Al bijna een gewoon wapen

Drones zijn onmisbaar geworden in de moderne oorlog. Vandaag in de serie over dit op afstand bestuurde, onbemande vliegtuig: 'Een koning of dame slaan is mooi, maar pionnen zijn ook belangrijk.'

BAS DEN HOND

Het was de omgekeerde wereld dinsdagnacht in Boca Raton in Florida. Een Democratische president, vier jaar geleden mede verkozen dankzij zijn verzet tegen de oorlogsavonturen van George W. Bush, klopte zich op de borst voor zijn prestaties in de oorlog tegen het terrorisme. "De kern van de leiding van Al-Kaida is gedecimeerd", zei Barack Obama. De Republikeinse presidentskandidaat deed juist zijn best de vredesduif uit te hangen. "We kunnen ons niet met almaar doden uit deze ellende halen", zei Mitt Romney.

Beiden hadden het over hetzelfde: de niet-aflatende aanvallen door drones in Pakistan (en Somalië en Jemen) op veronderstelde leiders of op zijn minst strijders van de taliban en Al-Kaida. Die begonnen onder Bush, maar werden pas echt grootscheeps ondernomen onder Obama.

Bij gebrek aan medewerking van de Pakistaanse regering - en naar het lijkt zelfs door tegenwerking van de veiligheidsdienst ISI - is het vanuit de lucht opsporen en beschieten van vermoede terroristen 'het enige wat we hebben', zoals toenmalig CIA-directeur Leon Panetta het verwoordde.

Maar wat 'hebben' de VS dan eigenlijk? Om te beginnen: officieel niets. Pakistan is een bondgenoot van de VS, een soeverein land dat geen onderdeel uitmaakt van het slagveld in de oorlog in Afghanistan. Daar kun je niet zomaar zonder toestemming oorlogstuig heensturen om er meer of minder lukraak ingezetenen te pakken te nemen. En nationale trots verhindert dat die toestemming ooit gegeven wordt. Elke keer dat de Pakistaanse regering kennisneemt van een aanval, komen er verontwaardigde geluiden uit Islamabad.

Maar in de praktijk stijgen de toestellen regelmatig ook vanuit Pakistan op, en worden de doelen soms zelfs opgegeven door de Pakistanen. Uit diplomatieke telegrammen die zijn uitgelekt via Wikileaks blijkt dat er in februari 2008 contact was tussen de bevelhebber van het Pakistaanse leger, generaal Ashfaq Parvez Kayani, en de commandant van het Amerikaanse Central Command, waarbij de Pakistaan verzocht 'voortdurend Predators te laten patrouilleren boven Zuid-Waziristan'. Daar was het leger op dat moment in gevecht met opstandige groepen. En in 2009 rapporteerde de Amerikaanse ambassadeur: "Kayani weet maar al te goed dat de aanvallen nauwkeurig zijn geweest (met weinig burgerslachtoffers) en vooral gericht op buitenlandse strijders."

Ondertussen was het CIA-droneprogramma ook zonder Wikieaks allang niet meer zo geheim. In juni kondigde de woordvoerder van de president, Jay Carney, bijvoorbeeld trots aan dat de tweede man van Al-Kaida, Aboe Jahia al-Libi, gedood was. Hoe dat gebeurde, zei hij niet, dat werd overgelaten aan anonieme zegslieden (waarvan hij er zelf misschien wel een was). Die bevestigden zonder problemen dat het om een drone ging.

Omgekeerd zijn Amerikaanse regeringsfunctionarissen zo nu en dan bereid om openlijk over drones te spreken, zolang het niet om concrete aanvallen gaat. Op CNN vertelde president Obama zelf over de besluitvorming die aan een aanval op een bepaalde persoon voorafgaat: "Een uitgebreide procedure, met veel controlemomenten." En toen CIA-directeur Leon Panetta vorig jaar juli was bevorderd tot minister van defensie, merkte hij op dat "ik nu gigantisch veel meer wapens tot mijn beschikking heb - hoewel de Predators ook niet slecht waren". Daarmee gaf hij voor het eerst een officiële bevestiging dat de CIA dergelijke wapens inzet.

In combinatie geven al die meer of minder concrete uitspraken - uitputtend op een rijtje gezet door de Amerikaanse organisatie voor onderzoeksjournalistiek Pro Publica - een globaal beeld van de Amerikaanse activiteiten in het Pakistaanse luchtruim, zonder dat dit leidt tot al te grote diplomatieke spanningen en zonder - hoopt de regering-Obama - al te lastig toezicht in eigen land.

De Amerikaanse Unie voor Burgerrechten (Aclu) en The New York Times hebben op grond van de Amerikaanse wet op de openbaarheid van overheidsinformatie stukken opgevraagd over het drone-programma, maar daarop volgde het standaardantwoord dat de CIA 'het bestaan van de gevraagde documenten niet kan bevestigen of ontkennen'. In eerste instantie stelde een rechter in Washington de CIA in het gelijk.

Media en mensenrechtengroepen blijft dan weinig anders over dan uit openbare bronnen en getuigeverklaringen een beeld te schetsen van wat de VS in Pakistan uit- of aanrichten. Een andere journalistieke onderzoeksorganisatie, het Bureau of Investigative Journalism in Londen, heeft dat gedaan en komt op een totaal dodental van rond de drieduizend, waaronder enkele honderden burgers die zich niet met de strijd tegen de Pakistaanse regering of de VS bezighielden.

De Amerikaanse regering bestrijdt die cijfers. Aanvallen met drones zijn heel nauwkeurig, houden zegslieden vol. In 2010, zo bezwoer de belangrijkste anti-terreuradviseur van president Obama, John Brennan, "was er zelfs niet één bijkomende dode, door de uitzonderlijke mogelijkheden, de precisie van de technische mogelijkheden die we hebben kunnen ontwikkelen".

Liegt de Amerikaanse regering dan? Natuurlijk niet. Maar ze heeft zo haar eigen definitie van burgerdoden en gerechtvaardigde doelwitten. Uit een artikel in The New York Times eerder dit jaar, waarin anonieme functionarissen voor het eerst veel details vrijgaven over hoe het drone-programma is georganiseerd, blijkt dat bij het tellen alle mannen die de leeftijd hebben om strijder te zijn, ook als zodanig worden meegeteld.

Of er nu wel of geen burgerdoden bij vallen, het aantal hooggeplaatste leiders van de taliban of Al-Kaida dat omkomt door drone-aanvallen is de laatste jaren constant. En dat terwijl het aantal drone-aanvallen enorm is toegenomen.

In 2011 turfde de Washington Post dat de CIA in 2010 118 drone-aanvallen uitvoerde. Daarbij kwamen vermoedelijk 581 gewapende strijders om het leven. Echt belangrijke leiders waren daar niet veel bij: eigenlijk maar twee, en als je de definitie van 'belangrijk' wat oprekt, kom je op dertien.

Dat hoeft vanuit het standpunt van de CIA geen slecht resultaat te zijn, maar het werd wel duur betaald. Een drone-aanval kost ruim een miljoen dollar. Volgens de New America Foundation, een andere organisatie die drone-aanvallen bijhoudt, werden er in 2008 nog maar 33 drone-aanvallen gedaan. Aantal belangrijke slachtoffers: tien.

Dat betekent dat drones steeds minder een uitzonderlijk middel zijn, in te zetten als zich een uitzonderlijke kans voordoet, maar een routine-wapen, dat op het slagveld kan worden ingezet tegen iedereen die voldoende kenmerken van een vijand vertoont. Volgens de regering-Obama draagt ook dat bij aan het verzwakken van Al-Kaida en de taliban. Een voormalige betrokkene bij het programma zegt in de Washington Post: "Pionnen zijn ook belangrijk. Al is het natuurlijk dramatischer als je een loper kunt slaan of de koning en de dame."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden