ALASKA

De zomer is laat in Alaska, maar voor Mary Lou Burke komt zij precies op tijd. Op donderdag 14 mei om 6.26 uur stuwt het smeltwater uit de bergen de Tanana rivier zo ver op dat het ijs breekt. De driepoot, die in de winter met veel zorg op de be vroren rivier is geplaatst, valt om, het touw trekt strak, de klok staat stil. Zij had twee minuten later gewed, maar dat was nog goed genoeg voor de pot van 165 000 dollar.

Het is haar eerste meevaller sinds zij naar Alaska is gekomen. De man die haar met veel beloften had overgehaald mee te gaan, is al lang weer verdwenen. Sinds het laatste serveersterbaantje is zij werkloos en woont zij met twee kinderen in een stacaravan. Als iemand een gelukje verdiende, was zij het wel. Ze is dankbaar, zegt zij tegen de krant, en daarom gaat tien procent naar God.

De rivier, die haar zo welgezind was, komt met veel lawaai tot leven. Het ijs scheurt, schotsen rijden kreunend tegen elkaar op, schuiven over elkaar heen, wrik ken totdat ze in kleinere brokken uiteenvallen. De stroom neemt ze mee en vermaalt ze gaandeweg. Het water gaat van gekabbel over tot kabaal. Uit het 's winters zo stille woud stijgen geluiden op als of er een machinepark in gang is gezet. De zomer kondigt zich gewelddadig aan.

De Alaskan Highway kruist de rivier meermalen. Volgens de reisgidsen is de weg een groot avontuur, een beproeving van zo'n 2 400 kilometer. Het is de laatste weg, naar de laatste grens van de Verenigde Staten. De beschaving, die de natie omspant, houdt hier op. Er rest slechts de wildernis van het Hoge Noorden. Het moet voor pioniers even aantrekkelijk maar ook even riskant zijn als eens het Wilde Westen was. Degene die het avontuur aangaat, is gewaarschuwd voor gaten, gesteente, wilde dieren, ijzel in het voorjaar, stof en muskieten in de zomer, mistbanken en sneeuwval in de herfst en zo'n koude in de winter dat een adem tocht bevriest in de lucht.

"Rijdt defensief" , maant de gids. De wagen moet in de verdediging: dik plastic voor de koplampen, of liever een hekwerk voor de hele voorkant, gaasjes over de luchtga ten tegen de insekten, extra benzine en water, nieuwe ruitewissers, twee reservewielen, wat olie voor de remmen en de transmis sie. Dekens, vuurpijlen en een eer stehulptrommel. "Houdt altijd uw lichten aan."

Je wilt er graag in geloven en misschien verdient het Canadese deel nog de mythe, maar in Alaska is het een gladde baan met een dikke laag asfalt, de rijstroken keurig gescheiden en afgezoomd door helder gele strepen. Voor wat minder flauwe bochten staan waarschuwingsborden en je wordt regelmatig herinnerd aan de toegestane snelheid en voorbereid op bescheiden hellingsgraden. Zeker, de weg is stil en het land lijkt koud en wat te eindeloos, maar verloren ben je hier nergens.

Een mast met het Texacoembleem staat midden in de natuur als een totempaal die gerust stelt: u denkt misschien verloren te zijn, maar vreest niet, nog even en u wacht een tankstation met cola-automaat. Pictogrammen van een fototoestel kon digen een uitzicht aan en de elkaar snel opvolgende silhouetten van benzinepompen, bestekjes en opgemaakte bedden, maken je minder en minder heldhaftig.

Op weg naar het noorden is de oliepijplijn een metgezel, trouw als een dolfijn die meezwemt met een schip. Soms duikt de buis onder in sneeuw en rotsen, om even later weer boven te komen, tot drie meter hoog op ijzeren stelten, glimmend in de zon.

Het kost de olie een dag of vier om de 1 280 kilometer af te leggen van de olievelden van Prudhoe Bay aan de Noordelijke IJszee naar de ijsvrije haven Valdez waar de tankers wachten. Je hoort niets door de isolatie, maar bij het eerste pompstation is een luikje en als je daar je hand in steekt en op de binnenste buis legt, voel je de warmte van de stromende olie - het bloed door de slagader van Amerika. Er gaat gemiddeld 240 miljoen liter olie per dag doorheen. Genoeg om de Verenigde Staten twee eneenhalf uur te laten draaien. Ongeveer evenveel als Afrika, Azie en Oost-Europa in die tijd gezamenlijk verbruiken.

De weg is als zoveel wegen te danken aan de oorlog. Na Pearl Harbor beseften de Amerikanen dat Alaska een stuk dichter bij Tokio ligt dan Washington. De bevoorrading over zee en door de lucht was kostbaar, kwetsbaar en tijdrovend. Daarom baanden soldaten zich vijftig jaar geleden een weg vanaf beide uiteinden over talloze gebergten en rivieren, dwars door Canada. Een jaar later moesten zij nog een zware, maar goeddeels vergeten slag leveren om Japanse soldaten van de zuidwestelijke Aleut-eilanden te verdrijven.

De weg was een van die huzarenstukjes waar een land nog lang trots op wil zijn. Alaska werd in hoog tempo verbonden met de rest van de Verenigde Staten, met 'Outside' zoals de inwoners zeggen, even hardnekkig als ze het op Texel over de 'overkant' hebben. Binnen en Buiten zijn verschillende werelden, weet iedereen je te vertellen. De weg doet daar enigszins afbreuk aan, maar daarover is dan ook afgesproken dat die heel avontuurlijk is.

In Deli Junction, waar een tak naar het westen afbuigt, kun je een certificaat krijgen waarop met krulletters staat dat je het volbracht hebt. De plaatselijke middenstand hoopt daarmee de roem van de gevaarlijke route in ere te houden, maar maakt tegelijkertijd duidelijk dat het een grote illusie is. Echte avonturen eindigen niet met een diploma.

Het lijkt wel alsof in Alaska de behoefte om de schijn van het ongerepte te bewaren, het grootst is op de plekken waar de mens er juist korte metten mee heeft gemaakt. Dat is misschien ook de reden dat een uitspanning langs de weg het aanzien van een reusachtige sneeuwbal heeft. Een bord vermeldt met veel uitroeptekens dat er 'originele' rendiersoep wordt geserveerd. Je kunt er ook vijf verschillende hamburgers krijgen, maar het klinkt heel oer om rendiersoep in een sneeuwbal in Alaska te eten.

'North to the future' luidt het motto van de staat en John Dahlman voelde zich daardoor al op zeventienjarige leeftijd geroepen. In 1959 ontvluchtte hij het monotone boerenbestaan van Nebraska, maar het duurde nog twintig jaar ('Ik raakte op een zijspoor') voordat hij werkelijk in Alaska kwam. Hij vond werk in de krabvisserij in Dutch Harbor, op een van de Aleut-eilanden. Het was ruig. In de bar bestelde je twee bier tegelijk om niet te vaak door de vechtende meute heen te moeten. John Dahlman ging later naar het vasteland, trouwde een Duitse en trok van baan naar baan, meestal in de bouw. Het huwelijk ging mis en hij verloor zijn huis. Maar hij begon gewoon opnieuw.

Nu werkt hij voor de pijplijn en heeft hij een pieper op zak om altijd bereikbaar te zijn, vertelt hij in een cafetaria. De tafel aan het raam in de hoofdstraat is zijn vaste plaats. Dahlman is nu vijftig jaar en voelt zich eigenlijk te oud voor de kinderen die hij van zijn tweede vrouw heeft. Hij verfoeit de stad: "Teveel mensen in pakken die alleen maar praten over geld." Hij heeft niets tegen olie, hij leeft ervan zoals iedereen, maar daarvoor is hij niet naar Alaska gekomen. Het liefst zou hij vandaag nog de bush ingaan, waar geen wegen, elektriciteits- of telefoondraden hem kunnen vinden. Hij zou zijn eigen huis bouwen en hij zou vissen en jagen. "Want vergeet niet, daarbuiten is nog echte natuur. Daar zie je nog een grizzly beer met een machtige haal een zalm uit de stroom slaan." De droom is niet helemaal uitgeko men, maar hij leeft nog wel. Alleen wil zijn vrouw niet mee. Zij vindt het stadje al Alaskaans genoeg.

John Dahlman zucht boven zijn zoveelste mok koffie en prikt in zijn afgekoelde appeltaart. Zijn werk bestaat vooral uit wachten tot die pieper een keer gaat. Hij heeft nu een metaaldetector gekocht om in de vrije uren goud te zoeken. "Ik weet een paar goede plekjes. En ik heb bovendien wat lichaamsbeweging nodig."

Voor sommige blanken was Alaska een droom, voor anderen een noodzaak. Ze moesten iets ontvluchten of gingen op zoek naar iets wat er in de rest van de VS niet meer was: vrijheid. Alaska biedt nog de ruimte om te doen en te laten wat je wilt. Het verkeersbord 'Beslist niet schieten' is voor sommigen al een inbreuk op die vrijheid, maar zolang er nog bor den nodig zijn om duidelijk te maken waar je niet mag schieten, blijft Alaska anders.

Eeuwenlang hadden blanken weinig om dit land gegeven, laat staan dat zij er een oorlog om hadden willen voeren. De Amerikanen hadden Alaska aan het einde van de vorige eeuw voor 7,1 miljoen dollar overgenomen van de Russische tsaar - inclusief indianen en eskimo's, die dertig of veertigduizend jaar eerder al vanuit Azie waren overgestoken en voor wie het land altijd al betekenis had.

In Washington moest iedereen beamen dat de aanwinst groot was, reusachtig zelfs: 1,5 miljoen vierkante kilometer; Engeland, Frankrijk, Italie en Spanje passen er samen in en Nederland zou er nauwelijks opgemerkt worden. Maar niemand, behalve vissers die de wateren kenden, kon zeggen wat voor nut het had. Het was te ver, te ontoegankelijk en te koud, veel te koud.

Het land kreeg schoksgewijs betekenis. Walvissen, pelzen, goud, zalm, olie en zelfs toerisme. Elke nieuwe rijkdom kleurde de kaart verder in. Langs de kust verrezen de eerste nederzettingen met handelsposten, havens, visfabriekjes. De goudkoorts dreef tienduizenden dieper het land in. Steden ontstonden, soms gegrondvest op niet meer dan geruchten over goudvondsten. In 1900 woonden er al zestigduizend mensen in Alaska, van wie de helft blank was.

De oorlog bracht de weg, vliegvelden, kazernes, havens en meer mensen. De Koude Oorlog hield de in spanning gaande: op een heldere dag kunnen Russen en Amerikanen elkaars grondgebied zien aan weerszijden van de Beringstraat, al kan er een dag tussen liggen doordat de datumgrens hen scheidt.

De olie overtrof alles. Zij trok zich niets aan van de koude en de bergen die de beste bescherming leken te bieden tegen al te opdringerige fortuinzoekers. De olie brak Alaska open als een oester onder het mes van een parel visser. De olie houdt ook de weg glad en risicoloos.

Deli Junction beweert eigenlijk dat de Alaskan Highway daar ophoudt, maar je kunt nog minstens 160 kilo meter doorrijden naar Fairbanks. Er gebeurt weinig op de lege weg. De evangelisten overheersen op de radio. Een vogel slaat tegen de auto en blijft op het asfalt liggen. Een moose weet net op tijd zijn oversteek af te breken. Het heeft alle kenmerken van een edelhert, alleen hangt de bovenlip zover over de onderlip en zit het vel zo los om zijn lichaam geplooid dat het een groot speel goeddier lijkt. Iets wilders vertoont zich vandaag niet, of het moet boven het dak van de auto cirkelen. Alaska is het drukste tehuis van de adelaar, roofdier en trots hoofdpersoon in het wapen van de Verenigde Staten.

De pijplijn valt onderweg te bezichtigen. Borden verklaren dat hier niet alleen sprake is van technisch kunnen, maar dat ook aan de natuur is gedacht. De dierenwereld heeft er geen enkele last van en het kwetsbare stelsel van sneeuw, ijs en toendra blijft gespaard, staat er zorgzaam.

De pijplijn was al net zo'n huzarenstuk als de weg. Alleen wilde deze keer niet iedereen bij voorbaat trots zijn. De tijden waren veranderd. Sommigen begonnen zich ongemakkelijk te voelen over de rol van de mens in Alaska. Zij hadden met zichzelf afgesproken dat er ergens in Amerika een plek moest zijn waar zij zich eeuwig nietig zouden voelen, waar bergen nog geen namen hebben en elke voetstap een eerste kan zijn. Het was niet zozeer hun bedoeling om er zoveel voetstappen te zetten, het ging meer om het idee dat er op aarde nog zoiets is. Dat je bij wijze van spreken in het spitsuur van New York alleen maar hoeft te denken: dit is erg, maar er is een plek . . . Eigenlijk zou er een groot hek om Alaska gezet moeten worden.

Natuurbeschermers hebben zich lange tijd tegen de olie verzet. Zij wisten het de oliemaatschappijen moeilijk te maken, dwongen hen extra kostbare veiligheidsmaatregelen toe te zeggen, maar uiteindelijk konden zij de pijplijn niet tegenhouden. De aanleg begon in 1974 en drie jaar later stroomde de eerste olie door de buis. De tegenstanders treurden in stilte verder om het 1 280 kilometer lange litteken dat hun land moest dragen, de voorstanders waren trots en de twijfelaars legden zich bij de situatie neer. De oliemaatschappijen gaven de verzekering dat er niets mis kon gaan en de staat gaf voortaan iedere volwassen ingezetene een cheque met een oliedividend van zo'n vijftienhonderd gulden. Alaska werd rijk en het inwonertal groeide tot 550 000.

Het sneeuwt in Fairbanks. Dit moet de meest typisch Alaskaanse stad zijn, maar het is niet meteen duidelijk wat dat dan is. Is het de noordelijkste golfbaan ter wereld? Het semi-professionele honkbalteam dat zomers om middernacht zonder lampen kan spelen? De dronken eskimo's op Second Avenue? Of het hotel in de gedaante van een blokhut, waar 36 televisiekanalen te ontvangen zijn op de kamer? Eigenlijk kunnen steden helemaal niet typisch Alaskaans zijn. Dat zou de natuur moeten zijn.

De 'strip', de zesbaansweg die het kleine centrum van de woonwijken scheidt, onderscheidt zich evenmin: McDonald's en alle andere fast food-varianten zijn er, het Super 8 Motel, warenhuis Sears, benzinestations, liquorstores, 24 uur per dag, banken waar je in kunt rijden, videoverhuur, bars met go-go girls, pandjesbazen, snelle geldschieters - het is doorsnee Americana. Het lijkt alleen nog wat grootser, nog wat Amerikaanser. Het volk is jong, blank en overwegend mannelijk. Het rijdt een pick-up truck hoog op de wielen, het draagt een honkbalpet, spijkerbroek, geruit katoenen hemd en een riem met de grootst denkbare gesp boven de gulp. Het winkelcentrum mag proberen mensen met een gratis kopje cappuccino tot Italiaanse koffie te verleiden, de pioniersgeest die hier nog heerst verdraagt zich moeilijk met opgeklopte room en chocoladekorrels.

Vanaf Fairbanks kun je nog een eind naar het noordoosten rijden, langs verlaten goudmijnen tot je in Circle komt. Daar kun je alleen maar omkeren en terugrijden. Er is ook een grindweg langs de pijplijn naar Prudhoe Bay, maar die is uitsluitend voor de bevoorrading van de olie-installaties. De Alaskan Higway houdt op in Fairbanks. De rest van Alaska is niet te bereiken met een auto; vanaf hier moet je vliegen.

Alaska betekent 'groot land' in de taal van de Aleut. Het is groot en klein tegelijk, schrijft James McPhee in 'Coming into the country', "een subcontinent waaraan een handvol mensen bungelt" . Als je het gebied opmeet dat in beslag wordt genomen door de mens, kom je op niet meer dan 40 000 hectare. Er blijft 140 miljoen hectare onaangetast. "De mens is hier marginaler dan een plant." Waarom zou je een bescheiden, voorzichtige ontginning niet kunnen gedogen, als er nog zoveel wildernis overblijft, vraagt McPhee aan de natuurvorsers die hem door de Brooks Range vergezellen. De pure natuur is bovendien toch alleen maar toegankelijk voor boswachters en de allerrijkste toeristen. In Alaska lijken we onszelf te gaan herhalen in onze drang het land leeg te plunderen, antwoorden de beschermers, "terwijl dit misschien onze laatste kans is te bewijzen dat we ook maar iets geleerd hebben."

McPhee schreef het boek in 1976, aan het begin van het olietijdperk. Het ging nog dertien jaar goed. Elke dag stroomde de 240 miljoen liter door de buis en elk jaar kregen de Alaskanen hun cheque. Tot op 23 maart 1989 de Exxon Valdez van koers raakte, op een rif liep en 42 miljoen liter ruwe olie verloor in Prince William Sound, een van de rijkste natuurgebieden op aarde. Op de televisie verschenen dode zee-otters en adelaars. De Amerikanen schrokken ervan: er leek iets onherstelbaars in hun wildernis gebeurd en ze waren allemaal medeschuldig.

Zoiets kan niet gebeuren, hadden de oliemaatschappijen beloofd. En mocht het toch gebeuren dan is alles en iedereen gereed om de olie snel op te ruimen. Het eerste bleek onwaar en wat het tweede betreft: dit voorjaar doen Exxon en de Kustwacht nog een keer de ronde langs alle vervuilde stranden. Er is nog steeds olie, op sommige plekken zak je er tot je enkels in weg. Alleen is de mens tot de conclusie gekomen dat hij met al zijn geld weinig vermag; de natuur is effectiever in het afbreken van de olie, al kan niemand zeggen hoe lang zij daar over zal doen. De schoonmaakoperatie is afgeblazen.

De ramp bewees dat de mens in Alaska minder marginaal is dan een plant. Zijn ambities strekken verder dan slechts te leven van de zon, het water en de aarde. Zelfs de indianen en de eskimo's die zich eeuwen onopvallend hadden gevoegd naar de natuur, zijn veranderd. Door de olie werden zij in ijltempo Amerikanen. Aan de IJszee hebben ze nu ook telefoon, vliegvelden, satelliet-televisie en scholen van tientallen miljoenen dollars met zwembad en computerlokaal. In de krant stond dat ouders in Barrow zich zorgen hadden gemaakt omdat het schoolteam een basketbaltoernooi speelde in Los Angeles juist toen de rellen daar uitbraken. 'Outside' is zo langzamerhand behoorlijk dichtbij geworden.

Zij hebben hun recht om te jagen gedeeltelijk weten te behouden, maar het is niet meer voor iedereen bittere noodzaak om te overleven. Er is geld en de supermarkt verkoopt diepvriesmaaltijden. De jacht is nu meer folklore, maar wel een die fanatiek wordt bedreven. In de derde week van mei wachten de eskimo's ongeduldig op het openbreken van de zee om walvissen te kunnen jagen. 's Nachts, terwijl de zon een rondje boven Barrow blijft draaien, rijden inwoners op hun sneeuwscooters rusteloos over het ijs heen en weer. De boten liggen klaar met tenten, harpoenen en proviand. De walvisjacht is het jaarlijkske hoogtepunt, waaraan vele gebruiken en legenden zijn ontleend. De buitenwereld noemt het een cultuurgoed en omdat zij dat tegenwoordig wil behoeden, staat zij het de eskimo's toe om walvissen te blijven jagen, zij het dat ze zich aan quota moeten houden. De eskimo's aanvaarden met grote weerzin dat anderen zich met hun wateren bemoeien, maar een quotum is beter dan niets. Het wachten is nu op de zomer.

Halverwege Fairbanks en Anchorage ligt het natuurpark Denali nog verpakt in een dikke laag sneeuw. 's Zomers is dit het drukst bezochte park, maar nu zijn de kampeerterreinen leeg, is de weg afgesloten en zak je op de voetpaden tot je liezen in de sneeuw terwijl je de aanwijzingen voor ontmoetingen met beren repeteert: rustig blijven staan, hard roepen, iets in zijn richting gooien om de aandacht af te leiden en vooral niet weg hollen - dat zou ook niet kunnen op dit pad. Het is alleen druk bij Mount McKinley waar vierhonderd bergbeklimmers van alle kanten tegelijk proberen de top van bijna 6 200 meter te bereiken. Dit seizoen valt de een na de ander naar beneden. Reddingsploegen vliegen af en aan in helikopters om ze dood of levend op te takelen uit spelonken. De parkwachters hebben het veel te druk voor dagjesmensen die een gewoon ommetje willen maken.

Het hotel heeft zijn eerste drukke weekeinde van het seizoen. In de lounge is een lezing met dia's over sleehondenraces. De eskimo's hebben de honden allang verruild voor sneeuwscooters, nu is het een sport van deblanken.

De ramp met de Exxon Valdez heeft voortijdig het debat afgebroken over het aanboren van nieuwe olievelden in een wildreservaat ten oosten van Prudhoe Bay. Veel eskimo's maken zich zorgen dat als de pijplijn leeg is, zij alles verliezen. Het lijkt zo simpel om de lijn even door te trekken naar het oosten, maar het is in het Amerikaanse Congres, ondanks de lobby van de oliemaatschappijen, geen populair onderwerp. "Wat willen al die milieubeschermers?" vraagt de burgemeester van de ijsvlakte. "Moet Amerika dan eeuwig afhankelijk blijven van olie uit het Midden-Oosten en moet de klok hier stilgezet worden?" Voor Jeslie Kaleak en andere eskimo's is de klok nog maar net begonnen te lopen. Ze hebben geroken aan de olie en ze willen meer.

De rest van de weg voert door steeds drukker mensenland. Aan het einde van het eerste zonnige weekeinde, keren alle natuurliefhebbers weer naar huis. Anchorage is een uitgestrekte vlakte waar een enkele kantoortoren het aardbevingsgevaar trotseert. Het is niet een stad waar John Dahlman zich thuis zou voelen - teveel geld en mannen met pakken. De vriendelijke receptioniste van het hotel waarschuwt dat de uitverkoren krant 'links' is. Dat betekent vooral dat het dagblad wat kritischer staat tegenover de olie. "U moet die ander nemen, daarin staat een leuk artikel over het bijzondere zeeleven dat ze onder het ijs bij Prudhoe Bay hebben ontdekt. Werkelijk fas-ci-ne-rend."

De hele wildernis staat in de krant. Een winkelier heeft een scholier, die een trofee van zijn dak wilde halen, doodgeschoten. Vice-president Dan Quayle is, onderweg naar Tokio, langs geweest en heeft tijdens een verkiezingslunch gepleit voor het boren in het wildreservaat. Nu de sneeuw eindelijk begint te smelten worden lezers opgeroepen deel te nemen aan de grote voorjaarsschoonmaak van beken en parken. De gouverneur is uitgenodigd om tijdens de milieutop in Rio de Janeiro uit te leggen hoe Alaska zich ontwikkelt zonder het milieu al te zeer te schaden. Het parlement vergadert nachtenlang over een aansprakelijkheidswet voor olierampen. En een vrouw is langs de weg aangevallen door een beer. Ze was uitgestapt om een foto van het dier te maken toen het plotseling op haar afstormde. Ze had honderd hechtingen in de schouder nodig. De beer is door agenten doodgeschoten.

De zon gaat pas om elf uur onder boven de Golf van Alaska. De vissers van Prince Wiliam Sound keren terug van hun eerste jacht op de koningszalm, die na twee jaar zijn broedplaats weer opzoekt. De trek van twaalf uur valt hen nog tegen. Sommigen vragen zich af of het door de olie komt. Anderen denken dat het aan het koude water ligt. De zomer is tenslotte laat.

(Wordt vervolgd)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden