Al-Mahdi: Khartoem gedoogt ons

Mariam al-Mahdi, dochter van oud-premier Al-Mahdi, is een van de belangrijkste oppositiepolitici in Soedan en vóór een VN-vredesmacht in Darfur. ’Het is een vaststaand feit dat de Janjaweed wapens krijgen van de overheid.’

Gerbert van der Aa

„Ieder weldenkend mens in Soedan staat achter de eisen van de rebellen in Darfur”, zegt Mariam al-Mahdi. „Ik dus ook.”

Op een terras in de hoofdstad Khartoem benadrukt Al-Mahdi, een onopvallende vrouw met bril en henna-beschilderde handen, dat gewapend verzet soms noodzakelijk is. „De Soedanese regering wordt gedomineerd door Arabische elites die van oudsher langs de Nijl wonen. Het is terecht dat mensen in andere delen van het land daar boos over zijn.” Bij geweld tussen rebellen en door de regering gesteunde Janjaweed-milities zijn in Darfur sinds 2003 naar schatting 200.000 doden gevallen.

Al-Mahdi (42) is dochter van de voormalige Soedanese premier Sadiq al-Mahdi, die sinds de onafhankelijkheid twee keer een democratisch gekozen regering leidde. Net als haar vader is ze actief binnen de Umma-partij, een van de belangrijkste politieke bewegingen in Soedan.

Sinds de militaire staatsgreep van 1989, die fundamentalist Omar al-Bashir aan de macht bracht, is de partij illegaal. Maar dat betekent niet dat ze is verdwenen. „De regering gedoogt ons,” aldus Al-Mahdi.

Eind jaren negentig nam Al-Mahdi, die ook van Arabische komaf is, zelf deel aan een gewapende strijd tegen de Soedanese regering. Samen met andere oppositiepartijen probeerde de Umma-partij vanuit buurland Eritrea de regering Bashir ten val te brengen. „Ik was lid van het medisch team”, zegt Al-Mahdi, die aan de universiteit van Khartoem medicijnen studeerde. Na onderhandelingen met de regering werd de strijd in 2000 gestaakt. Sindsdien woont ze weer in Khartoem.

Al-Mahdi weet niet of de Umma-partij mee gaat doen aan de parlementsverkiezingen die gepland staan voor 2009. Het huidige door de regering aangestelde parlement wordt dan vervangen door een gekozen orgaan. Deelname van de Umma-partij hangt volgens al-Mahdi af van de voorwaarden die de regering stelt. „Als de kieswet niet genoeg garanties biedt voor vrije en eerlijke verkiezingen, heeft het weinig zin om mee te doen.”

Begin mei presenteerde de Umma-partij samen met andere politieke partijen en vakbonden een vredesplan voor Darfur. Een van de belangrijkste aanbevelingen is vergaande federalisering. „De inwoners van Darfur vormen twintig procent van de Soedanese bevolking”, zegt Al-Mahdi. „Daarom moeten ze ook twintig procent van het overheidsbudget krijgen. Op dit moment is dat percentage veel lager.”

Ook wil de Umma-partij, in tegenstelling tot de regering Bashir, een vredesmacht van de Verenigde Naties voor Darfur. „De regering doet niets om de veiligheid te verbeteren.”

De Soedanese regering heeft het geweld in Darfur de afgelopen jaren bewust aangemoedigd, beweert al-Mahdi. „Het is een vaststaand feit dat de Janjaweed-milities wapens krijgen uit Khartoum. Vooral daardoor is de situatie uit de hand gelopen.”

In plaats van te praten met de rebellen, koos de regering voor de tactiek van de verschroeide aarde, net zoals de gewoonte was tijdens de burgeroorlog die twintig jaar lang in Zuid-Soedan woedde. „Dat heeft desastreus uitgepakt.”

Het conflict in Darfur wordt vaak beschreven als een strijd tussen Arabieren en zwarte Afrikanen. Al-Mahdi benadrukt dat dit onderscheid meer sociaal-cultureel is, dan gebaseerd op duidelijke raciale kenmerken.

„Iedereen in Soedan heeft negroïde bloed. Maar om de een of andere reden schamen veel van mijn landgenoten zich daarvoor.”

President Bashir, die zichzelf uitdrukkelijk Arabier noemt, heeft naar verluidt een zwarte grootvader. „Maar als je dat tegen hem zegt, wordt hij waarschijnlijk kwaad.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden