Al-Kaida, gekmakend ingewikkeld

Het zou een blunder zijn als de democratische wereld zich tevreden zou stellen met een militaire overwinning op Al-Kaida, betoogt kenner Rohan Gunaratna. Er moet iets gedaan worden aan het voortschrijdende terrorisme. 'Doe iets', roept de verontruste Gunaratna de wereld toe.

De oorlog tegen het terrorisme kent successen. De belangrijkste basis van Al-Kaida is zwaar beschadigd, enkele topmannen zijn dood of gevangen. Maar terwijl de Verenigde Staten verder proberen te bouwen aan een internationale coalitie, reageert Al-Kaida door zíjn multinationale alliantie van terroristische groepen te versterken en het doet dat met minder middelen, maar met veel meer flexibiliteit.

Al-Kaida wil maar wat graag dat het conflict zich uitbreidt tot een wereldwijde oorlog. Des te vatbaarder zijn moslims in de verdrukking voor het claustrofobische wereldbeeld van de beweging. Door te streven naar de vernietiging van de Verenigde Staten (gepland voor 2004) wint Al-Kaida aan populariteit en hoopt het uiteindelijk 'valse' islamitische regimes in het Midden-Oosten omver te kunnen werpen.

De Schotse terrorisme-onderzoeker Rohan Gunaratna zal ook dit aspect belichten als hij vanmiddag in het Amsterdams cultureel centrum De Balie spreekt over zijn nieuwste boek, 'Inside Al-Qaeda. Global network of terror' ('Binnen Al-Kaida, Wereldwijd terreurnetwerk'). Hij begon vijf jaar geleden met zijn onderzoek en vervroegde de verschijning van het boek na 11 september.

Gunaratna reisde de hele wereld rond en sprak onder meer met tweehonderd terroristen, al dan niet gevangen, met hun ondervragers en met geheim agenten. Hij had inzage in verslagen van verhoren en telefoontaps en gebruikte sommige van Al-Kaida's eigen documenten. Hij raakte overtuigd: Al-Kaida is de dodelijkste terroristische organisatie die er nu bestaat.

Een van de gevaren schuilt in de grote geheimzinnigheid. De doorsnee terreurgroep klopt zich na een geslaagde actie op de borst, maar Al-Kaida eiste tot voor kort nooit aanslagen op. Volgens Gunaratna houdt het zich nog altijd aan de opdracht in het oprichtingsdocument uit 1987, opgesteld door Bin Ladens toenmalige mentor, de Palestijn Abdoellah Azzam.

De organisatie moest ,,in het vuur van de zwaarste proeven springen en in de golven van verschrikkelijke bezoekingen. De leiding moet delen in de reeks van beproevingen, in het zweet en het bloed. (...) Deze voorhoede moet afzien van goedkope wereldse pleziertjes en moet duidelijk het stempel dragen van onthouding en soberheid. Net zo moet zij begiftigd zijn met sterk geloof en vertrouwen in de ideologie, doordrongen van veel hoop op haar overwinning. (...) Zij moet zich bewust zijn van het bestaan van machinaties tegen de islam overal ter wereld.''

Bin Laden liet zijn leermeester Azzam trouwens in 1989 vermoorden, onthult Gunaratna, omdat hij die te gematigd vond. Een nieuwtje voor de fijnproevers, lijkt het, maar tekenend voor Bin Ladens meedogenloze leiderschap en schokkend voor de aanhang van Al-Kaida, die in Azzam nog altijd zijn grote denker ziet.

Tegenwoordig ziet Bin Laden een goeroe in de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, die er een wat prozaïscher stijl op na houdt dan Azzam. Gunaratna citeert uit het boek 'Ridders onder de Banier van de Profeet', dat Al-Zawahiri na 11 september uitbracht: ,,Het is nodig om zo veel mogelijk slachtoffers te maken bij de tegenstander, want dit is de taal die het westen verstaat, hoe veel tijd en moeite zulke operaties ook kosten.''

Al-Kaida is zelfs een raadsel voor de tientallen terreurgroepen die erbij zijn aangesloten. Slechts enkele van hun leden worden uitverkoren voor de kern van de beweging. Gunaratna legt iets van de organisatie bloot. Westerse inlichtingendiensten dachten tot voor kort dat aparte terreurcellen nauwelijks contact hadden met elkaar of met hun leiding, maar Gunaratna beschrijft intensief overleg, langs een vrij traditionele, piramidale commandostructuur, in stand gehouden door slimme een-op-een-contacten.

Het middendeel van zijn boek bestaat uit een overzicht van regio's met de hem bekende activiteiten van Al-Kaida daar, up to date tot en met april van dit jaar. Het is van een gekmakende ingewikkeldheid en maakt het probleem van de landsgebonden inlichtingendiensten duidelijk die moeite móeten hebben met zo'n vloeibare, letterlijk grenzeloze organisatie.

Een aantal elementen zijn in het licht van recente gebeurtenissen extra interessant. De Verenigde Staten zijn op dit moment geschokt door de arrestatie van Abdullah al-Muhajir, voorheen Jose Padilla, een Amerikaans staatsburger die volgens minister Ashcroft van justitie plannen had voor een aanslag met een radioactief geladen bom. Volgens Gunaratna is de ondersteuning voor Al-Kaida binnen de Verenigde Staten aanzienlijk. Het netwerk heeft in dat land extra zijn best gedaan om aanhangers te vinden, waardevol als zij met hun Amerikaanse paspoorten zijn.

De FBI infiltreert sinds begin jaren negentig radicale islamitische groepen, maar verkeerde tot 11 september in de veronderstelling dat die slechts aanslagen beraamden elders in de wereld. Niet zelden zijn de Amerikaanse Al-Kaidaleden rijk en machtig, schrijft Gunaratna -Al-Muhajir is maar kanonnenvlees- en nog meer dan vóór 11 september zal de strategie van Al-Kaida in het westen zijn om zich te verschuilen achter legitieme organisaties als moskeeën, koranscholen, buurtcentra, liefdadigheidsfondsen en bedrijven.

In Nederland zijn sinds 11 september -eerder gebeurde het al sporadisch- Algerijnen opgepakt die volgens justitie geld, creditcards en paspoorten vervalsten ten behoeve van 'de gewapende islamitische strijd'. Woensdag gebeurde dat nog in Groningen. Justitie spreekt het vermoeden uit dat zij lid zijn van de Groupe Salafiste pour la Predication et le Combat (GSPC, Salafistische Groep voor de Prediking en de Strijd). Deze afsplitsing van de Algerijnse GIA kan worden gezien als de voornaamste -en nog vrij jonge- vertegenwoordiging van Al-Kaida in Europa.

Gunaratna toont hoe Bin Laden de GSPC persoonlijk losweekte van de GIA, die hij maar een ongerichte zooi vond. Hij gebruikt de GSPC-leden om in Europa een fijn vertakt ondersteunend netwerk op te bouwen voor de kernleden van Al-Kaida. Inlichtingendiensten schatten het aantal van die laatsten op driehonderd, schrijft hij.

Het nieuwe 'theater' van Al-Kaida, waarover Gunaratna vanmiddag het meest zal spreken, is volgens de schrijver Azië. Een vijfde van de Al-Kaidaleden komt uit dit werelddeel. Er is vaak gespeculeerd over de activiteiten van Al-Kaida op de Filippijnen, waar de Amerikanen na Afghanistan militair het meest actief zijn. Volgens een Filippijns inlichtingenrapport dat Gunaratna inzag, introduceerde Osama bin Laden zelf zijn agent Ramzi Youssef bij Abdurajak Janjalani, oprichter en leider van de Filippijnse extremistische groep Abu Sayyaf. Dat zou zijn gebeurd in de Pakistaanse stad Peshawar, halverwege de jaren negentig.

Youssef moest de Abu Sayyaf Groep helpen trainen, financieel gesteund door een zwager van Bin Laden die op de Filippijnen allerlei islamitische 'liefdadigheidsfondsen beheert'. Van een anonieme Franse bron heeft Gunaratna dat een van Bin Ladens hoogste commandanten, de nu in Amerika opgesloten Aboe Zoebeida, de laatste jaren een andere Filippijnse terreurgroep aanstuurt, het Moro Islamic Liberation Front.

Gunaratna benadrukt ook de activiteiten van Al-Kaida in het grootste moslimland ter wereld, Indonesië. Bin Ladens leermeester Al-Zawahiri en zijn hoofd operaties Mohammed Atef bezochten in 2000 de Molukken. Al-Kaida zou achter de reeks bomaanslagen tegen christelijke doelen zitten rond de kerst van dat jaar. Afgelopen november zou de Spaanse geheime dienst informatie hebben verkregen over een Al-Kaidatrainingskamp op een Indonesisch eiland en een Europese geheime dienst meldde volgens Gunaratna direct na 11 september dat een lid van de huidige Indonesische regering nauwe banden met Al-Kaida heeft.

Al eerder bepleitte Gunaratna in Trouw een meedogenloze aanpak van Al-Kaida: tegoeden bevriezen, bombarderen, infiltreren, uitschakelen, gevangen nemen en keihard ondervragen. Maar in zijn boek wijst hij erop dat dat slechts op de korte termijn werkt. Al-Kaida gedijt bij oorlogen en nog wel het best als moslims bij die oorlogen slachtoffer zijn. Het westen moet, betoogt Gunaratna, zich eindelijk iets gelegen laten liggen aan conflicten als in Kashmir of Tsjetsjenië, haast maken met een Palestijnse staat. Al is het maar uit opportunistische overwegingen: bij die conflicten springt Al-Kaida in, vangt getergde strijders in een net van paranoïde haat en breidt in één klap flink uit. Terrorisme werkt. En er is vooralsnog geen alternatief, geen legitieme instantie zoals een sterke VN, waar bevolkingsgroepen met hun grieven terecht kunnen. Er is slechts Amerika, dat deelnemer en scheidsrechter tegelijk is.

Maar het allerbelangrijkste, en op lange termijn de enige oplossing, is volgens Gunaratna dat de ideologie van Al-Kaida met man en macht wordt bestreden. En daarvoor is veel meer steun nodig van islamitische gemeenschappen dan zij nu geven, vindt hij. De moslimwereld is verdeeld, maar Bin Laden wordt steeds meer een held. Uit opiniepeilingen blijkt dat slechts een minderheid in de moslimwereld gelooft dat de aangewezen kapers van 11 september de echte daders zijn. De Al-Kaidaleiders moeten als ketters te boek komen te staan, er moet gehamerd worden op de onschuldigen die zij hebben vermoord, onder wie ook veel moslims, op de de leugens die zij over het westen verspreiden. Osama moet ontmaskerd worden als een politiek leider zonder religieuze autoriteit.

Gunaratna is geen voorzichtig man. Dat geldt voor de manier waarop hij informatie verzamelt, niet zelden door zelf met terroristen of aanverwanten contact te zoeken, het geldt ook voor de manier waarop hij zijn bevindingen presenteert: stellig en scherp. Gunaratna heeft als boeddhist dan ook een persoonlijke drijfveer om Al-Kaida op de huid te zitten. ,,Een bepalend moment deed zich voor'', schrijft hij, ,,toen ik hulpeloos op de grens tussen Oezbekistan en Afghanistan stond terwijl het door Al-Kaida beïnvloede Talibanregime in Kaboel de vernietiging beval van de reusachtige Boeddhabeelden in Bamiyan, een archeologische kostbaarheid van onschatbare waarde die de verwoestingen had weerstaan van zowel invallen als de elementen.''

Maar ook geldt dat wie zich in Al-Kaida verdiept zoals hij heeft gedaan, in de schijnbaar overal en altijd dreigende gevaren -ook al toen nog weinigen hier van Osama Bin Laden hadden gehoord- een discrepantie kan gaan voelen tussen het onderwerp en de belangstelling bij publiek en media die vóór 11 september gering was en sinds 11 september, in ieder geval buiten de VS, sterk afneemt. Dat kan ertoe leiden dat je hard gaat schreeuwen, zoals Gunaratna, bij wie steeds tussen de regels door te lezen is: doe iets!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden