Naschrift

Akkerbouwer Cees den Otter (1927-2017) hield van experimenteren

Beeld rv

Via hard werken en zelfstudie werkte Cees den Otter zich op tot landbouwkundig ingenieur. Later vroeg hij zich af of hij met zijn beroemde proefboederij zijn gezin niet tekort had gedaan.

Cees den Otter zag de landbouw letterlijk onder zijn handen groeien. Op de boerderij in Barendrecht waar hij opgroeide werden de bieten nog met de hand gerooid. Later zou hij als akkerbouwer en adviseur in opdracht van het landbouwinstituut IMAG in Wageningen menig landbouwmachine introduceren, die hij testte op zijn proefboerderijen.

Cornelis Arie den Otter werd in 1921 geboren als tweede zoon van akkerbouwer Dirk den Otter en Trijntje Kluit. Een gereformeerd boerengezin uit Barendrecht, niet al te streng in de leer, maar wel met duidelijke regels. Cees had een zus en drie broers, allen hielpen op de boerderij. Hij was een echt buitenkind. Altijd erop uit en als hij dorst kreeg, schepte hij met zijn klomp wat water uit de sloot. Na de lagere school ging Cees naar de landbouwschool: een dag in de week in de schoolbanken en vijf dagen praktijk bij vader.

Cees was leergierig, volgde diverse cursussen en regelde in de oorlogsjaren privéles van de directeur van de middelbare landbouwschool. In 1948 werd hij door diezelfde man toegelaten tot de driejarige cursus voor 'leidinggevenden in het agrarisch organisatieleven' - met maar 16 toelatingen per jaar. Hij was beretrots, ook al moest hij vanaf toen flink op zijn tenen lopen - iets wat hij zijn hele leven bleef doen.

Cees werd verliefd op Maartje Meijers die hij kende van de lagere school en de kerk. Zijn ouders reageerden niet direct enthousiast; ze was tenslotte maar de dochter van een schilder. Pa den Otter zei: "Kun je niet beter een boerendochter zoeken?" Vastbesloten als Cees was, zette hij de verkering door. Later bleek dat die 'schilder' een groot schildersbedrijf bezat en veel rijker was dan Cees' boerenfamilie.

Cees den Otter met zijn vrouw Maartje. Beeld rv

Een lauw feest

Ze trouwden in 1946. Maartje naaide zelf haar trouwjurk van overtollig schoenzijde van een bevriende schoenmaker. Ze naaide er ook een voor haar zus Bep. Zo kort na de oorlog was het gebruikelijk om meerdere bruiloften tegelijk te vieren en zo trouwden Maartje en Bep op dezelfde dag en vierden samen het feest. De net aangetrouwde familieleden kenden elkaar nog niet en de stemming kwam er niet in. Cees zou er later over zeggen: "Er was maar weinig aan, het was een lauw feest".

De omstandigheden van de eerste huwelijksjaren waren niet gunstig: het echtpaar ging inwonen bij een bazige weduwe die spaarzaam was met de gasmunten. Het was er koud, klein en gehorig. Cees timmerde een extra muur voor meer privacy, maar dat probleem werd pas opgelost toen het echtpaar met de drie kinderen Dirk, Cees en Trudy naar een landbouwproefboerderij in Westmaas verhuisde. Daar werden Sjaak, Ria en Nico geboren. Hoewel ze gelukkig waren, was het ploeteren op de boerderij zonder stromend water, gas of elektra. Vooral Maartje werkte zich een slag in de rondte met zes kinderen. Voor hen was het een paradijs: vlotten bouwen op de vliet, eindeloos buiten spelen en fantaseren over de aanpalende kloosterkapel waarover het verhaal ging dat daarvandaan een ondergrondse tunnel liep tot aan het dorp.

Opvoeding

De jongens haalden geregeld kattenkwaad uit, tot ongerustheid van hun moeder. Zoals die keer dat ze haar jongste zoon Nico - die niet kon zwemmen - in een ton voorbij zag drijven. Zijn broers hadden hem daarin gestopt. Of toen haar zoons vanuit het dakraam aangestoken lucifers gooiden. Het brandje op het rieten dak kon op tijd geblust. Het was Maartje die de kinderen berispte en de beslissingen nam. Zelfs met de schoolkeuze van zijn kinderen bemoeide Cees zich niet. Toen zijn oudste zoon voortijdig stopte met de mulo, reageerde hij slechts met: "En nu?"

Als hij Cees 's ochtends vroeg de boerderij had nagelopen en iedereen aan het werk had gezet, hielp hij andere boeren met nieuwe landbouwmachines en akkerbouwtechnieken. Eerst in Westmaas en later op proefboerderij De Oostwaarhoeve in de Wieringermeer. Daar werd van alles uitgeprobeerd en getest: hoe het beste gezaaid, geploegd en geoogst kon worden en met welke machines. De onderzoeksresultaten gaf hij door aan het landbouwinstituut in Wageningen. Ook ging hij met collega's op aardappelstudiereis in het buitenland - ook al sprak hij geen enkele taal, hij kreeg alles voor elkaar.

Machines

Zelf raakte hij altijd enthousiast over de nieuwste machines. Toen hij de eerste wentelploeg met acht scharen aanschafte in Engeland, liep het hele dorp uit om de aankomst van het gevaarte mee te maken. Cees genoot, maar was in zijn hoofd alweer bezig met het volgende project: zo'n wentelploeg vereiste een zwaardere trekker. Die experimenteerdrang botste weleens met de opvattingen van de bedrijfsleider van De Oostwaarhoeve. Zo liet Cees gewassen die hoognodig geoogst moesten worden, gerust staan omdat er later die week een ingenieur-onderzoeker uit Wageningen langskwam. De stem van Cees was altijd doorslaggevend. Als hij iets wilde, gebeurde het ook.

Zijn activiteiten en zelfstudie werden gehonoreerd met de titel ingenieur. Die titel stond vanaf dat moment standaard voor zijn naam. Kort voor zijn overlijden zei hij tegen zijn kinderen: "Zet mijn titel maar niet op mijn rouwkaart. Dat is nu ook weer niet nodig." Cees was ijdel, eigenwijs en wilde graag gezien worden. Hij vertelde anderen graag hoe het zat, vooral zijn broer Nico. De mannen schepten op een verjaardag zo over zichzelf op, dat ze elkaars verhalen nauwelijks verstonden.

Beeld rv

Maatschappelijk betrokken

Hij wilde iets betekenen voor de maatschappij. "Ik krijg veel, dus ik geef ook iets terug." Naast zijn werk en activiteiten in legio landbouwbesturen was hij ouderling in de gereformeerde kerk, lid van de gemeenteraad (ARP), secretaris van het schoolbestuur en secretaris van het bejaardenhuis in Wieringerwerf. Op geheel eigen wijze liet hij zich gelden. Zo ging hij in 1980 midden in de nacht naar bejaardenhuis Lelypark toen hij als bestuurslid hoorde dat de directrice in de winter de verwarming zo laag zette, dat de verzorgsters met twee jassen over elkaar door de gangen liepen. Cees zette de verwarming weer aan en bleef die nacht in de directeursstoel slapen. Toen de directrice, waar hij prima contact mee had, de volgende ochtend haar kamer binnenkwam, verzocht hij haar vriendelijk nooit meer de verwarming 's nachts uit te zetten. Dat was zijn stijl: stevig, aimabel en altijd contact zoekend. In 1991 ontving hij voor al zijn verdiensten de eremedaille in goud in de Orde van Oranje-Nassau.

Toen Cees met pensioen ging, moest het echtpaar flink schakelen. Maartje had altijd haar eigen ritme gehad. Niemand weet of zij hem dat eerste jaar 's ochtends de deur uit stuurde of dat hij zelf op pad ging. Feit is dat Cees in die periode alle weggetjes van het Wieringeneiland bewandelde. Ze waren aan elkaar gewaagd, waren beiden ondernemend. Hij begon daarna een grote moestuin, zij deed de binnenboel. Samen maakten ze met hun caravan nog vele reizen door Europa.

De laatste jaren dacht Cees meer na over zijn keuzes in het leven. Zo riep hij op een dag al zijn kinderen bij zich en vroeg hen of hij hun te kort had gedaan. Dat moest hem van het hart. "Als ik het over moest doen, had ik het anders gedaan." Vanaf dat moment werd hij iets openhartiger, maar over zijn gevoelens na het overlijden van zijn zoon Cees en kort erna zijn broer Nico sprak hij nauwelijks: "Dat viel niet mee". Hij nam het leven zoals het kwam. Ook toen hij op zijn tachtigste zijn gezichtsvermogen verloor en drie jaar later zijn vrouw. Hij bleef monter. "Niemand doet het voor je, je moet het zelf doen."

Cees den Otter bij proefboerderij Oostwaard in 1965. Beeld rv

Elk jaar organiseerde hij een familiereünie en voor zijn negentigste verjaardag gaf hij zichzelf en zijn kinderen een weekje Rosas cadeau. Later volgden trips naar Duitsland, België en Limburg: hij trakteerde. Ook belde hij geregeld mensen voor een praatje. Met een grote leesloep begon hij al in september met het schrijven van zo'n honderd kerstkaarten. Tot op het laatste woonde hij op zichzelf, bleef tuinieren en deed zijn eigen boodschappen. In de dorpswinkel verzamelden ze die graag voor hem en ze kenden zijn pincode. Hij verwachtte wel dat anderen iets voor hem deden. Vooral dochter Trudy, die zijn vervoer naar het ziekenhuis of familiebezoek regelde, moest het soms ontgelden. Ze moest wel altijd klaarstaan.

Graag had hij nog een reisje gemaakt, maar een herseninfarct en longontsteking zorgden voor teveel conditieverlies. Toen begin september duidelijk werd dat het einde dichterbij kwam, was het goed. Op de rouwkaart stond zijn lijfspreuk: 'Als God voor mij is, wie kan dan tegen mij zijn'.

Cees den Otter werd geboren op 12 maart 1921 in Barendrecht en overleed op 2 september 2017 in Schagen.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Lees hier meer naschriften. Een tip voor naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden