Ajax verliezer transferperiode

analyse | Vergeefse zoektocht naar buitenspeler pijnlijk voor club die prat gaat op vleugelspel

Nu de transfermarkt afgelopen nacht is gesloten, kunnen de rituele klaagzangen weer verstommen. Er is, zoals elk jaar, gejammerd dat het niet zou moeten kunnen dat er nog gehandeld mag worden als de competitie al is begonnen. Er is verontwaardigd geroepen dat in het buitenland belachelijke bedragen voor voetballers worden betaald. Dat is natuurlijk ook zo, maar er is zo weinig tegen te doen. Tegen die (met commercie vaak werkelijk terugverdiende) bedragen niet en ook niet tegen de vaststelling van de transfertermijn, omdat de grotere, machtige landen het zo willen.

In alle nuchterheid zou óók kunnen worden gesteld dat het nu al jaren zo is en dat voetbalbestuurders mogen weten waar ze zich op moeten instellen. Zo bezien mag de grootste club van Nederland, de kampioen ook nog eens, in meer dan één opzicht als de verliezer van deze transferperiode worden beschouwd. Niet eens in de eerste plaats omdat Ajax middenvelder Eriksen (Tottenham Hotspur) en verdediger Alderweireld (Atletico Madrid) kwijtraakte. Dat kon worden voorzien, in de cyclus van het voetbal. Des te opmerkelijker waren de weinig overtuigende reacties daarop van Ajax.

Op papier zijn de op het laatst van Heracles overgenomen Duarte en de al voor de zomer van FC Utrecht gekomen Van der Hoorn de vervangers van voornoemde spelers. In de eerste lijkt weinig meer te schuilen dan een aardige voetballer in de eredivisie, de tweede is een beperkte verdediger voor wie het niveau van Ajax voorlopig te hoog ligt. In de jacht op (nog) een vleugelspeler had Ajax geen succes. Het had in eerste instantie gepoogd om John van Benfica te huren. Elia (Werder Bremen) en de voormalige PSV'er Labyad (Sporting Lissabon) werden daarna genoemd, eveneens in het buitenland vastgelopen talenten.

De zoektocht was in dubbel opzicht pijnlijk voor een club die prat gaat op vleugelspel. De beoogde specialisten van het huis, flankaanvallers, kunnen (nog?) niet worden opgeleid en buiten de deur komt Ajax terecht bij spelers met vlekjes. De niet voor niets door Barcelona afgestoten Bojan lijkt er het laatste voorbeeld van te zijn, nadat vorig seizoen de Catalaan Cuenca van nul en generlei waarde bleek. Eerder had technisch directeur Overmars met karakteristieke onbewogenheid de vederlichte Zweed Sana aangetrokken. Het was de aankoop bij uitstek die het nieuwe beleid in de Arena uitbeeldde. Simpel gezegd: deze spelers dienen ter overbrugging, totdat de hervormde jeugdopleiding gaat floreren.

Bijna drie jaar na het uitbreken van de Cruijff-revolutie is trainer De Boer na de jubel van drie landstitels op rij in een positie met uitzichtloze trekjes gemanoeuvreerd. Aan zijn verlangen naar meer stabiliteit in de eigen competitie kon in de eerste weken van het nieuwe seizoen al niet worden voldaan, om maar te zwijgen van zijn voornaamste doel, progressie in Europa. Voor de 'oude' selectie zou dat al een helse klus zijn geweest, laat staan voor de uitgeklede van nu.

Het is een klinische balans die langzamerhand toch bij Cruijff kan worden neergelegd, al kan hij met zijn sympathisanten formeel voorlopig met recht pareren dat hun werk nog niet kan worden beoordeeld. Het resultaat van (veranderingen in) de jeugdopleiding is immers pas na enkele jaren te meten. Officieel is de Cruijff-lijn pas eind vorig jaar ingezet, met de completering van de nieuwe raad van commissarissen. Cruijff zal het niet laten daarop te wijzen naarmate twijfels over zijn omwenteling zullen toenemen. Maar in de praktijk lag de weg voor hem open sinds begin 2012, toen de entree van zijn rivaal Van Gaal door de rechter definitief werd verhinderd.

De meeste van de oud-spelers van wie als jeugdtrainers bij Ajax zo veel wordt verwacht, waren toen al in dienst. In toch alweer bijna twee jaar is nog niet een eerste glimp van hun invloed te zien. Daarnaast ontbreekt een essentiële schakel in het beleid waarin - op zich lofwaardig - geen grote transfersommen meer worden betaald. Onbekende en daardoor relatief goedkope topspelers in spé worden niet opgespoord, zoals de Roemeen Chivu en de Zweed Ibrahimovic rond de eeuwwisseling. Nog steeds zijn dat voorbeeldtransfers voor clubs ver van de internationale top.

Van het inzicht daartoe blijkt in de Arena nu niets, en breder beschouwd treft dat niet alleen Ajax. Als de kampioen stagneert, onder de vleugels hoe dan ook van Cruijff, is dat voor het gehele Nederlandse voetbal niet goed - en in dit geval kan dat aan de transfermarkt toch moeilijk worden toegeschreven.

Özil van Real Madrid naar Arsenal, voor 50 miljoen
De meest opvallende transfer op de laatste dag van de spelersmarkt was die van de Duitse international Özil van Real Madrid naar Arsenal, voor 50 miljoen euro. Liverpool trok nog drie spelers aan: de verdedigers Ilori (Sporting Lissabon) en Sakho (Paris Saint-Germain) en aanvaller Moses van Chelsea. De Braziliaan Kaka keerde na vier jaar bij Real Madrid terug naar AC Milan, een van de tegenstanders van Ajax in de groepsfase van de Champions League.

In Nederland trok NEC drie internationals aan: de Slowaak Stefanik (Trencin), de Oostenrijker Jantscher (Red Bull Salzburg) en de Belg Vermijl, een jeugdinternational die wordt gehuurd van Manchester United. Heerenveen huurde de Nigeriaanse spits Nwofor van VVV en zag de Belg Kums naar Zulte Waregem vertrekken. PEC nam de Belgische aanvaller Labylle van MVV over. Met verdediger Hutchinson kreeg Vitesse een nieuwe huurling van Chelsea. De transfervrije Cziommer werd door Heracles ingelijfd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden