Opinie

Al-Kaida uitroeien, dat willen we niet

Franse soldaat in Mali.Beeld AFP

De Franse bedoelingen in Mali zijn onduidelijk. Al-Kaida uitroeien zal zo niet lukken. Laat de terroristen in de woestijn wegrotten en maak dat je wegkomt, is het devies.

De strijd in Mali lijkt te zijn gestreden. Bijna alle delen van het land zijn bevrijd van het schrikbewind van de streng islamitische bewegingen Ansar al-Dinne en Al-Kaida in de Islamitische Maghreb (Aqim). En nu zal Frankrijk het land helpen met de opbouw van de democratie.

"We vechten hier zodat Mali vrede en democratie zal kennen", beloofde de Franse president François Hollande vorige week. Opgetogen Malinezen verwelkomden hem met rijst en bloemen tijdens zijn bezoek aan het land. Een Malinees had zijn lijf beschilderd in de kleuren van de Franse vlag en de tekst: 'Welkom redder'. Maar wie denkt dat de rebellen verslagen zijn, komt bedrogen uit, leert de ervaring.

Het voorspoedige verloop van Franse interventie in Mali vormt geen garantie voor succes
In juni 1982 besloot de Israëlische premier Begin een einde te maken aan de Palestijnse gewapende aanwezigheid in het naburige Libanon. Binnen twee maanden werden de Palestijnen verjaagd; de Israëliërs konden hun geluk niet op. De blitzkrieg luidde evenwel niet het einde in van de oorlog in Libanon, maar slechts het begin. Met het vertrek van de PLO-strijders uit Libanon, werd de Libanees-sjiitische organisatie Hezbollah geboren - een vijand in elk opzicht superieur aan de PLO. De sjiitische Hezbollah dwong Israël uiteindelijk in 2000 tot een vernederende terugtrekking.

Veel Libanezen hadden de Israëlische soldaten aanvankelijk als helden ontvangen. De huidige minister van defensie Ehoed Barak, toentertijd generaal-majoor in het Israëlische leger, vertelde later aan Time: "Toen we Libanon binnenvielen, was er geen Hezbollah. We werden door de sjiieten uit het zuiden ontvangen met rijst en bloemen. Onze aanwezigheid heeft uiteindelijk Hezbollah gecreëerd."

De Amerikanen wacht eenzelfde onterend lot in Afghanistan. Vlak na de invasie van Afghanistan in oktober 2001, waarbij 1300 special forces het regime van de taliban omverwierpen en Al-Kaida verjoegen, dacht Washington dat het grootste deel van de strijd er wel op zat. Elf jaar later zijn de taliban sterker dan ooit, ondanks de aanwezigheid van inmiddels 102.052 Isaf-militairen en zo'n half miljoen man Afghaans veiligheidspersoneel.

Het voorspoedige verloop van de Franse interventie in Mali en Hollande's warme onthaal vormen geen garantie voor succes. Net als de Amerikanen aanvankelijk in Afghanistan, proberen de Fransen de islamisten in Mali te verslaan met luchtbombardementen en een beperkt grondoffensief (van drieduizend militairen). In werkelijkheid hebben ze de djihadisten, die amper verzet boden waar de Fransen verschenen, enkel verspreid. Ze houden zich vermoedelijk schuil in de dorpen in Noord-Mali, om op een geschikt moment verrassingsaanvallen op Franse troepen uit te voeren.

De Dutch Approach in Afghanistan en Irak was geen succes
Wat is Hollande's strategie in het bestrijden van de islamisten? Aanvankelijk was het doel: Al-Kaida verdrijven. Ook deze week zei Hollande dat hij de beweging compleet wil vernietigen, en van Mali een democratie wil maken. Dat vergt nogal wat tijd. Toch uitte de minister van buitenlandse zaken Laurent Fabius woensdag de wens om binnen één maand alle Franse troepen terug te trekken. Die tegenstrijdige uitspraken wekken de indruk dat de strategie slecht doordacht is, of erger nog, dat de Fransen geen strategie hebben. Een verstandige strategie omvat een heldere omschrijving van de doelen, selecteert de middelen die nodig zijn om die doelen te bereiken en biedt een helder idee hoe je die middelen moet inzetten.

Hoewel de dreiging van djihadisten in Afrika niet overschat moet worden, zijn de middelen die Frankrijk inzet om hen te verslaan niet toereikend. Om de islamisten uit te roeien, moeten de Fransen een manier verzinnen om de haast onzichtbare strijders uit te schakelen. Omdat de Noord-Malinese bevolking weet waar die zich schuilhouden is haar medewerking cruciaal om de strijd te winnen.

Hoe krijg je die steun? In het Westen heerst de idee dat je daarvoor het best de voedingsbodem voor extremisme weg kunt nemen.

Bestrijd armoede, ongelijkheid en onderdrukking, krik het levenspeil van burgers op (nieuwe wegen en scholen), en rebellen, die meestal hetzelfde beloven, staan met lege handen. Dan ziet de bevolking je niet meer als bezetter maar als bondgenoot, en verschaft jou informatie over de vijand. Jaag tegelijkertijd de extremisten op, zonder dat de bevolking daar al te veel last van ondervindt.

De hearts and minds-methode, heet dat straffen van de terroristen enerzijds en het helpen van burgers anderzijds. De 'Dutch approach', noemde de Nederlandse krijgsmacht in Afghanistan en Irak het trots, en Defensie gaat ervan uit dat het een succes was. Maar beide missies waren te kortstondig en te beperkt in omvang om het welslagen ervan te kunnen vaststellen. Bovendien: hadden de Nederlandse zachte heelmeesters wel succes met hun bejegening van de taliban? De kans op een mislukking op langere termijn was groot.

Zo wezenlijk verschilt die Hollandse benadering niet van de Amerikaanse aanpak in Afghanistan. Zo zette het Amerikaanse leger antropologen in om met gevoel voor lokale gevoeligheden en verhoudingen te opereren en strijders van burgers te onderscheiden. Het is nadrukkelijk deel van de Amerikaanse strategie om de bevolking te winnen met sociale en economische programma's; miljarden zijn eraan besteed, ook aan 'chirurgische aanvallen' op rebellen, met als doel de burgers te ontzien.

Overtref de terroristen in terreur
Maar de taliban zijn aan een flinke opmars bezig. Geen wonder. Zij beschikken over een machtig wapen: dwang. Afghanen stellen hun leven in de waagschaal als zij alleen al gezien worden met westerse troepen.

Een staat die succes wil boeken in een strijd tegen rebellen moet dan ook dezelfde middelen durven inzetten als de vijand, betoogde de Franse militair-strateeg Roger Trinquier in zijn boek 'La Guerre Moderne' uit 1961. Hij noemt het niet expliciet zo, maar zijn aanpak komt neer op gebruik van staatsterreur. Trinquier putte uit zijn ervaring in Indochina en Algerije, waar de Fransen een harde strijd voerden tegen onafhankelijkheidsstrijders.

In Algerije werd de methode van luitenant-kolonel Trinquier toegepast: door hele dorpen weg te vagen, massa-executies, martelingen en het interneren van complete gemeenschappen, lieten de Fransen het reservoir van rekruten voor de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging FLN opdrogen; de leiders werden geliquideerd, sloegen op de vlucht, of vonden uiteindelijk de dood in de martelkamers. Militair was dat een groot succes; politiek bleek het op de langere duur een ramp.

Het middel dat de Amerikaanse militair-strateeg Edward Luttwak voorschrijft tegen bewegingen als Al-Kaida is al niet zachtzinniger. In zijn veelbesproken artikel 'Dead End: Counterinsurgency Warfare as Military Malpractice' uit 2007 stelt deze oud-adviseur van president Reagan dat de 'makkelijkste en betrouwbaarste' manier om opstandelingen te bestrijden is to out-terrorize the insurgents- de rebellen in terreur overtreffen - door middel van wraakacties, collectieve straffen en massa-executies, zowel tegen opstandelingen als burgers. De angst van de bevolking voor represailles moet groter zijn dan de wil om de opstandelingen te helpen. Zo creëer je de minimale voorwaarde voor een 'rustige bezetting'.

Niet de 'hearts and minds'-aanpak werkte in Malakka, maar excessief geweld
Hét argument dat de adepten van hearts and minds tegen die wrede methode inbrengen is het succes van de Britse antiguerrillaoperatie in Malakka (1948-1960), waar het begrip 'hearts and minds' zijn oorsprong vindt. Communistische rebellen, gesteund door de etnische Chinese gemeenschap, voerden daar een harde strijd tegen de Britten. De Chinezen werden massaal ondergebracht in kampen, waar de voorzieningen beter waren dan ze gewend waren. Rebellen die zichzelf aangaven kregen amnestie. Door wegen en scholen te bouwen en de levensstandaard van de lokale bevolking te verhogen verloren de communistische rebellen hun bestaansrecht, wat resulteerde in de overwinning van Groot-Brittannië.

Zo staat deze 'schone' oorlog althans in de geschiedenisboeken, en zo wordt ze op militaire academies gedoceerd. Maar de waarheid was minder roze, zo blijkt steeds duidelijker nu archieven over oorlogen in de nadagen van het Britse Rijk opengaan. Humaan waren de kampen waarin de complete Chinese gemeenschap werd geïnterneerd, niet. Er werd systematisch gemarteld en er vonden standrechtelijke executies plaats. Buiten de kampen werden grootschalige razzia's gehouden. Wie een wapen bezat, kreeg automatisch de doodstraf. Dorpen van veroordeelde rebellen werden platgebrand. Niet de 'hearts and minds'-aanpak werkte in Malakka, maar excessief geweld.

Met eenzelfde beproefde terreur hebben de regeringen van bijvoorbeeld Irak, Israël, Syrië, Rusland en El Salvador opstanden neergeslagen, evenals de Amerikanen in Irak. Amerikaanse soldaten vormden een geliefd doelwit voor soennitische opstandelingen, vooral rondom Falloedja. Na de dodelijke aanslag in 2004 op vier Amerikaanse huurlingen, legden de Amerikanen een vijfde van deze stad in de as: meer dan duizend burgers kwamen om, een kwart miljoen raakten ontheemd. De vrucht van de operatie was een 'rustige bezetting' van Falloedja.

hoe hoger de ambitie, hoe groter de frustratie is als de resultaten uitblijven
De kans dat de Fransen Aqim en zijn Malinese bondgenoten zullen vernietigen is vrijwel nihil, als ze blijven inzetten op de zachte methode. Die zal ook in Mali niet werken.

Maar wat moet er dan gebeuren, als je niet je toevlucht wilt nemen tot verwerpelijke methoden zoals het wegvagen van dorpen, executies op grote schaal en ontvolking van grote gebieden in het noorden waar de steun voor Aqim het grootst is?

Een oorlog beginnen zonder strategie - al of niet met VN-mandaat - helpt daarbij niet. Het leek eerst de bedoeling om Franse militairen te laten waken over de totstandkoming van een democratische rechtsstaat, wat een langdurige aanwezigheid impliceerde. De jongste uitspraken van Fabius lijken erop te wijzen dat die torenhoge ambitie gelukkig wordt teruggeschroefd: hoe hoger de ambitie, hoe groter de frustratie is als de resultaten uitblijven.

Veel wrede bezettingsoorlogen begonnen met de zachte aanpak. De Fransen in Algerije, evenals de Amerikanen in Irak na 2003, dachten aanvankelijk de bevolking te kunnen winnen met geld en snoepjes, en opstandelingen te kunnen verslaan met kleinschalig militair optreden. Niet meer dan een paar tegenslagen waren nodig om de bezettingsmachten te transformeren tot trinquieraanse onderdrukkers.

Bezit Aqim de bovennatuurlijke kracht om half Afrika over te nemen?
Snelle, goedkope oorlogen bestaan niet, zo beginnen de Amerikanen nu in te zien. Vandaar ook hun terughoudendheid om in Mali in te grijpen. Het is de vraag of de Fransen die les ook hebben geleerd. De winst die in Mali, een land van gering strategisch belang, te behalen valt is betrekkelijk gering; de potentiële kosten zijn daarentegen enorm.

De Noord-Afrikaanse landen is veel bespaard gebleven met de Franse inval, meent HCSS-directeur en Trouw-columnist Rob de Wijk. Dat stellen velen in het Westen: dat het niet veel had gescheeld of ook Mauritanië, Niger, Marokko en Algerije waren in handen gevallen van Al-Kaida. De islamisten zouden in Mali, net als in Afghanistan, "het land als vrijplaats kunnen gebruiken en in hun trainingskampen terroristen kunnen opleiden voor aanslagen tegen het Westen", stelde De Wijk onlangs in deze krant.

Niemand zal het bestaan van Al-Kaida in Afrika ontkennen, noch dat de beweging invloed heeft. Maar analisten schetsen vaak een veel te alarmistisch beeld. Sommigen schrijven aan de paar honderd strijders van Aqim de bovennatuurlijke kracht toe om half Afrika over te nemen.

In werkelijkheid gaat het in Mali om een slecht georganiseerde groep gewapende islamisten, die bovendien in de afgelopen twintig jaar ernstig verzwakt is geraakt. Aqim is het restant van de eens zo machtige islamistische organisatie Groupe Islamique Armé (GIA) die in de jaren negentig door de seculiere Algerijnse regering werd verpulverd na een bloedige strijd om de macht. Aqim is niet bezig met een opmars richting Europa (hoe graag de strijders dat ook zouden willen), maar met een terugtrekking. Door meedogenloos optreden dreef de Algerijnse regering de djihadisten van de dichtbevolkte mediterrane kust naar de Sahara, waar ze leefden van drugshandel, gijzelingen en sigarettensmokkel. In de woestijn vormden de islamisten geen wezenlijke bedreiging voor Algerije, noch voor het Westen.

Islamisten hebben van niets méér profijt dan van buitenlandse interventies
Na hun lange zwerftocht in de woestijn belandden de djihadisten vorig jaar in Mali. Toen militairen daar de macht grepen en Toearegs vervolgens een eigen staat uitriepen, mengden Malinese islamisten zich in de strijd. Aqim hielp zijn broederorganisatie Ansar al-Dinne in haar poging de macht in het land over te nemen, maar Aqims rol was slechts van ondersteunende aard.

Langdurige Franse bemoeienis kan Aqim veranderen van een marginale tot een geduchte tegenspeler. Islamisten hebben van niets méér profijt dan van buitenlandse interventies. Westerse bezettingsmachten in islamitische landen vormen het bestaansrecht van Al-Kaida. De aanslagen in Madrid in 2004 en in Londen in 2005 werden gerechtvaardigd met het argument dat respectievelijk Spaanse en Britse militairen actief waren in de oorlog in Irak.

De houding van Algerije in de oorlog in Mali is veelzeggend. Hoewel het land een doelwit vormt van Al-Kaida, is Algiers tegen de Franse interventie. De Algerijnen begrijpen maar al te goed welke middelen vereist zijn om dit soort gewapende extremisten uit te roeien, en zijn niet bereid die prijs opnieuw te betalen. Liever Al-Kaida in de woestijn dan in onze hoofdstad, zal de Algerijnse president hebben gedacht.

Analisten die bepleiten Aqim uit te roeien om te verhinderen dat ze aanslagen in het Westen plegen, zien een ander, veel reëler gevaar over het hoofd: het westerse onvermogen om de regie aldaar te behouden kan de beweging vleugels geven.

De door Algerije toegepaste optie is voor velen wellicht onverteerbaar, maar nog altijd de beste: laat Al-Kaida rotten in de woestijn. Dat kan, als de Fransen, zoals Fabius suggereerde, snel hun biezen pakken. En laat de opbouw van de democratische rechtsstaat zoveel mogelijk over aan de Malinezen.

Volg Ghassan Dahhan en Marno de Boer op Twitter!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden