderheid van de Albanezen. „We worden nog steeds gediscrimineerd, of het nu gaat om intimidatie door de politie, het vinden van werk of de aanleg van nieuwe wegen”, klaagt Hoda.

De ontevredenheid kan omslaan in geweld. In april werden in dit grensgebied enkele opslagplaatsen vol zware wapens ontdekt. Splintergroeperingen van de UCK-M raakten slaags met de Macedonische politie, en tijdens een arrestatiepoging werden vier Albanese rebellen gedood. Ivo Kotevski, woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken, beschrijft ze als smokkelaars die geen grote aanhang hebben. „Ik zie geen gevaar voor afscheiding of een etnisch gewapend conflict zoals in 2001. De politie heeft alles onder controle.”

Teuta Arifi, parlementslid en vicepresident van de Albanese coalitiepartij DUI, is minder luchtig. „De frustratie en ontevredenheid moeten niet te veel ruimte krijgen”, meent ze. Ze begrijpt het ongeduld van haar achterban. „Het slepende naamconflict, de crisis en een premier die geen prioriteit geeft aan Albanese zaken maakt onze partij machteloos.”

Arifi dreigt al een jaar om met de DUI uit de regering te stappen om de impasse te doorbreken. „De tijd van geweld hebben we gehad. De oplossing moet in de politiek gevonden worden.”

Hoda en zijn mannen vertrouwen hun politici niet meer. Ze geloven dat alleen het lidmaatschap van de EU en de NAVO hun levens nog kan verbeteren. „Dan is er geen plaats meer voor discriminatie. Natuurlijk zouden we soms liever in Kosovo of Albanië wonen. Eenmaal in de EU zullen grenzen vervagen. Dan leven alle Albanezen samen onder één vlag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden