Column

Al het geregel van je eigen begrafenis ervaar ik als doen alsof je er nog bent

Bert Keizer: "Al dit geregel van je eigen begrafenis ervaar ik als net doen alsof je er nog bent." Beeld Trouw

Er gebeuren tegenwoordig dingen rond de dood waar ik erg aan moet wennen. Eén gebeuren ligt in de toekomst, maar het is de vraag hoe ver in de toekomst. Ik heb het over de mogelijkheid van orgaandonatie volgend op euthanasie.

Tot augustus 2016 doneerden in Nederland en België 43 patiënten bij wie euthanasie werd uitgevoerd organen voor transplantatie. Dat gebeurt na afloop van de euthanasie. Het hart is dan niet meer bruikbaar, maar nieren, alvleesklier, longen en lever wel. Dit betekent dat je de organen van de man of vrouw in kwestie eerst blootstelt aan schade, vooral het hart, en dat je ze pas later, onmiddellijk na overlijden, uit het lichaam haalt.

Het lijkt mij voor de hand liggen dat we gaan tornen aan dat moment van overlijden en dit anders aan gaan pakken. Waarom zou je de uitname van de organen niet laten samenvallen met de euthanasieprocedure? Dat wil zeggen: de patiënt neemt afscheid van de familie, krijgt algehele narcose, uitname volgt en ergens tijdens deze verwikkelingen overlijdt hij of zij, hetgeen ook de bedoeling was. Langs deze weg zijn de te doneren organen van de best haalbare kwaliteit, zou ik zeggen.

Voor zover ik weet bestaan er geen drukke dwarsverbindingen tussen het euthanasiecircuit en de transplantatiegeneeskunde. Maar het zit erin dat euthanasie en orgaandonatie met elkaar aan de praat raken. Ik vind iets huiveringwekkends in een dergelijke ontwikkeling, maar kan mijn vinger niet op de zere plek leggen, tenzij je het hele onderwerp als een beurs gebied ziet.

Hopelijk lukt het gauw om nieuwe organen te weven uit stamcellen, waarmee er een einde zou komen aan alle transplantatiegeneeskunde.

Rieten mand

Mijn tweede zorg gaat over iets kleiners. Ik heb in mijn werk nogal eens te maken met mensen die weten dat ze binnenkort zullen overlijden. Ik ben wel gewend dat stervenden een duidelijke wens hebben wat betreft kleding, rouwplechtigheid, muziek en eventueel een tekst die moet worden voorgedragen. 

Kan allemaal, ik vind het best, maar laatst kwam ik bij de voordeur van een patiënt een allervriendelijkste mevrouw tegen die zich vrolijk lachend voorstelde als de uitvaartbegeleidster en mij de hand toestak met de vraag: ‘En u bent de dokter neem ik aan?’ Ik gaf het toe, en vroeg haar enigszins geschrokken, zo zachtjes mogelijk, we stonden in het halletje, wat zij hier eigenlijk kwam doen?

“Ik moest mevrouw even opmeten en we hebben het over de kist gehad natuurlijk.” De kist? Opmeten? Wat was er in godsnaam gebeurd? De levensbeëindiging was pas over een week gepland. “Maar wacht even”’, zei ik zo rustig mogelijk, “vertelt u mij nu dat mevrouw al is overleden?” “Welnee”, riep ze opgetogen, “maar het gaat wel gebeuren, dat weet u toch? Dus heeft ze vandaag een kist uitgezocht. Nou ja, kist, het wordt zo’n rieten mand.”

Waarmee het beroep van uitvaartbegeleider weer een heel nieuwe dimensie heeft verworven. Het lijkt mij overigens een zeer gemengde zegen om de te begraven of cremeren persoon eerst nog even in levenden lijve te ontmoeten. Ik zou er niet voor kiezen. Omdat ik denk dat de ontmoeting met een overledene die je nooit anders dan overleden gekend hebt een heel andere emotie oproept dan het andere geval.

Het scheen deze uitvaartbegeleidster niet te deren. Kaarten worden nu niet zelden door de kandidaat zelf uitgezocht en soms zelfs door hem of haar ondertekend. ‘Kom je naar mijn begrafenis?’ Met als olijke aansporing: ‘ik zou dat heel fijn vinden want zelf ben ik helaas verhinderd’.

Ik kan hier niet goed tegen. Ik heb het gevoel dat men in dat ‘over het graf heen regeren’ een vergissing maakt over de aard van de dood. Als je dood bent, dan ben je op een vreselijke manier weg. Zo weg dat er nooit meer iets van je vernomen wordt. Jouw definitieve afwezigheid kan niet gedragen worden door jou, maar door de nog aanwezigen.

Al dit geregel van je eigen begrafenis ervaar ik als net doen alsof je er nog bent. Je haalt een taak naar je toe die anderen toebehoort. Na je dood moeten de anderen afscheid nemen, niet jij. Het moet wel helemaal in jouw stijl gebeuren, maar niet door jou. Ach, het is maar een kwestie van smaak hoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden