Ako-debutant Nico Dros: 'Het was spannend, maar ook slopend' VAN VONDELPARK NAAR NOORDERBUREN

AMSTERDAM - Op de ochtend na het Ako-diner zit Nico Dros thuis met een lichte kater. Hij heeft teveel wijn gedronken, bekent hij. De kater heeft absoluut niet te maken met het feit dat Margriet de Moor de prijs van 50 000 gulden heeft gewonnen, want hij vindt haar roman 'Eerst grijs dan wit dan blauw' echt prachtig. "Het zou sneu geweest zijn als zij de Ako-literatuurprijs niet had gekregen, want ze was de gedoodverfde winnaar" , zegt hij. "In wel vijftien kranten was Margriet de Moor getipt, alleen de Vlaamse krant 'De Morgen' noemde Nelleke Noordervliet en Nico Dros. Ik vind het heel kranig hoe zij zich onder die druk heeft geweerd."

Tijdens het diner in de raadszaal van het voormalige stadhuis van Amsterdam, nu hotel The Grand, had hij zich geen moment ongerust gemaakt. Hij wist gewoon dat hij de prijs niet zou krijgen. "Anders had ik wel een signaal gekregen, een droom of zoiets. Nu kon ik er heel ontspannen bij zitten."

Alleen het tevoren opgenomen tvgesprek van Philip Freriks met vijf van de zes genomineerden (Eric de Kuyper had afgezegd) had hem niet kunnen bekoren. "Het ware stijve gesprekken, waarin je nauwelijks aan bod kwam. Iedereen werd afgeknepen. Na drie zinnen hield ik het voor gezien. Al dat lamplicht ook, het leek wel of je verhoord werd op het politiebureau."

Nico Dros was de enige debutant onder de zes genomineerden. Zijn roman 'Noorderburen' verscheen in april vorig jaar. De kritieken waren niet onverdeeld gunstig. In Trouw oordeelde T. van Deel zelfs vernietigend over het 'bloedeloze' proza van Dros. Het was dan ook een complete verrassing toen hij op 31 maart voor de Ako-prijs werd genomineerd. "Ik was in de badkamer een lekkage aan het verhelpen, toen een jonge skinhead met een grote enveloppe van de Ako op de stoep stond. Ik heb snel een colbertje aangeschoten en ben naar de Nieuwe Kerk gerend. Achteraf denk ik dat ik verdoofd was."

Het meest in zijn sas was hij nog met het juryrapport waarin 'Noorderburen' werd geprezen om "de knappe opbouw, de krachtige symboolwerking en het fraaie Nederlands." Ook schreef de jury dat Dros "opnieuw de aansluiting heeft gevonden bij de oorspronkelijke epische traditie." Vooral dat laatste doet hem plezier. Dros is van huis uit historicus.

'Noorderburen' gaat over de verlichte aristocraat Christiaan Boddaert, die vanwege een pamflet tegen de Franse overheid - het boek speelt in het begin van de negentiende eeuw - naar een schiereiland ten noorden van Texel wordt verbannen. Daar ontpopt hij zich als een ware volksopvoeder. Hij begint een schooltje, bemoeit zich met de gezondheidszorg en maakt zelfs plannen voor inpoldering. De vrouwen in het dorp steunen hem, maar de vissers willen niets weten van zoveel nieuwlichterij.

De verhouding tussen Boddaert en het ruige bootsvolk wordt extra bemoeilijkt door zijn affaire met Marije, een jonge weduwe die zwanger van hem raakt. De roman eindigt met een woeste tocht per slee naar Oosterend, waar Boddaert in een vrieskoude nacht met de stervende Marije naar toe glijdt om hulp te halen bij de bevalling. Aan het einde vriest Boddaert bijna dood, hij gaat zelfs al hallucineren, maar gelukkig voor hem lijkt de redding nabij.

De laatste hoofdstukken schreef Dros in Indonesie, bij een bloedhitte van tegen de veertig graden. Hij was daar om onderzoek te doen voor zijn proefschrift over het Javaanse platteland in de negentiende eeuw. "Dat winterse effect is enigszins aangedikt door die enorme hitte, die ik heel slecht verdroeg. Ik begreep opeens waarom vroeger eenderde van alle nieuwkomers uit Europa binnen vijf jaar stierf in de tropen."

Nico Dros groeide op in de buurt van Oosterend, hij kent Texel als zijn broekzak. "Als kind van tien fietste ik al naar de Slufter, waar ik de hele dag rondzwierf, geweldig. Op mijn achttiende ging ik in Amsterdam studeren, maar vanaf de eerste dag had ik heimwee, vooral als de zon doorbrak. Nu nog is Texel mijn uitvalsbasis."

De drang om te schrijven dateert uit het eind van de jaren zeventig, herinnert Dros zich. Op een zonnige Koninginnedag liep hij enigszins ontworteld door het Vondelpark toen hem plotseling allerlei zinnen invielen, zoals muziek, met cadans en al. Het heeft daarna nog een paar jaar geduurd voor hij op een zondagmiddag die oorsuizingen ook op ging schrijven. "Ik ben net als de zandboeren op Texel, ik heb ook dat trage. Ik zou graag vlot willen zijn met alles, maar het duurt altijd jaren voordat ik iets tot stand breng."

Dros begon met het schrijven van korte verhalen die hij naar Tirade stuurde, het tijdschrit van Geert van Oorschot. Hij kreeg een beleefd briefje terug, waarin hij werd aangemoedigd om vooral door te gaan, maar wel met het dringende advies om iets aan zijn archaische taalgebruik te doen. Hoewel aangeslagen door die kritiek, heeft hij zich die wel aangetrokken. Hij vindt zijn zinsbouw nu heel modern, al gebruikt hij nog graag archaische begrippen als 'zoetelaar' voor de joodse marskramer, omdat hij dat in de sfeer van zijn roman vindt passen.

In 'Noorderburen' wilde hij een oude wereld opnieuw tot leven brengen, zonder de waarheid geweld aan te doen. Daarom koos hij ook voor een niet bestaand dorp, een dorp in een isolement bovendien. Bij toeval vond hij een oude kaart van Texel, waarop de Eierlandse polder en De Cocksdorp nog geheel ontbraken. Op dat kleine stuk duinlandschap ten noorden van De Koog situeerde hij Noorderburen, het verbanningsoord van Boddaert. "Ik heb er laatst nog rondgelopen en zag het dorp toen voor mijn ogen liggen. Zoals ik het beschrijf, had het kunnen zijn."

De aristocraat Boddaert is volgens Dros alleen interessant in relatie met Noorderburen, als Verlichting en Duisternis met elkaar in botsing komen. "Voorbij Oosterend houdt mijn belangstelling voor Boddaert op." Juist over die confrontatie van de elite met de volkscultuur gaat zijn boek, zegt Dros. "Maar waar de historicus moet ophouden, kun je als schrijver doorgaan. Dat is het mooie van dit genre. Als schrijver kan ik me met een romanfiguur vereenzelvigen. "

"Boddaert is iemand die zich in twee werelden ophoudt, hij is een kind van de Rede, maar tegelijk ook een romanticus. Hij was verlicht, maar analyseerde ook zijn dromen voordat hij een beslissing nam. Bovendien was hij impulsief, hij handelde niet rechtlijnig. Gelukkig ook maar, want een zuiver verlichte geest is een braverik, een soort schoolmeester, iemand die alleen het goede wil. Die is niet interessant als romanfiguur."

Dros werkt aan een tweede roman, maar over de inhoud ervan wil hij niet veel kwijt. "Het boek beschrijft het grensgebied tussen etnografie en literatuur, zonder vermeninging van genres." Het wordt geen roman, zegt Gros, al laat het boek zich wel als zodanig lezen.

Veel tijd om eraan te werken heeft hij echter niet. Het proefschrift moet ook geschreven worden. Bovendien geeft hij nog college op de Vrije Universiteit. Mogelijk krijgt hij na zijn promotie een parttime docentschap, "tenzij alle Indonesiers terugmoeten door de affairePronk."

Kater of niet, op de dag na de Ako-uitreiking moet er weer gewerkt worden. Na een frisse douche en het drinken van een heleboel water gaat hij straks aan de slag. Het sprookje is uit. "Gelukkig maar, zegt Dros. "Het was spannend, maar ook slopend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden