Alarmfase één voor Major na onderzoek 'Irak-gate'

AMSTERDAM - Welke Conservatieve bewindslieden hebben het Britse parlement voorgelogen over geheime wapenverkopen aan Irak, vlak voor het uitbreken van de Golfoorlog? Op die vraag krijgt Groot-Brittannië vandaag antwoord als Lord Justice Richard Scott zijn drie jaar durende onderzoek openbaar maakt.

HARMEN VAN DIJK

Het Scott-rapport belooft het publiek een intieme blik op de weinig verheffende praktijken van de Conservatieve regering eind jaren tachtig. John Majors kabinet verkeert in alarmtoestand want de oppositie eist al op voorhand dat er koppen rollen.

Majors staatssecretaris van financiën, William Waldegrave, bevindt zich in de vuurlinie. Volgens het Scott-rapport, waarvan de Sunday Times vorig weekend al delen wist te publiceren, heeft hij het Lagerhuis tientallen keren opzettelijk voorgelogen. Hij antwoordde op bezorgde kamervragen dat de strenge richtlijnen voor wapenleveranties aan Irak voorbeeldig werden nageleefd. In werkelijkheid waren die richtlijnen in het geheim versoepeld, waardoor wapens aan Irak geleverd konden worden.

Ook procureur-generaal Nicholas Lyell, eveneens een Conservatief, moet vrezen voor zijn baan. Hij heeft verschillende ministers onder druk gezet om documenten over de leveranties tot staatsgeheim te verklaren en zo de zaak in de doofpot te houden.

Kladversie

De vraag is nu wie nog meer op de hoogte was van de versoepeling van de regels. De onderzoekscommissie onder leiding van rechter Scott heeft tweehonderd betrokkenen verhoord, onder wie premier John Major en zijn voorgangster Margaret Thatcher.

Zij zaten, toen de leveranties eind jaren tachtig op gang kwamen, dicht bij het vuur. Thatcher was regeringsleider en Major bekleedde enige tijd de ministerspost op buitenlandse zaken.

Hoeveel wisten zij van de duistere praktijken? De uitgelekte delen van het Scott-rapport oordelen mild over de twee, maar rechter Scott heeft gewaarschuwd dat hij deze 'kladversie' intussen al herschreven heeft.

In Whitehall, het Britse regeringscentrum, zijn de lichten de afgelopen week niet uitgegaan. Het Conservatieve kabinet kreeg het rapport vorige week woensdag toegestuurd en is sindsdien koortsachtig bezig manieren te vinden om de vernietigende kritiek te pareren.

Grof geschut is in stelling gebracht. Twee voormalige ministers van buitenlandse zaken, Lord Howe en Douglas Hurd, hebben de Scott-commissie beschuldigd van inquisitie-praktijken. De getuigen zouden onvoldoende mogelijkheden gekregen hebben zich te verweren.

Kruisverhoor

“Bespottelijk” noemen zowel rechter Scott als de oppositiepartijen deze beschuldigingen. Als alle ingeschakelde advocaten een kruisverhoor hadden mogen uitvoeren, zoals de Conservatieven eisten, dan had het hele onderzoek niet drie, maar wel dertig jaar geduurd.

Volgens de Labourpartij zijn de Conservatieven bezig de onderzoekscommissie zwart te maken om zo de kritiek te ondergraven. Robin Cook, Labours man voor buitenlandse zaken, sneerde: “De Conservatieven maken zich helemaal geen zorgen over de eerlijkheid van het onderzoek, maar alleen over het feit dat teveel belastend materiaal boven water is gekomen.”

Tot hun grote woede krijgen de oppositiepartijen het 1800 pagina's dikke rapport pas vandaag in handen, vlak voordat minister van handel Ian Lang het officiële regeringsoordeel over 'Scott' bekend maakt. “We hebben niet eens de tijd om alle pagina's om te slaan, laat staan dat we ze kunnen lezen” klaagde een parlementslid. “Van een eerlijk debat kan op deze manier geen sprake zijn”, vindt de voorzitster van het Lagerhuis Betty Boothroyd. Een hoogst ongebruikelijke uitspraak voor de immer onpartijdige Lady Speaker.

Een motie in het Hogerhuis om het rapport tenminste een paar uur eerder vrij te geven haalde het eergisteren niet.

Labour wil van Major de belofte dat hij bewindslieden de laan uitstuurt die in het rapport schuldig worden bevonden. Maar de premier houdt zich daarover op de vlakte. Hij beloofde slechts de aanbevelingen die in het rapport gedaan worden “serieus te overwegen”. Dat klinkt heel anders dan de woorden die hij in 1992 sprak toen hij persoonlijk de Scott-commissie in het leven riep. Toen zei hij nog: “Ieder die het Huis opzettelijk heeft voorgelogen moet aftreden.”

Het Britse 'Irak-gate' liep toen al twee jaar. Alles begon in 1990 met een inval bij de machinefabriek Matrix Churchill. De douane onderschepte daar apparatuur voor wapenfabricage die onder het label 'voor burgerdoeleinden' naar Irak verscheept zou worden.

Drie topmannen van Matrix kwamen voor de rechter. De advocaten van de drie hadden grote moeite om aan ontlastend bewijsmateriaal te komen. Steeds werden documenten geweigerd omdat ze staatsgeheimen zouden zijn. Achteraf blijkt dat de ministers deze classificatie op de documenten plakten onder druk van procureur-generaal Nicholas Lyell, wiens hoofd Labour nu wil laten rollen. De drie zakenlieden zouden misschien veroordeeld zijn als oud-minister Alan Clark geen last had gekregen van zijn geweten.

Hij gaf toe dat Matrix Churchill wel degelijk toestemming had gekregen van de regering om de machines naar Irak te verschepen. De zakenlieden werden terstond vrijgesproken. Major, ernstig in verlegenheid gebracht door deze duistere erfenis uit het Thatcher-tijdperk, gelastte het onderzoek.

In de periode dat de wapenleveranties liepen waren hierover in het Lagerhuis regelmatig vragen gesteld. Maar de regering ontkende iedere verandering in het beleid, veelal bij monde van de toenmalige onderminister van buitenlandse zaken William Waldegrave.

Gifgas

Daar plukt hij nu de bittere vruchten van. Want Waldegrave wist dat al in 1988, direct na het einde van de oorlog tussen Irak en Iran, de regels in het geheim waren versoepeld. Irak ontving wapens tot de inval in Koeweit in 1990. Bewindslieden in de regering-Thatcher besloten de leveranties geheim te houden omdat de Iraakse leider Saddam Hoessein bezig was met zijn gifgascampagnes tegen de Koerden. Het publiek zou het één slecht met het ander kunnen rijmen, was de vrees.

“De pogingen om de hele zaak in de doofpot te stoppen zijn nog veel erger dan het vergrijp zelve”, verwoordde een parlementslid de gevoelens van de oppositie. Labour en de Liberaal-democraten willen bloed zien. De verwachting is dat Major bereid is procureur-generaal Nicholas Lyell te slachtofferen. Hij zorgde er immers voor dat drie onschuldige zakenlieden bijna in de gevangenis terechtkwamen.

Door Lyell tot zondebok te bevorderen hoopt de regering staatssecretaris Waldegrave te kunnen redden. Maar dan moet hij wel met een goed verhaal komen. Want de positie van de Conservatieven in het Lagerhuis is uitermate zwak.

Vier Conservatieve parlementsleden hebben zich in het koor van de critici geschaard en die vier stemmen heeft de regering nu juist nodig om aan een meerderheid in het parlement te komen.

Eén van de 'rebellen', Sir Teddy Taylor, zei dat wat hem betreft ieder die gelogen heeft “in de Theems mag worden geworpen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden