'Al halen ze hun imams uit China'

Van een onzer verslaggevers LEIDEN - Wordt de toekomst van de islam van Turken in Nederland in Turkije bepaald, en niet hier? Het lijkt er soms wel op. Zo komen veel Turkse imams als ambtenaren van het Turkse ministerie van godsdienstzaken Diyanet naar Nederland om hun kudde te vertellen wat islamitisch is en wat niet. Ook andere groepen, zoals de fundamentalistisch getinte Milli Görüs, leunen zwaar op het moederland. De angst dat religieuze conflicten uit Turkije overwaaien naar Nederland zit er ook bij de overheid goed in.

Niet helemaal terecht. De Nederlandse situatie is heel anders dan de Turkse. In het niet erg democratische Turkije zijn de spanningen tussen de orthodoxe en vrijzinnige moslims zo groot dat er regelmatig gewelddadige uitbarstingen plaatsvinden. In Nederland loopt het zo'n vaart niet. Zo zaten vertegenwoordigers van zeer uiteenlopende religieuze richtingen woensdag broederlijk aan tafel tijdens een discussiedag aan de Universiteit van Leiden over de toekomst van de Turkse islam in Nederland.

Hoog op de agenda stond de discussie over een universitaire imamopleiding in Nederland. IRN-voorman A. Karagül, tevens initiatiefnemer van de Siho, de Stichting islamitisch hoger onderwijs, die samenwerking zoekt met een bestaande Nederlandse universiteit, laat geen onduidelijkheid bestaan over wat hij van de Nederlandse overheid verwacht: “Wij willen een simplex ordo-opleiding, waarin wetenschap en theologie niet streng van elkaar gescheiden zijn. En die moet voor honderd procent gefinancierd worden door de Nederlandse regering. Daar hebben we recht op.”

In de zaal was niet iedereen overtuigd. Iemand vraagt: “U wilt een opleiding die op dezelfde manier verantwoording schuldig is aan haar achterban als bijvoorbeeld de universiteit van Kampen verantwoordig schuldig is aan de gereformeerde kerken. Maar de gereformeerde achterban is strak georganiseerd en dat kun je van de moslims in Nederland niet zeggen.”

Karagül ontwijkend: “Dat is voor ons geen enkel probleem. Ik spreek niet namens, maar vanuit een achterban. Onze achterban heeft ons nodig en andersom hebben wij de achterban nodig.” De criticus: “En als er dan critici opstaan in de achterban?”

Karagül: “Als er critici zijn, dan is dat geen enkel punt: dan opereren wij zelfstandig, als stichting, en zijn wij aan niemand verantwoording schuldig.”

De Utrechtse islamoloog N. Landman begrijpt wel waarom voorman E. Ates onlangs een brief gestuurd heeft naar alle moskeeën die samenwerken met de Turkse overheidsinstantie Diyanet. Daarin waarschuwde Ates voor bemoeienis van de Nederlandse overheid: Turken in Nederland zouden hun banden met Diyanet moeten behouden. Landman: “Al halen ze imams uit China, dat is hun zaak, niet die van de Nederlandse overheid, die immers godsdienstvrijheid propageert. Nederland koketteert met zijn internationale instelling, maar als Turken in Nederland dat internationalisme in de praktijk brengen is het opeens niet goed.” Volgens Landman zien ook de Turken in Nederland de nadelen van het betrekken van imams uit Turkije, maar wensen ze zich niet door de Nederlandse overheid de les te laten lezen. “Dat ligt heel gevoelig.”

De les uit Turkije klinkt vertrouwder, en wordt ondanks haar enigszins ondemocratische karakter kennelijk makkelijker geaccepteerd.

Het initiatief voor de oprichtng van een islamitische universiteit in Rotterdam lijkt inmiddels een stille dood gestorven. Initiatiefnemer S. Damra van de Nir, de Nederlands islamitische raad, is nadat hij door zijn werkgever, het Amsterdams Centrum Buitenlanders ACB, was gedwongen zijn initiatief te staken, met onmiddellijke ingang 'met vakantie' gegaan.

Damra had zich ook de woede op de hals gehaald van de grote moslimkoepels, die niet konden accepteren dat een club zonder achterban de al jarenlang ruziënde koepels passeerde en zelf initiatieven nam.

Landman denkt niet dat de eeuwige meningsverschillen tussen de verschillende partijen op ideologische of theologische gronden zijn terug te voeren. “De oorzaak van het geruzie moet meer in de sfeer van persoonlijke rivaliteit worden gezocht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden