'Al word ik 300 jaar, op fietsen raak ik nooit uitgekeken'

Minstens 300 000 kilometer heeft Frank van Rijn al over de aardbol gefietst. Hij heeft gereden in de Sahel en de Andes, heeft Australië en Afrika doorkruist en is in India en Indonesië geweest. Maar al die afstanden vallen in het niet bij de paar honderd meter die hij voor de fotograaf over de Drentse hei moet rijden. Een barre, afschuwelijke ervaring, want Van Rijn háát kou.

Daarom ontbreken Engeland en Scandinavië op zijn indrukwekkende lijst van landen waar hij op zijn Gazelle heeft rondgepeddeld. Daarom is Ameland de meest noordelijke plek op de aardbol waar hij geweest is. “Je kunt naar Engeland ook niet fietsen. Dan moet je met de boot en ik vind niks ergers dan dat gedobber op een boot. Ik verveel me verschrikkelijk, nog meer dan in een vliegtuig, en ik word meteen zeeziek. Mijn credo is: 'Ga nooit over zee wat je over land kunt bereiken.' Geef mij maar een continent, daar kun je maandenlang rondrijden.”

Frank van Rijn (47) is wereldfietser. Van professie. De helft van het jaar koerst hij rond in een ver land, de andere helft brengt hij door met het schrijven van artikelen en boeken (zijn vijfde 'Vijfentwintig jaar later' is net uit bij Elmar) en verzorgt hij lezingen met dia's.

In deze winterse ellende had hij liever in de woestijn van Australië gezeten of in het Middellandse Zee-gebied rondgereden, maar hij werkt aan een herdruk van zijn eerste verhalenbundel, en wordt als fietsgoeroe voor de ene na de andere beurs uitgenodigd: onlangs op de Op Pad-beurs, zaterdag bij de opening van de Fietsvakantiebeurs in Nieuwegein en volgende week op de Fiets-Rai in Amsterdam.

Hij is nooit goed geweest in plannen. Wel in dromen. Na zijn studie elektrotechniek in Delft heeft hij een jaar gefietst door Amerika (van Peru tot Denver in de VS) en stond een tijdje voor de klas. Maar de interesse van de Haagse leerlingen in de natuurkunde viel hem tegen, “en er waren méér continenten”. Hij nam ontslag en fietste met z'n spaarcentjes via Turkije en Egypte in een jaartje naar Kaapstad. Nog één keer heeft hij voor het front van een klas gestaan, maar toen 'niemand dan ikzelf vond, dat ik daar geschikt voor was', koos Van Rijn definitief voor de fiets.

Als hij in Nederland is, leeft hij als een kluizenaar in een vakantiehuisje in Drenthe. Hij kan rondkomen van zijn lezingen, artikelen en boeken. “Reizen kost geld, maar niet veel. Minder in elk geval dan in Nederland verblijven. Als ik boodschappen doe in het dorp, ben ik zó 35 gulden kwijt. Op reis leef ik vaak van een tientje per dag. Ik lijd geen honger, al vinden anderen me vrij ascetisch.”

“Mijn eisen zijn heel bescheiden. Ik kan rustig een jaar elke dag hetzelfde eten, als er maar genoeg vitaminen en eiwitten in zitten. Ik ga onderweg niet naar een bar of een dancing. Vliegen is duur, de helft of een derde van mij reisbudget. Maar als je dat uitsmeert over al die dagen, leef ik nog goedkoper dan wanneer ik in Nederland blijf.”

Hij is gelukkig met z'n bestaan, zegt hij. Over 'de toekomst' denkt hij maar niet te veel na. “Ik zie wel. Ik heb me nooit druk gemaakt over wat ik later zou gaan doen of zou worden. Ik ben in Delft gaan studeren, omdat ik zo goed radio's kon slopen. Maar mijn eerste fietsvakantie gaf me al zoveel plezier, dat ik nooit meer iets anders wilde - afgezien van wandelen, wat ik ook graag doe.”

“Het leuke van fietsen is dat je contact houdt met de aarde. Je ziet alles veranderen, je trekt elke dag weer een stukje verder. Dàt is reizen. Vliegen is absurd, dat is het óver-slaan van reizen. Soms kun je niet anders, net als in een auto rijden, maar het is verloren tijd. Soms zeggen mensen: we hebben maar vijf weken vrij, we huren in Amerika een auto, dan kunnen we zoveel mogelijk zien. Dat is een denkfout: van die vijf weken zit je er drie in de auto om van de ene plek naar de andere te racen. Als je zo weinig tijd hebt, ga dan níét in de auto!”

Het duurt soms een paar jaar, voordat Van Rijn zijn reiservaringen te boek heeft gesteld. Schrijven is vallen en opstaan voor hem, zegt hij. Hij is er niet zomaar in een maandje mee klaar, schrijft eerst alles met pen in het klad en daarna met pen in het net, voordat iemand het voor hem uittikt. “Ik heb een hekel aan computers. Een computer maakt de tekst oppervlakkig.”

Zijn fiets is zijn levensgezel. Hij heeft ooit een tijd een fietsmaat gehad, maar sinds die getrouwd is, rijdt Frank solo. Hij krijgt van Gazelle het beste materiaal en van een bandenfabrikant de sterkste tubes mee. “Ik heb handig leren sleutelen; zo heeft mijn vooropleiding toch nog enig nut.”

Hij heeft nu perfect materiaal; zijn sponsor geurt ermee op beurzen en in advertenties. En voordat hij aan een reis begint, stuurt hij reserve-onderdelen naar ambassades of postadressen. Zijn bagage weegt doorgaans zo'n 30 tot 35 kilo. “Reserve-onderdelen, beetje gereedschap, slaapzak, tent, kookgerei en heel veel kleren (soms wel een kilo of zes) - dat is ongeveer mijn hele huishouden. Ik ben veel beter voorbereid op calamiteiten. Ik kan nu bijna alles zelf maken, desnoods een gebroken frame. Een nieuwe ketting kost me een kwartiertje.”

Zijn luxe blijft beperkt tot een walkman en een paar cassettebandjes met wat onbekende strijkkwartetten en zo. Zalfjes hoeft hij niet, wel vitaminepillen. En koekjes, massa's koekjes. “Dan ben ik volledig content. Dure hotelletjes onderweg hoef ik ook niet. Kakkerlakken? Zit ik niet mee: als je slaapt, zie je die toch niet. Als ik maar rust heb. Eén keer heb ik malaria gehad, maar inmiddels heb ik een aardige immuniteit opgebouwd. In India kan ik gewoon uit de kraan drinken. Mijn stelregel is: als die mensen het drinken, kan ik het ook. En verder doe ik geen domme dingen. Diarree is helemaal niet erg: met bananen, droge rijst en een cola kom je er wel weer bovenop. Dat is beter dan een medicijn.”

De fiets van Van Rijn heeft geen licht: dat heeft hij er afgesloopt, want het is toch altijd kapot en bovendien stopt hij voor het donker. Hij heeft wel twee sloten: een voor als hij boodschappen gaat doen, en een om door zijn tent heen te halen, als hij slaapt. “Diefstal valt hard mee. Alleen in grote steden en bij toeristenoorden moet je oppassen.”

Bang dat hij nog eens uitgefietst raakt, is hij niet. “Al word ik 300, dan raak ik nog niet uitgekeken. Misschien dat het schrijven dan een probleem wordt. Voor mijn volgende reis, in mei waarschijnlijk, denk ik aan China. Maar ik ben nog niet zover, ik heb me nog niet voorbereid.”

Hij zit nu 25 jaar als vogelvrije fietser in het zadel. In zijn laatste boek blikt hij er op terug: “Spijt dat ik een dergelijk zwerversbestaan ben gaan leiden, heb ik nooit gehad. Zou ik het overdoen, als ik de vrije keuze had? Waarschijnlijk wel, maar beter, efficiënter, rechter op mijn doel af, zonder de omwegen over de elektrotechniek en de natuurkunde.”

“Maar waarschijnlijk hebben juist die omwegen mij recht naar mijn doel geleid, omdat ze mij zo vaak aan het dromen hebben gezet, aan het dromen van dromen die geen bedrog waren. Dromen over de wijde wereld waar zoveel te doen is, zoveel interessante en goede mensen te ontmoeten zijn, zoveel avonturen te beleven zijn en zoveel moois te zien is, dat een mens er in geen 25 maal 25 jaar op uitgekeken zou raken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden