Akkoord maakt boer tot ambtenaar

De euforie over het vorige week in de Europese Unie bereikte landbouwakkoord is volstrekt misplaatst. Het inkomen van de boer steunen is slecht voor de boer zelf, de consument, de Derde Wereld en natuur en milieu.

De agrarische sector in Nederland, minister Veerman voorop, heeft met tevredenheid gereageerd op het besluit om de prijssteun en andere vormen van productsubsidies gedeeltelijk te vervangen door een systeem waarbij de agrariër vanaf 2005 een aanvulling op zijn inkomen krijgt.

Een ommezwaai, zo werd het akkoord allerwegen begroet -ook in deze krant- die ertoe zal leiden dat boeren producten gaan maken in hoeveelheden en op een manier waar de consument om vraagt.

Om een aantal redenen is die euforie volstrekt misplaatst. In de eerste plaats zorgt de regeling voor een tweedeling onder de boeren: boeren die wel steun krijgen, zoals akkerbouwers (voor een aantal gewassen) en melkveehouders en boeren die dat niet krijgen, zoals varkenshouders en bloementelers. Die tweedeling is er nu ook wat betreft de prijssteun, maar er is een essentieel verschil. Bij prijssteun wordt het product gesubsidieerd, in het nieuwe systeem de boer zelf.

Uit berekeningen van het Landbouw Economisch Instituut blijkt dat die steun voor melkveehouders kan oplopen tot twee derde van het gezinsinkomen. Wat let zo'n melkveehouder om er wat varkens bij te nemen. Omdat de staat al twee derde van zijn inkomen betaalt, kan hij ze veel goedkoper leveren dan de varkensboer die geen inkomenssteun krijgt. De ministers van landbouw willen concurrentievervalsing voorkomen door boeren met steun te verbieden om te schakelen op andere producten. De mogelijkheden tot fraude zijn echter legio, waardoor er weer een omvangrijk controle-apparaat nodig zal zijn.

Een tweede reden waarom de euforie over het landbouwbesluit misplaatst is, is dat de boeren in de Derde Wereld er geen steek mee opschieten. Neem melk, die in de vorm van melkpoeder op grote schaal wordt gedumpt met exportsubsidie van de EU. Weliswaar daalt de melkprijs, als gevolg van de nieuwe regelingen met circa twintig procent, maar dat brengt hem nog niet in de buurt van de wereldmarktprijs voor melk. Daar zit nog een factor twee tussen. Omdat we niet alle melk zelf kunnen opdrinken, zal het dumpen dus gewoon doorgaan. Met alle gevolgen van dien voor de melkveehouders in ontwikkelingslanden.

Eurocommissaris Fischler, de architect van het nieuwe beleid, ziet zichzelf echter al als kampioen van de vrijhandel. In Luxemburg zei hij met nauw verholen dreiging dat hij wel het een en ander verwacht van de handelspartners tijdens de komende wereldhandelsronde in Cancun, Mexico. Een gotspe. De subsidies blijven even hoog, maar worden alleen anders verdeeld. En de tariefmuren die de toegang tot de Europese markt belemmeren voor boeren uit ontwikkelingslanden, worden niet afgebroken. Liberalisering is leuk, maar Fischler wil het blijkbaar niet op zijn geweten hebben dat de suikerbietenteelt uit Europa verdwijnt als gevolg van de import van de -veel goedkopere- rietsuiker.

De derde reden waarom de euforie onterecht is, is dat er geen enkele poging is gedaan om de landbouwsubsidies af te bouwen. Ondanks de 'ingrijpende hervorming' zitten we voor de komende vijftien jaar vast aan een uitgave van veertig miljard euro per jaar. Dat komt dus boven op de prijs die je voor eten betaalt; een prijs die in relatie tot de wereldmarktprijs ook al te hoog is.

In 1958 met de invoering van de Europese landbouwpolitiek, was (tijdelijke) ondersteuning misschien nog wel te rechtvaardigen, maar het permanente karakter van de subsidies heeft de sector zwaar gecorrumpeerd. Genoemd zijn al de kwalijke gevolgen voor de ontwikkeling van de landbouw in de Derde Wereld. De permanente steun heeft er daarnaast toe geleid dat de boeren meer oog hebben voor wat er in Den Haag en Brussel wordt besloten dan voor de ontwikkelingen in de markt. Zo kon het gebeuren dat in de markt voor hertenvlees bij onze oosterburen inmiddels bijna geheel wordt voorzien door boeren in Nieuw-Zeeland, nota bene aan de andere kant van de aardbol.

Subsidies leiden ook tot gemakzucht aan de kostenkant. Zo is de benutting van de meststof nitraat de helft van wat theoretisch mogelijk is. Anders gezegd het grootste deel van de nitraat die wordt opgebracht wordt verspild, waardoor -onbedoeld- allerlei dingen worden bemest die helemaal niet bemest moeten worden, zoals grondwater en oppervlaktewater.

Ook voor de directe kosten is er weinig aandacht. Medicijnen en kosten voor de veearts zijn in Nederland bijvoorbeeld twee tot drie keer zo duur als in Nieuw-Zeeland, een van de weinige, zoniet het enige westerse land dat de landbouwsubsidies heeft afgeschaft.

Een ander effect van subsidies is dat de grondprijs veel te hoog is geworden. Ongeveer tweemaal zo hoog als op basis van de opbrengst gerechtvaardigd zou zijn. Ook dat heeft kwalijke gevolgen. Voor de boer zelf of zijn opvolger bijvoorbeeld, die met een zeer hoge schuldenlast wordt opgezadeld. Maar ook voor de burger die boer zou willen worden. Zelfs al hebben ze een goed businessplan voor bijvoorbeeld een zorgboerderij of voor speciale producten, dan nog kunnen ze dat wel vergeten, omdat de grond niet te betalen is. Dat is niet alleen jammer voor hen, maar ook voor de sector als geheel, omdat daardoor nauwelijks sprake is van vernieuwing.

Anders dan wordt gesuggereerd pakken landbouwsubsidies ook negatief uit voor natuurbescherming en landschapsbehoud. De hoge grondprijs en de bijbehorende rente dwingen de boer ertoe om zijn hectaren maximaal te benutten. Dus weg met dat boerenbosje en die halve hectare wildernis. En weg met die eenzame eik in het weiland, want het is zo lastig om eromheen te maaien. Landbouworganisaties suggereren dat subsidies eigenlijk een vorm van betaling zijn voor onderhoud en beheer van het landschap, maar daar blijkt weinig van terecht te komen. Als het daarom gaat zou je de subsidie beter aan Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer kunnen geven om het oude landschap te bewaren en te herstellen.

Gezien de kwalijke effecten van landbouwsubsidies voor boer, consument en landschap is de recente hervorming van EU-commissaris Fischler een gemiste kans. In plaats van de nodige stappen te zetten in de richting van het afschaffen van subsidies, vergroot hij juist de afhankelijkheid van de boeren en blokkeert daarmee de zo noodzakelijke vernieuwing van de sector zelf en van het platteland. Bovendien worden burger en consument op kosten gejaagd; enerzijds via hogere belastingen ten behoeve van de landbouwsubsidie, anderzijds door prijzen die in relatie tot de wereldmarktprijs te hoog zijn.

In plaats van tevreden te zijn over de aanpassingen, kan landbouwminister Cees Veerman beter onderzoeken of Nederland zich los kan maken uit de dodelijke omklemming van het Europese landbouwbeleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden