Al in 1993 meldden Bengalen dat ze hun geld terugwilden

WAGENINGEN - 'Krijgen we nou ons geld terug?' Met die vraag werd Barbara van Koppen al in 1994 in Bangladesh bestookt. De universitair docente tropische-cultuurtechniek ontdekte toen dat het waterpompen-project waar de Novib een van de sponsor van is, mislukt was. Ondanks het feit dat ze alle verantwoordelijke partijen, inclusief Novib, uitvoerig informeerde over het mislukken van de waterpomp-projecten, gebeurde er twee jaar lang niets om de deelnemers te helpen.

Samen met haar mede-onderzoekster Simeen Mahmud ontdekte Van Koppen dat tienduizenden kleine boeren gedupeerd waren door een fout uitgepakt ontwikkelingsproject waarin ook Novib geld stak. Eigenlijk onderzocht het duo of de deelname van vrouwen aan de exploitatie van waterpompen hun positie verbeterde. Zij deden daarvoor onderzoek bij zes organisaties. “Want de effectief-ste manier om armoede te bestrijden, is de positie van vrouwen verbeteren.”

Ze stuitten per ongeluk op deze zeperd. Op het hoofdkantoor van de organisatie Brac, die het verkeerd lopende project uitvoerde, reageerde men in 1994 verrast. “Ze dachten dat het goed liep”, vertelt Van Koppen. Brac deed overigens vervolgens niets met die kennis.

Van Koppen stelde ook Novib op de hoogte, tenslotte was Novib een van de donoren van dit project. “Zij waren zeer geïnteresseerd, onze informatie was voor hen nieuw.” Wederom leidde dit niet tot enige zichtbare actie.

In april 1995 hingen de onderzoeksters hun bevinden aan de grote klok tijdens een workshop. “Als onderzoeker kun je niets meer doen dan de resultaten van een onderzoek zo helder mogelijk neerleggen”, schetst Van Koppen haar mogelijkheden. Dat hielp wel. Brac erkende in november 1995 dat het project mislukt was, en kwam met een plan tot schadevergoeding. “Maar dat was veel te mager”, vindt Van Koppen. Donderdag nog was dat alles, maar na een grote voorpaginakop in Trouw heeft Novib, zegt de organisatie zelf, de zaak inmiddels goed geregeld.

Water genoeg in Bangladesh, maar nooit in juiste hoeveelheden op de goede plek. Boeren kunnen hun oogst enorm verbeteren als ze hun land kunstmatig bewateren. “Maar de akkers van kleine boeren zijn zo klein. Wie een pomp heeft, heeft water over”, schetst Van Koppen het startpunt van de ontwikkelingsprojecten met waterpompen.

Inmiddels zijn er op die manier 400 000 waterpompen in het land gekomen, waarvan 3 000 door groepen arme mensen gerund worden. Dat heeft de welvaart zeker goed gedaan. Sommige projecten lopen goed, anderen wat minder, zo ontdekten Van Koppen en Mahmud. Waarbij het aandelenproject van Brac een triest dieptepunt vormt.

Brac kocht 600 grote pompen, en zocht daar telkens 80 lokale aandeelhouders voor, arme, vaak (bijna) landloze, boeren. Die moesten de pomp kopen, tegen gewone commerciële rente. Dat laatste zou geen probleem zijn, want het uitbaten van de pomp kon genoeg geld opleveren om de rente te betalen. De hulp bestond uit de voorfinanciering en opleiding en begeleiding van de groepen. De pompeigenaren moesten brandstof kopen om de pomp te laten draaien, personeel aantrekken om de pomp te bedienen en bewaken en om de oogst op te halen. Want doorgaans betalen boeren voor het water met een kwart van hun rijstoogst.

“Mensen waren enthousiast. Brac had het goed gezien. Wij denken altijd dat arme mensen van de hand in de tand leven. Maar dat is niet zo. Die zijn juist heel erg op zoek naar iets waardevast. Iets om te sparen voor als ze oud zijn. In die behoefte voorzag het project. Ik denk dat het ook wel appelleerde aan de trots van mensen: tenslotte werden ze pompbezitter. En het feit dat Brac zelf voor 20 procent in het project zat, gaf vertrouwen.”

Brac verstrekte krediet, iets waar arme mensen bij echte banken niet voor in aanmerking komen. Een aandeel van 60 gulden moest in 5 jaar tijd worden afgelost. De rente en aflossing kon betaald worden uit de inkomsten van de waterverkoop, zo was het verhaal. Want met een dagloon van 1,20 gulden blijft er niets over om bezit te verwerven.

“Brac heeft het veel te positief voorgesteld”, contateert Van Koppen. “Na twee jaar al bleek dat er van die mooie verhalen niet veel klopte”, vertelt ze. De inkomsten waren bij lange na niet voldoende om rente en aflossing te betalen. De dieselolie werd duurder. Mensen moesten uit hun eigen lopende inkomsten gaan bijbetalen. Voor de echt armen was dat niet haalbaar. “Al in 1993 vroegen de mensen aan Brac of ze alsjeblieft hun geld terugmochten, ze wilden stoppen met het project. Mensen vertelden me dat hun pleidooi aan dovemansoren was gericht.”

Dat was een cruciale fout, vindt Van Koppen. “Brac had er toen in moeten springen. Maar het erkennen van de eigen fout, was kennelijk nog te moeilijk.”

“Ten slotte vroegen mensen dan maar aan iets minder arme aandeelhouders uit hun groep of die alsjeblieft hun aandeel wilden overnemen. Dan hadden ze tenminste nog iets.” Sommigen konden helemaal geen kopers vinden. Zij hielden noodgedwongen op met betalen en verdwenen uit de boeken. Zij zijn hun investering helemaal kwijt. “Brac heeft geen goede administratie, ontdekten wij. Ze hebben helemaal geen lijsten van de uitvallers. Het was een enorm karwei om al die mensen terug te vinden omdat er geen goede administratie is. De informatie over deelnemers moet echt uit het dorp zelf komen. Het zal heel moeilijk worden ieereen schadeloos te stellen”, aldus Van Koppen.

“Brac heeft van bovenaf de projecten bedacht. Daar is besloten dat er 600 diepborende pompen moesten komen. Die keus hadden ze aan de lokale groepen moeten overlaten”, concludeert Van Koppen na de vele gesprekken in Bangladesh. In totaal was ze daar een jaar. “Wij waren vanwege het onderzoek natuurlijk nieuwsgierig naar de situatie van de mensen, maar we merkten dat zij ook enorm nieuwsgierig zijn naar ons. Dat was erg leuk.”

De onderzoeksters ontdekten dat in veel situaties een minder diep borende pomp adequater geweest zou zijn. Die zijn goedkoper, waardoor de kring aandeelhouders beperkt kan blijven tot 20 mensen, en ook de exploitatie gemakkelijker wordt. De donoren en Brac waren overigens gewaarschuwd dat de dure pompen niet rendabel te exploiteren waren, door David Wright. Aarzelend vertelt Van Koppen dat Brac aanvankelijk het project zelfs wilde uitbreiden. “Dat hebben de donoren toen tegen gehouden na dat verhaal van Wright.”

Novib verdedigt haar geringe bemoeienis met het project door te verwijzen naar wat ze zelf trots de Novib-methode noemen. Lokale mensen verantwoordelijkheid geven voor hun eigen projecten. In dit geval doet Novib dat door Brac alle ruimte te geven.

Van Koppen is er fervent aanhanger van om lokale mensen eigen verantwoordelijkheid te geven: “Dat willen ze ook, mensen zijn echt wel in staat risico's te dragen. Maar dan moet je ze wel genoeg informatie geven zodat ze een goede keus kunnen maken. In dit geval hebben ze beslist op grond van eenzijdige informatie. Het hoofdkantoor van Brac had immers al vastgesteld dat er zo'n dure pomp moest komen.”

De gevolgen van die foute beslissing van het hoofdkantoor, zijn nu terechtgekomen bij de deelnemers. Volgens Novib, die inmiddels iets harder aan de bel getrokken heeft bij Brac, is inmiddels 50 procent schadeloos gesteld, en zal de rest snel volgen. Van Koppen hoopt dat dat echt zo is. “Dat regel je niet in een dag. Je moet eerst de mensen vinden, dan de schade vaststellen. Alleen al het feit dat er geen lijsten zijn van uitvallers, geeft al aan dat de zorg voor deze groep niet groot is.”

Het liefst zou ze zelf gaan kijken of de vrouwen hun geld terug hebben gekregen. “Novib heeft daar nauwelijks contacten, en op het hoofdkantoor van Brac weten ze ook niet goed wat er speelt, dat hebben wij wel gemerkt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden