Al-Kaida is versplinterd, niet verslagen

Wie denkt aan terrorisme, denkt aan Al-Kaida. Kan die beweging ook een kernwapen bemachtigen? Onwaarschijnlijk, denkt de Amerikaanse terrorisme-expert Martha Crenshaw. Maar ook zonder kernwapen blijft Al-Kaida gevaarlijk genoeg.

Voor het grote publiek is terrorisme-expert Martha Crenshaw onbekend, maar onder vakgenoten geldt ze als misschien wel de scherpste analyticus. Aan speculaties en voorspellingen waagt de professor zich zelden. Ze treedt, anders dan haar collega's, dan ook vrijwel nooit op in televisieprogramma's. Terrorisme is geen show, meent de expert die zich al sinds de jaren zeventig bezighoudt met het onderwerp.

Crenshaw valt op door haar sobere schrijfstijl en de empathische blik waarmee zij patronen van terrorisme probeert te ontdekken. Terroristen zijn in haar ogen monsters noch gekken. Als iets terroristen kenmerkt 'dan is het hun normaalheid', aldus Crenshaw. Zij leidt een van de grootste onderzoeken naar internationaal terrorisme, de Studie naar Terrorisme en Contraterrorisme (Start) van de Universiteit van Maryland. Maar van alle groeperingen heeft één haar volle aandacht: Al-Kaida.

Volgens Crenshaw moeten we de dreiging van deze groepering niet overdrijven, maar het is nog veel te vroeg om de organisatie dood te verklaren, zoals sommige van haar collega's deden. "Op het moment dat we dachten dat vliegtuigkapingen tot het verleden behoorden, kwam Al-Kaida met de verrassing op 11 september 2001. Het valt even moeilijk te voorspellen met welke innovaties terroristen in de toekomst zullen komen."

Op de Nucleaire Top die maandag in Den Haag begint, staat ook nucleair terrorisme op de agenda. Is die aandacht terecht?
"Nucleair terrorisme is de grootste veiligheidsdreiging voor de VS op dit moment, ook al is de kans dat bijvoorbeeld Al-Kaida kernwapens in handen krijgt uitzonderlijk klein. Reëler is de kans op een aanslag met een 'vuile bom', geladen met radioactief materiaal. De schade die zo'n bom aanricht is in principe gering, maar het schrikeffect zou enorm zijn.

Probleem is dat de Amerikaanse militaire macht op terroristen geen afschrikwekkend effect heeft. In de Koude Oorlog dreigden de VS en de Sovjet-Unie om elkaars bevolkingen te vernietigen bij een kernwapenaanval van de tegenstander. Dat weerhield beide partijen ervan om een conflict te laten escaleren. Maar wie blaas je op als Al-Kaida een nucleaire aanval uitvoert? Ga je dan islamitische landen aanvallen? Het Westen zou wel kunnen dreigen om islamitische heiligdommen op te blazen, zoals in Mekka en Medina, maar dit zal eerder leiden tot haat en afkeer dan dat het Al-Kaida zal afschrikken."

Hoe staat Al-Kaida er eigenlijk voor ten opzichte van twaalf jaar geleden?
"De groep van Osama bin Laden, oftewel het Al-Kaida dat we kennen van de aanslagen van 9/11, daar is weinig van over. Deze beweging zetelde in Afghanistan, maar na de Amerikaanse invasie in 2001 vluchtten de meeste leden naar de bergen in Pakistan. Inmiddels is Bin Laden dood, en houdt de beweging zich vooral bezig met het uitbrengen van persberichten of geluidsfragmenten van de nieuwe leider van Al-Kaida, Aiman al-Zawahiri, de weinig charismatische Egyptenaar en voormalige rechterhand van Bin Laden. Maar sinds 2008 heeft Al-Kaida geen aanslagen meer gepleegd tegen burgers buiten Afghanistan en Pakistan.

Met de oorlog tegen terreur is Al-Kaida gaan decentraliseren. De VS zijn continu op jacht naar Al-Kaida-leden, gebruik makend van een immens inlichtingenapparaat. Om uit handen te blijven van de Amerikaanse inlichtingendiensten moest Al-Kaida zich verspreiden.

Om redenen van veiligheid hebben leiders zelden direct contact met elkaar. Maar doordat Al-Kaida zo verspreid is, is het ook niet meer in staat om dodelijke aanslagen voor te bereiden.

Nu zit het hoofdkwartier van Al-Kaida in Pakistan. De terroristen hebben het daar zwaar: Pakistan krioelt van de inlichtingendiensten en Amerikaanse drones. De drone-aanvallen op Al-Kaida-kopstukken hebben ook hun vruchten afgeworpen. Ze ondermijnen de cohesie binnen de groepering. Telkens als een leider wordt omgebracht, ontbrandt er een strijd om de opvolging. Maar de liquidaties hebben ook nadelen: Al-Kaida gaat zich verder verspreiden."

Als je de lijn van de afgelopen jaren doortrekt, welke kant gaat Al-Kaida op?
"Het strijdtoneel verplaatst zich snel: aanvankelijk van Afghanistan naar Pakistan, maar nu slaat de strijd ook over naar andere delen in de wereld. De groep rondom Bin-Laden is daarbij niet meer zo belangrijk. Tegenwoordig wordt Al-Kaida in het djihadistische universum vooral vertegenwoordigd door zijn verwanten, assistenten en imitators.

Er zijn wereldwijd zo'n dertig aan Al-Kaida verbonden groeperingen actief. De bekendste verwanten zijn Al-Kaida op het Arabische Schiereiland (Jemen), Al-Kaida in de Islamitische Maghreb (Noord-Afrika) en Al-Noesra (Syrië). Daarnaast heb je de assistenten zoals de terreurgroepen Boko Haram in Nigeria en Al-Shabaab in Somalië, en imitators zoals de Islamitische Staat in Irak en Syrië (Isis).

Maar de strategieën van deze groeperingen wijken sterk af met die van Al-Kaida. Al-Kaida in Noord-Afrika en het Syrische Al-Noesra zijn vooral uit op het omverwerpen van lokale seculiere regimes, bij Al-Kaida in Pakistan ligt de prioriteit vooral bij het plegen van aanslagen tegen het Westen. De regionale afdelingen luisteren slecht naar de Al-Kaida-leiding, of zelfs helemaal niet. De bondgenoten zijn daarmee concurrenten geworden. De Isis in Irak en Syrië, is nu openlijk in oorlog met Al-Kaida. Sinds begin dit jaar zijn in Syrië djihadisten met elkaar slaags geraakt over de te voeren strategie."

In plaats van één Al-Kaida hebben we nu te maken met meerdere Al-Kaida's. Kun je stellen dat de strijd tegen terreur is verloren?
"Al-Kaida als geheel is niet verslagen. Dat doel was veel te ambitieus. Maar de stroming binnen de beweging die aanslagen tegen het Westen wil plegen is verzwakt. De regionale afdelingen richten zich steeds meer op de eigen regeringen, en minder op het Westen.

Het zijn de zwakke regeringen in het Midden-Oosten die de voorhoede vormen in de strijd tegen de terroristen. De Amerikaanse regering, maar vooral ook het Amerikaans publiek, heeft er geen trek in om troepen te sturen naar die landen. De landen in het Midden-Oosten moeten het zelf oplossen, eventueel met wat Amerikaanse steun.

Toch is men ook in het Westen bang voor de nieuwe lichting djihadisten. Het is namelijk lang niet zeker of de lokale Al-Kaida-takken altijd lokale doelen zullen blijven nastreven. Het leek er aanvankelijk ook op dat de djihadisten die in Afghanistan tegen de Russen vochten slechts de omverwerping van het communistische regime in Kaboel en het verdrijven van Sovjet-militairen voor ogen hadden. Twaalf jaar later waren de VS aan de beurt.

Maar het probleem zijn vooral de gebieden waar djihadisten nu actief zijn. Ze rukken op naar het hart van het Midden-Oosten waar het Westen veel belangen heeft, zoals Egypte, Libië en Irak. Dit zijn belangrijke partners van het Westen. Voor de Arabische revoluties in 2011 was het haast ondenkbaar dat gewapende djihadisten in deze landen vrije havens zouden creëren. In Libië, Syrië en Irak gaat het niet meer om clandestiene cellen, maar om volwaardige rebellenbewegingen. De steden in Syrië, Irak of Libië zijn wel wat anders dan de bergen van Afghanistan. Het komt voor ons heel dichtbij."

Nergens is Al-Kaida zo groot als in Syrië. Volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten zijn er enkele tienduizenden gewapende islamisten actief in het land. Is er een kans dat djihadisten Syrië overnemen?
"Het is moeilijk voor te stellen dat djihadisten in het Midden-Oosten erin zullen slagen om een staat omver te werpen. Maar het is mogelijk. In Afghanistan wisten djihadisten ten slotte ook een islamitische staat te vestigen. De taliban kwamen voort uit een burgeroorlog, net als in Syrië. Als het de djihadisten in Syrië lukt om Assad omver te werpen dan zal het land waarschijnlijk, net als Afghanistan tussen 1996 en 2001, geïsoleerd zijn - er waren maar drie landen (Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Pakistan) die het talibanbewind erkenden. Een Syrisch djihadistenregime zou waarschijnlijk op een mislukking uitdraaien, maar tegen enorme kosten voor de bevolking.

Toen de oorlog in Syrië uitbrak, dachten de meesten van ons dat het Assad-regime zou instorten. Maar we hebben ons vergist in de veerkracht van dit systeem. Niemand had ooit gedacht dat het zo lang stand zou houden. De steun voor Assad onder de bevolking en de vastberadenheid van het regime zijn veel groter dan bijvoorbeeld de media weergaven.

Zwakke staten zijn over het algemeen eerder geneigd om excessief geweld te gebruiken wanneer ze zich bedreigd voelen. Een regime zoals in Syrië ziet geweld als de enige uitweg om een revolutie tegen te houden. Het heeft simpelweg geen andere alternatieven. Maar door het harde ingrijpen creëert het terroristen, en uiteindelijk rebellen. Een oorlog is het gevolg, waarin het regime nog verder verzwakt. Maar het is niet zo dat de regering ook het onderspit delft. Deze regimes zijn politiek te zwak om een dialoog aan te gaan met hun tegenstanders, en militair te sterk om omver te worden geworpen. Maar terroristen verslaan enkel met geweld is onmogelijk. Er ontstaat dan een vicieuze cirkel, waarin terrorisme repressie uitlokt en andersom.

Wat kan het Westen doen om te voorkomen dat djihadisten aan de macht komen?
"Op dit moment wil het Westen weinig uitrichten. Dat is ook te begrijpen, want buitenlandse interventies lokken weer aanslagen uit. De Amerikanen richten zich steeds minder op terrorisme, en meer op andere dreigingen, de opkomst van China bijvoorbeeld of Rusland. Maar dat kan veranderen. Het is namelijk onmogelijk om het gedrag van terroristen te voorspellen. We weten bijvoorbeeld niet wat de buitenlandse djihadisten in Syrië op de lange termijn gaan doen. Wel weten we dat honderden westerlingen zich bij djihadistische organisaties hebben aangesloten. Wat gaan zij bij terugkomst doen?

Op dit moment is er geen Amerikaans beleid in Syrië. Of beter gezegd, bij gebrek aan opties doen de VS niets. Net als in Afghanistan helpen sommige van onze Arabische bondgenoten djihadistische organisaties in Syrië, zoals Saoedi-Arabië en Katar. Dit zal moeten stoppen. Ook particuliere donoren zijn een probleem. Radicalen zamelen openlijk geld in voor de strijd in Syrië.

Ik zie het niet zo snel gebeuren dat we op de korte termijn bijvoorbeeld drone-aanvallen gaan uitvoeren op djihadisten in Syrië. Daarvoor zijn het er te veel. Een liquidatieprogramma door middel van drones is vooral heilzaam in gebieden waar weinig mensen wonen en wanneer het aantal doelen beperkt is. Ondanks hun precisie, doden drones veel burgers. Als je ook djihadisten in Syrische steden gaat liquideren, zullen veel meer mensen omkomen dan nu het geval is in Jemen of Pakistan. Dan creëer je een nieuw probleem.

De Amerikanen weten inmiddels dat 'beperkte acties' tegen terroristen lang niet altijd een beperkt verloop hebben. Terroristen zijn heel bedreven in het uitlokken van grootmachten naar politieke moerassen. Gerichte acties kunnen door allerlei niet voorziene mechanismes leiden tot een groot conflict.

De onvoorspelbaarheid van terrorisme dwingt ons analisten om ons nederig op te stellen. Maar we kunnen wel geruststellen dat de les van de 'oorlog tegen terreur' is dat terreur niet is op te lossen met alleen oorlog."

Wie is Martha Crenshaw?
Martha Crenshaw (1945) is hoogleraar in de politicologie en verbonden aan de Universiteit van Stanford. Sinds de jaren zeventig adviseert Crenshaw regeringen over de hele wereld over terrorisme. Veel van haar oud-studenten zijn gaan werken voor inlichtingendiensten.

Crenshaws stokpaardje is de psychologie van het terrorisme. Naast haar werk als hoogleraar, is Crenshaw in Maryland hoofdonderzoeker van de Studie naar Terrorisme en Contraterrorisme, waarbij zij alle terroristische groeperingen en hun gedrag in kaart probeert te brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden