Al snel sneuvelt de lyriek

Voor de Britse War Poets kwam de oorlog als een bevrijding. Totdat ze de verschrikkingen aan het front zagen en hun afgrijzen in gedichten verwoordden. Hele generaties lazen hun werk.

Ze waren jong, veelbelovend, intelligent; talentvolle dichters, afkomstig uit de gegoede middenklasse, en patriottisch - vol overgave meldden ze zich aan het begin van de Grote Oorlog aan om op het continent te vechten tegen de legers van de Duitse keizer Wilhelm II. Maar naarmate de jaren vorderden en de grimmige strijd verzandde in de loopgraven van Vlaanderen en Noord-Frankrijk, kantelde hun mening en keerden zij zich steeds feller tegen de zinloze oorlog die aan zoveel jonge levens een einde maakte.

De Britse War Poets, oorlogsdichters, hebben een onuitwisbaar stempel gedrukt op de toch al rijke literatuur van hun land. Ze schreven schitterende gedichten waarvan de meeste al in de oorlogsjaren verschenen, en een deel pas daarna. Hele generaties Britten hebben die op school moeten lezen.

Sommige War Poets stierven als soldaat, op het slagveld, of als gevolg van een dodelijke ziekte die ze tijdens de oorlog hadden opgelopen. Dat gaf hun leven een extra dramatische dimensie; ze kregen bijna een heldenstatus.

Niet iedereen die tussen 1914 en 1918 gedichten publiceerde heeft de rang van War Poet weten te veroveren, zegt Paul Moeyes, die twintig jaar geleden promoveerde op 'een kritische studie' over Siegfried Sassoon, een van de eerste oorlogsdichters. Want er zat nogal wat kaf tussen het koren. "Uit die jaren dateren talloze gedichten van tweede en derde garnituur, geschreven door mensen die tot het einde lyrisch positief over de oorlog waren. Maar wil je je kwalificeren als War Poet, dan moet je laten zien dat je door eigen ervaring een anti-oorlogsgevoel hebt ontwikkeld. Een War Poet is eigenlijk een anti-War Poet."

Een gemeenschappelijke noemer is dat ze in de Britse klassenmaatschappij aan de bevoorrechte kant zaten en veelal op elitescholen of -universiteiten hadden gezeten. Door hun afkomst werden ze automatisch officier, al hadden ze geen enkele militaire ervaring - weliswaar in de laagste rang, maar toch. Pas aan het front en in de loopgraven kwamen ze in contact met jongemannen uit de working class die het meestal niet verder schopten dan soldaat.

Wat bij de dichters ook opvalt, is dat ze op één of andere manier een getroebleerd leven hadden: of de ouders waren uit elkaar gegaan, of vader was vroeg overleden, of ze worstelden met hun homoseksualiteit - voor Sassoon gold het eigenlijk allemaal. "Hij zat behoorlijk met zichzelf in de knoop", zegt Moeyes. "En dat zie je ook bij andere dichters. De oorlog kwam als een soort bevrijding, die gaf zin aan hun leven en had iets avontuurlijks, het had in de eerste maanden echt de kwaliteit van een jongensboek."

Twitteraar

Ook de geliefde dichter Rupert Brooke, omschreven als 'een jonge Apollo, met goudblonde haren', die over de vloer kwam bij de Britse premier Herbert Henry Asquith, was zo'n 'happy warrior'. Hij componeerde eind 1914 een serie sonnetten waarin hij God op z'n blote knieën dankte dat hij de oorlog mocht meemaken. Die oorlog werkte louterend op soldaten en officieren, waste hen als het ware schoon, zo dichtte hij. Maar een half jaar later was hij dood, als gevolg van een muggenbeet. Hij stierf aan boord van een Brits marineschip op weg naar de beruchte slag om Gallipoli in het huidige Turkije.

Siegfried Sassoon was zo enthousiast dat hij zich al op 3 augustus 1914 bij het Britse leger meldde, een dag voordat zijn land de oorlog verklaarde aan Duitsland. Ruim een jaar later ging hij als tweede luitenant naar het front in Frankrijk. Daar ondervond hij aan den lijve de narigheid en ellende van de oorlog.

Sassoon had een journalistieke inslag, als hij nu geleefd had, was hij een twitteraar geweest, of had hij een blog bijgehouden. Hij uitte z'n woede en afgrijzen in bittere gedichten, waarin hij vooral de harteloze stafofficieren hekelde die nauwelijks oog hadden voor het leed van de soldaten. "Sassoon was een man met een missie", zegt Moeyes. "Hij wilde het thuisfront doordringen van wat er allemaal wel niet gebeurde op het continent, ze hadden geen weet van de verschrikkingen. Eigenlijk wilde hij een wending geven aan de oorlog, dat de mensen thuis zich ertegen zouden gaan verzetten."

Nadat hij midden 1917 terugkwam van ziekteverlof, publiceerde Sassoon zijn beroemde 'Verklaring tegen de voortzetting van de oorlog'. Hij besloot verder dienst te weigeren, waardoor hij bijna voor de krijgsraad werd gesleept. Uiteindelijk ging hij vrijwillig naar een militair hospitaal in het Schotse Edinburgh waar hij behandeld werd voor de beruchte shellshock. Eind 1917 nam hij weer deel aan de oorlog, eerst in Palestina, later in Frankrijk. "Hij kon het niet verkroppen dat hij daar in Schotland aan het golfen was en in goede restaurants dineerde, terwijl z'n manschappen nog steeds in de loopgraven zaten", zegt Moeyes. "Hij hoorde dat de ene na de andere sneuvelde. Hij begon zich een lafaard te voelen. Daarom ging hij terug, terwijl hij dat helemaal niet had gehoeven." In augustus 1918 raakte Sassoon weer gewond. Bij de afkondiging van de wapenstilstand in november 1918 was hij nog steeds met ziekteverlof.

In het hospitaal in Edinburgh had Sassoon zijn bijna zeven jaar jongere lotgenoot Wilfred Owen ontmoet, die zou uitgroeien tot de bekendste War Poet - hij had volgens kenners ook het grootste talent. Moeyes: "Het was puur toeval dat ze elkaar daar tegen kwamen, zoals het ook toeval was dat Sassoon en de schrijver Robert Graves elkaars pad kruisten - het was een klein wereldje." Graves is de auteur van het boek 'Good-bye to All That' (Dat hebben we gehad), waarin hij zijn oorlogservaringen beschreef en dat pas eind jaren twintig verscheen.

Doodsbericht

Ten tijde van hun ontmoeting in Schotland was Sassoon de gevestigde dichter die grote invloed uitoefende op Owen en diens werk. Owen keerde terug naar het front en raakte een week voor de wapenstilstand, op 4 november 1918, dodelijk gewond. Navrant detail is dat zijn moeder in Engeland het doodsbericht kreeg op het moment dat de klokken luidden ten teken dat de oorlog was afgelopen.

Sassoon bleef na de oorlog schrijven: gedichten, romans en een driedelige semi-autobiografie waarin hij vooral zijn jeugd bewierookte en de schaduwkanten daarvan wegliet. Het is werk van minder allooi. Moeyes: "Hij was zijn onderwerp kwijt, de oorlog. De scherpte was eraf, de verontwaardiging was weg. Hij zwolg in de nostalgie. Aan zijn brieven en dagboeken zie je dat de oorlog hem niet losliet. Wat hij had gezien en meegemaakt, dat bleef hem achtervolgen.'

Ook in andere landen waren er oorlogsdichters, bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Canada. De Canadese militaire arts en dichter John McGrae schreef het beroemde 'In Flanders Fields', dat president Obama onlangs voorlas bij zijn bezoek aan de Amerikaanse militaire begraafplaats in het Vlaamse Waregem: 'In Flanders fields, the poppies blow, between the crosses, row on row.'

Maar als we het over de dichters uit de Grote Oorlog hebben, hebben we het toch vooral over de War Poets uit Groot-Brittannië, zegt Paul Moeyes. "Zij vormen een duidelijke stroming in de literatuurgeschiedenis van hun land, al is het maar een periode van vier jaar geweest."

De directe invloed op de publieke opinie was gering: "Sassoon en de zijnen publiceerden vooral in de linkse media, zoals The Cambridge Magazine, met een heel beperkt bereik. Het was elitair en intellectueel. De dichtbundels die Sassoon in de oorlog publiceerde, hadden een oplage van hooguit een paar duizend."

Maar waarom hebben de oorlogsdichters dan toch zo'n bijna mythische klank? Moeyes: "Omdat ze naadloos passen in de antimilitaristische stroming die na de Eerste Wereldoorlog opkwam, ook in de literatuur. Nooit meer oorlog, dat werd het credo, kijk eens wat een totale oorlog aanricht. De War Poets lieten haarscherp de paradox van de Grote Oorlog zien. De Britten gingen die oorlog in om een beschaving te beschermen tegen het Duitse gevaar. Maar wat stelt die beschaving voor als je gezonde jonge mannen de loopgraven instuurt, waar ze onder onmenselijke omstandigheden moeten zien te overleven?"

Dat de oorlogsdichters nog steeds een voorname rol spelen in Groot-Brittannië, blijkt uit de gigantische hoeveelheid manifestaties en publicaties in dit herdenkingsjaar. De universiteit van Oxford belegt een speciaal congres, de BBC staat stil bij de War Poets, en er komen diverse nieuwe biografieën uit, terwijl er al zoveel zijn. Paul Moeyes: "Het is echt een lawine die op ons afkomt."

Een van de beroemdste oorlogsgedichten is 'Anthem For Doomed Youth' van Wilfred Owen uit 1917. Onder de vertaling van Tom Lanoye.

What passing-bells for these who die as cattle?

Only the monstrous anger of the guns.

Only the stuttering rifles' rapid rattle

Can patter out their hasty orisons.

No mockeries now for them; no prayers nor bells;

Nor any voice or mourning save the choirs, -

The shrill, demented choirs of wailing shells;

And bugles calling for them from sad shires.

What candles may be held to speed them all?

Not in the hands of boys, but in their eyes

Shall shine the holy glimmers of good-byes.

The pallor of girls' brows shall be their pall;

Their flowers the tenderness of patient minds,

And each slow dusk a drawing-down of blinds.

Lofzang op gedoemde jonge gasten

Welk klokgelui betaamt voor wie vergaan als dieren?

Alleen het monsterlijke woeden van mortieren.

Of neen, alleen de ratel van een mitraillette -

Geen mens raffelt zo schoon een laatste schietgebed.

Voor hen geen bel of toeters, krans of kerkhofblom.

Geen treurmuziek - tenzij stampei van die orkesten

Die slechts bestaan uit slagwerk van kartets en bom

En bugels, jankend over droevige gewesten.

Waar brandt hun kaars? De vlam die hun ten afscheid heet?

Niet in de hand van jonge broertjes. In hun ógen

Laat nooit het vuur dat hen gedenken zal zich doven.

De bleekheid van verloofdes dient hun lijk tot kleed.

Eén bloem: de tedere berusting der beminden.

En elke schemering: het luiken van de blinden.

Uit: Niemandsland. Gedichten uit de Groote Oorlog. Prometheus, Amsterdam. 2002

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden