Al-Kaida’s nieuwe thuis

(Trouw) Beeld EPA
(Trouw)Beeld EPA

Jemen, het land aan de zuidpunt van het Arabisch schiereiland, lijkt de nieuwe uitvalsbasis voor Al-Kaida te worden. Het Westen denkt na over het beste antwoord op die ontwikkeling.

Het was een niet alledaags gezicht: een commandant van Al-Kaida die in het openbaar een menigte toespreekt. Toch toog Mohammed Ahmed Saleh al-Oemir vlak voor Kerst naar het plaatsje Abajane in Jemen waar vlak daarvoor, op 17 december, een luchtaanval van het Jemenitische leger had plaatsgevonden, gericht tegen een bijeenkomst van Al-Kaida.

Al-Oemir (althans, zo wordt aangenomen) is te zien op een filmpje dat Al-Jazeera op 22 december uitzond. Hij lijkt op een auto te staan, te midden van een grote mensenmassa die zich tot op een naburige heuvel uitstrekt. „Wij dragen bommen voor de vijand van God”, roept hij. „Wij strijden niet tegen het leger, maar tegen de Amerikanen en hun handlangers.”

De terreurcommandant kon daar zo vrijuit zijn zegje doen doordat de plaatselijke bevolking woedend is. Woedend op de Jemenitische autoriteiten, die met hun bombardement ook burgers zouden hebben getroffen. Al-Oemirs komst was dus eigenlijk een publiciteitstunt – zoals een politicus zijn gezicht in een rampgebied laat zien. Uit betrokkenheid misschien, maar ook om goodwill te kweken.

Aan goodwill lijkt Al-Kaida in Jemen geen gebrek te hebben. Het land is de afgelopen tijd in rap tempo (opnieuw) uitgegroeid tot een nieuwe ’veilige haven’ voor de terreurbeweging. De wereld kwam daar achter toen op Eerste Kerstdag een Nigeriaan een mislukte aanslag op een Amerikaans vliegtuig pleegde. Hij zei dat hij instructies en training had gekregen van het plaatselijke Al-Kaida-filiaal in Jemen.

Dat de terreurgroep zijn toevlucht zoekt in het land, verbaast Seth Kaplan helemaal niet. De Amerikaanse consultant, die geldt als een internationaal expert op het gebied van fragiele staten, stelt vanuit New York dat Jemen alle trekken heeft van een mislukkende staat. Het land is goed te vergelijken met Afghanistan, tot nu toe het voornaamste toevluchtsoord voor Al-Kaida.

„De regering controleert er maar een klein deel van het territorium, het is een sociaal verdeelde, tribale (uit stammen bestaande,i.l.) samenleving. De bevolking is er straatarm. Het is nog net geen totaal mislukte staat, maar daarvan is er eigenlijk maar één: Somalië.”

De politiek analist Ali Saif Hassan, hoofd van de denktank Political Development Forum in de Jemenitische hoofdstad Sanaa verwoordt het in een mail aan Trouw zo: „Leden van Al-Kaida werken in de ’kieren’ tussen politieke partijen en tussen groepen, kieren tussen stammen, kieren tussen landen. Ze zijn heel professioneel in het gebruiken van deze kieren, en Jemen is een land vol barsten, sociaal én politiek.”

Dat is niet nieuw trouwens. De eerste officiële aanslag van Al-Kaida vond zelfs in Jemen plaats, in 1992, gericht tegen Amerikaanse militairen op weg naar Somalië. Er kwamen geen Amerikanen om, wel een Australische toerist en een Jemeniet. In 2000 hadden de terroristen meer ’succes’, toen een met explosieven beladen rubberbootje het marineschip USS Cole ramde bij de zuidelijke havenplaats Aden. Bij de ontploffing kwamen zeventien Amerikaanse militairen om.

De Amerikanen waren dan ook al eerder actief betrokken bij het bestrijden van de organisatie in Jemen, vooral na 11 september 2001. In 2002 voerde een onbemand Amerikaans vliegtuigje een aanval uit op een auto met Al-Kaida-leden, waarbij de toenmalige leider van het Jemenitische filiaal omkwam. Een jaar later werd zijn vervanger opgepakt.

Al-Kaida in Jemen leek verslagen, maar toen de Amerikanen in 2003 Irak binnenvielen, verslapte hun aandacht. Ze hadden weinig tijd meer voor wat zich in Jemen afspeelde, zoals ze ook geen energie meer staken in het gevangennemen van Osama bin Laden in Afghanistan. Het bood de onthoofde organisatie in Jemen de tijd om zich te herpakken, zéker nadat in 2006 23 Al-Kaida-leden ontsnapten uit een gevangenis in Sanaa. Onder hen was de huidige leider Nasir al-Wahasji. Al in september 2008 kwamen zeventien mensen om bij een aanslag bij de Amerikaanse ambassade in Sanaa.

Het aantreden van de Amerikaanse president Obama viel in januari vorig jaar samen met een fusie tussen de Saoedische en Jemenitische tak van Al-Kaida. Sindsdien is de nummer 2 van ’Al-Kaida op het Arabische Schiereiland’ de Saoediër Aboe-Sajjaf al-Sjihri. Veel Saoedische leden van de terreurbeweging waren al uitgeweken naar het zuidelijke buurland, vooral nadat de overheid in eigen land ze vanaf 2004 echt begon aan te pakken. Sommige strijders hebben zelfs hun hele gezin overgebracht naar Jemen.

Dat er iets aan de hand was in Jemen, werd het Westen het afgelopen jaar ook steeds duidelijker, zeker na een mislukte aanslag op de Saoedische prins Mohammed bin Nayef in augustus 2009. Met die aanslag, waarbij een terrorist een explosief in zijn lichaam had verborgen, waagde Al-Kaida op het Arabische Schiereiland zich voor het eerst buiten de grenzen van Jemen.

Maar de paniek is pas echt groot sinds de mislukte Kerst-aanslag. Plotseling vrezen westerse politici dat Al-Kaida ook vanuit Jemen aanslagen kan plannen, tot in de Verenigde Staten aan toe. En stel je voor dat de organisatie de regio (en in het bijzijnder Saoedi-Arabië) destabiliseert? Dat zou een gevaar vormen voor het Westen – want het Arabisch schiereiland is van levensbelang voor de internationale oliehandel.

Richard Barrett, coördinator van het ’Al-Kaida-Taliban Monitoring Team’ van de Verenigde Naties, waarschuwde al vroeg dat Jemen de plek was om in de gaten te houden. Per telefoon uit New York stelt hij dat Al-Kaida in Jemen tegenwoordig misschien wel het filiaal is dat het best in staat is om aanslagen te plegen, meer nog dan de leiding van Al-Kaida in Afghanistan en Pakistan. „De mensen in die grensregio zijn beperkt in wat ze kunnen doen. Zij zijn afhankelijk van de stammen die hun veiligheid bieden en bij wie ze onderdak krijgen – en die stammen zijn niet gebaat bij te veel aandacht. Al-Kaida in Afghanistan en Pakistan heeft gebrek aan fondsen en aan mensen, en is eigenlijk al sinds 2005 niet meer goed in staat om operaties uit te voeren. Al-Kaida in Jemen daarentegen heeft wél mensen en mogelijkheden, en het is bovendien een land waar je makkelijk in en uit kunt.”

Barrett bevestigt dat er strijders vanuit Afghanistan-Pakistan naar Jemen reizen, zoals terreur-expert Rohan Gunaratna vorige week in deze krant stelde. „Er zijn mensen van het grensgebied naar Jemen gegaan, en er is contact tussen de twee groepen. Maar de aanslagen die vanuit Jemen worden georganiseerd, worden wel in het land zelf bedacht”, denkt Barrett. „Het leiderschap van Al-Kaida zal algemeen strategisch advies geven, en Al-Kaida in Jemen volgt dat. Of niet.”

Toch is Barrett niet echt onder de indruk van de organisatie zelf, als terreurgroep. „Ze hebben een heel gelikte media-afdeling, die bijvoorbeeld een eigen tijdschrift uitbrengt. Die PR suggereert kracht en vastberadenheid, en capaciteit. Maar die jongens van de media-afdeling zijn niet per se succesvolle moordenaars.”

„De groep van geharde strijders is niet al te groot, het zijn er misschien een stuk of honderd. De Jemenitische overheid heeft het over zestig man – en ik heb weinig reden daaraan te twijfelen. Ik zie het nog niet zo snel gebeuren dat ze een tweede 11 september plannen.”

Net als aan het begin van het decennium is Al-Kaida bovendien makkelijk te onthoofden, denk Barrett. „Zeker nu de overheid hard tegen ze optreedt.” Jemen pakt de groep sinds een maand echt aan, met onder meer de luchtaanval van 17 december waar commandant Al-Oemir op Al-Jazeera tegen ageerde. Een week later zou hij, samen met een aantal andere leiders (onder wie de nummer 1 en 2), zijn omgekomen bij een tweede aanval. Maar hun dood is nog niet officieel bevestigd.

Jemen kreeg bij die twee aanvallen inlichtingen en militaire hulp van de Amerikanen. De roep om nog harder ’in te grijpen’ klinkt luid in de VS, sinds de mislukte Kerst-aanslag. Maar hoe? Kaplan: „Veilige havens voor terroristen ga je alleen tegen door de centrale overheid en de sociale cohesie in een land te versterken, een doel dat je alleen bereikt op langere termijn. Of je probeert het, op korte termijn, militair op te lossen. Het probleem is dat die twee tactieken elkaar tegenwerken.”

Want één ding is zeker, menen Kaplan, Barrett én Ali Saif Hassan: de regering van Jemen is er niet bij gebaat om als handlanger van de Verenigde Staten te boek te staan in een land dat virulent anti-Amerikaans is, en dat bovendien zo dicht bij Mekka ligt. „Hulp moet zo gegeven worden, dat het lijkt alsof de overheid dit zelf oplost, als een intern Jemenitisch probleem”, zegt Barrett.

Ali Saif Hassan is nog duidelijker: „De VS kunnen Jemen op elk vlak en op elke manier steunen, zolang die steun maar verborgen blijft voor het Jemenitisch publiek. Want er is één ding dat deze confrontatie tot een ramp zal maken, en dat is de zichtbare aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Jemen.”

Al-Wahasji (midden rechts) en Al-Sjihri (midden links). (FOTO EPA) Beeld EPA
Al-Wahasji (midden rechts) en Al-Sjihri (midden links). (FOTO EPA)Beeld EPA
Een stamhoofd voor een rij portretten van de Jemenitische president Saleh. (FOTO EPA) Beeld EPA
Een stamhoofd voor een rij portretten van de Jemenitische president Saleh. (FOTO EPA)Beeld EPA
Jemenitische soldaten bewaken de poort van het gebouw waar de ministerraad vergadert. (FOTO AP) Beeld AP
Jemenitische soldaten bewaken de poort van het gebouw waar de ministerraad vergadert. (FOTO AP)Beeld AP
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden