Al die forten achter prikkeldraad: wat doen we er mee?

Een historisch feest op een historische dag: zaterdag 11 september, sinds 2001 een datum met een beladen klank, houden Nederlandse monumenten open huis. En de dag daarna doen sommige plaatsen het nog eens dunnetjes over. In Alkmaar, dat dit jaar het 750-jarig bestaan viert, begint de victorie: donderdag wordt daar de Monumentendag officieel geopend.

Achthonderdduizend mensen worden er verwacht, op de achttiende Open Monumentendag(en), in zo'n 3500 oude gebouwen. Natuurlijk, het zijn gratis uitjes -en daar komt de Nederlander graag op af. Maar dat is niet de enige reden van het succes, zegt de voorzitter van het Nationaal Restauratiefonds, mr. Pieter van Vollenhoven, in zijn aanbeveling voor Open Monumentendag: ,,Er is een groeiend besef dat monumenten het behouden waard zijn. Er komt steeds meer oog voor het cultuurhistorische perspectief waarin de inrichting van ons land staat. Voor de rol van monumenten én van het Nederlands landschap daarin.'' Een verheugende ontwikkeling, vindt Van Vollenhoven: ,,Het culturele erfgoed bepaalt immers voor een belangrijk deel de identiteit van ons land.''

Als thema van Open Monumentendag is dit jaar gekozen voor 'Verdediging'. Onder het motto 'Merck toch hoe sterck' krijgen kastelen, forten, waterlinies, vestingsteden en bunkers extra aandacht. Het zijn verdedigingswerken (ook wel als 'dode weermiddelen' aangeduid), die ons eeuwenlang geprobeerd hebben te beschermen tegen de vijand. Maar ze zijn overbodig geworden en dreigen nu zelf weerloos te worden onder de tand des tijds. Soms zijn ze gesloopt, vaak zijn ze afgesloten met hekwerk en prikkeldraad en overgegeven aan de natuur (vleermuizen!) of het verval. Scouting en natuurorganisaties vinden er wel eens een onderkomen. Een enkele keer herbergt een fort een museum of oudheidkamer of kan er op eenvoudige schaal gekampeerd worden. En in andere gevallen hebben de verdedigingswerken een militaire functie behouden, al is bij het grote publiek doorgaans niet duidelijk welke.

De groeiende belangstelling voor monumenten treft ook de forten en linies, zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie die deze maand wel bijzonder in het zonnetje staat. In het kader van de Nationale Fortenmaand worden er in tal van verdedigingswerken activiteiten georganiseerd. Deze week is het Waterliniepad voor wandelaars opengesteld. En op Open Monumentendag is de linie op vele plaatsen toegankelijk.

Groot probleem is het vinden van een nieuwe bestemming voor de forten. In de nota-Belvedère inventariseerde de overheid locaties met een cultuurhistorische waarde en bepleitte om die een actieve plaats in hun omgeving te geven -met andere woorden: er iets mee te doen. In het gratis magazine voor de Monumentendag stelt Anne Visser van de stichting 'Menno van Coehoorn' (een landelijke vrijwilligersorganisatie die ijvert voor het behoud van historische verdedigingswerken) vast dat dat niet eenvoudig is. ,,Dode weermiddelen kunnen niet zonder levende weermiddelen: de mensen die er gevochten hebben.''

Op de Grebbelinie lukt dat heel aardig, en worden bijvoorbeeld geslaagde 'slagveldrondleingen' gehouden. Bij de Waterlinie is het moeilijker. ,,Het moet allemaal meer smoel krijgen'', vindt Visser. Wereldwijd is er genoeg erkenning, getuige de plaats die de Stelling van Amsterdam in 1995 op de werelderfgoedlijst van Unesco kreeg. Maar de toekomst van een linie als de Nieuwe Hollandse vraagt om lokaal beleid: en dat kan niet zonder particulier initiatief, meent hij.

De gemeente Alkmaar heeft op het gebied van vestingwerken weinig te bieden, merkte een wethouder van monumentenzorg in 1995 eens op. Toch hoeft de stad zich niet te generen, als donderdag bij de Molen van Piet de landelijke opening wordt verricht. Uit een fietstochtje langs historische plekken met Piet Verhoeven van de afdeling Monumentenzorg en Archeologie blijkt dat Alkmaar nog kan pronken met vier bastions -en met name het Bolwerk met den Molen van Piet (1769), de enige overgebleven molen in het centrum

Van de oude stadspoorten is maar één enkel detail over, maar wel een juweeltje: het Schermerhek, getooid met engeltjes en fraaie wapens van vier oud-burgemeesters. Jammer genoeg is deze entrée door het graven van het Noordhollands Kanaal buiten het oude centrum geraakt en geniet daardoor veel te weinig bekijks. De meeste singels zijn vergraven en 'geplantsoeneerd'. Er is nog wel een kruithuisje, en een kruitkelder, die bij de bevolking beter bekendstaat als ijskelder, maar wel degelijk een functie had in de verdediging. Ook koestert de gemeente een stukje stadsmuur, dat eeuwen verborgen heeft gelegen onder een aarden wal. Bovendien is Victoria weer in volle glorie; de Stedemaagd bij wie Alkmaar jaarlijks op 8 oktober de overwinning op de Spanjaarden uit 1573 viert, stond er in haar Victoriapark lang wat treurig bij maar is nu weer opgemaakt. Zij krijgt ook haar door vandalen geroofde opgeheven rechterarm weer terug, al weet je nooit voor hoelang. Victoria is er de afgelopen vijfentwintig jaar al wel acht keer een kwijt geraakt.

Verhoeven wijst op de Oudegracht, ooit de rand van de stad: ,,Je ziet in de structuur van de stad op allerlei punten nog meer verwijzingen naar de vesting. Deze historische footprints zijn nog zo duidelijk dat toeristen aan de hand van een oude plattegrond gerust hun weg in de stad zouden kunnen vinden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden