Ajax slaat zijn slag met de wapens van PSV en brengt de spanning terug in de eredivisie

null Beeld EPA
Beeld EPA

Ajax leek op het laatst PSV, niets was in de Arena uiteindelijk meer wat het was. Uitgerekend Ajax zegevierde als team en bracht zo de spanning, met nog een gaatje van twee punten, volledig terug in de titelstrijd.

Hoe de competitie werd gered, in de zinderende topper tussen de achtervolger en de koploper? Vraag niet hoe. Alle bespiegelingen, alle voetbalwijsheden konden en gingen overboord. Ja, Ajax denkt de beste voetballers van het land te hebben en heeft die waarschijnlijk ook wel. Maar met iets heel anders, met eendracht op het tandvlees, werd uiteindelijk de bejubelde winst binnengehaald.

Het zogeheten betere team van PSV werd weerstaan en met nog een laat doelpunt van Neres definitief overmeesterd (3-1) juist door zijn eigen eigenschappen. Ajax toonde die nu, moest die tonen, gekortwiekt door een rode kaart voor verdediger Mazraoui. Ajax, meer dan eens labiel in Nederland, had de rug gerecht uitgerekend in een fase waarin PSV makkelijker en beter leek te kunnen voetballen. Zo was uiteindelijk niets meer wat het vooraf leek, maar de competitie is weer volledig open, met Ajax nu nog twee punten achter PSV, een spannend slot ligt in het verschiet.

Er had vuur in de wedstrijd gezeten, het was voortdurend opgelaaid, met twee ploegen met duidelijke bedoelingen, op en top geladen, een zeldzaamheid op zich al op de Nederlandse velden. Ajax moest, wilde stormen. PSV wilde in eerste aanleg vooral ontregelen. Trainer Van Bommel had zijn principes op een bepaalde manier verloochend. Onverstoorbaar zijn, altijd hetzelfde blijven doen, is zijn adagium. Nu had hij iets anders gedaan.

Verschillen scherp aan het licht

Hij had een offensieve middenvelder geofferd en de jonge, nijvere Tsjech Sadilek toegevoegd aan de vaste middenvelders Hendrix en Rosario. Met zo’n middenveld zonder finesse was het speelplan duidelijk: niet al te veel voetbal op het middenveld, directe trappen naar de snelle spitsen of naar kopspecialist Luuk de Jong.

Of het er met een offensieve middenvelder anders had uitgezien, valt uiteraard niet te zeggen. De wel heel jonge Ihatarren speelde er de laatste tijd. Het was begrijpelijk dat Van Bommel hem in deze zware wedstrijd niet opstelde. De wisselvallige Pereiro was de andere kandidaat: ook bepaald geen garantie. Maar het was wel zo dat de keuze van Van Bommel, het andere accent, de verschillen met Ajax scherper aan het licht bracht.

Ze waren onhandiger, PSV’ers als Schwaab, Hendrix, Rosario, Dumfries, Luuk de Jong, minder wendbaar, ze stonden zwaarder op hun benen. Het doelpunt van Ajax in de eerste helft mocht typerend heten. Frenkie de Jong leidde het in met een van zijn passes met vaart, nodig om het vuur brandend te houden. Ziyech stuurde de bal naar de doelmond, waar Schwaab in de knoop geraakte en ‘m zo, met Tadic in de buurt, in zijn eigen doel duwde (1-0).

Gebrek aan slagkracht

Het was in dubbel opzicht typerend: voor de onhandigheid van PSV en toch ook voor het gebrek aan slagkracht bij Ajax, dat deze hulp in de eindfase toch nodig had. Ja, er was nu op de instelling niets aan te merken. Twee weken geleden, na de 1-0 nederlaag bij AZ, had aanvoerder De Ligt gezegd dat de Ajacieden zichzelf niet waren. Een te makkelijke ‘analyse’ van voetballers, als ze het even niet weten.

Ze waren nu natuurlijk niet ineens andere voetballers. Ze deden slechts wat ze toen ook hadden moeten, wat voetballers altijd moeten doen, als ze althans om een titel willen strijden. Ze stonden nu wel schouder aan schouder, de Ajacieden, ze hielpen elkaar. Het middenveldblok sloot van Schöne en Frenkie de Jong, die nu ook met kracht voorwaarts speelde. Maar meer dan gehaaste schoten speelde Ajax niet uit: de wedstrijd bleef een wedstrijd, PSV bleef leven.

Sterker, vroeg in de tweede helft ontglipte dan toch Lozano, exact volgens Van Bommels plan. De weer directe pass was van Rosario, de Mexicaan liep weg bij Tagliafico, maar hij schoot de bal op de voet van doelman Onana. Luttele minuten later leek alles er anders uit te zien. Arbiter Kuipers gaf Ajacied Mazraoui op instigatie van de VAR de rode kaart, na een trap tegen het hoofd van Angelino. De back zelf slingerde de bal prompt voor het doel en Luuk de Jong, toch weer hij, kopte kiezelhard in (1-1).

De veldbezetting van Ajax veranderde: invaller Veltman kwam als nieuwe verdediger, het middenveld kon niet anders dan aan kracht verliezen. Onhandige PSV’ers werden, in de grotere ruimtes, combinerende PSV’ers. Bergwijn en Viergever kregen grote kansen, maar nu schoot de VAR Ajax te hulp. Een overtreding van Schwaab op Neres werd met vertraging omgezet in een strafschop, feilloos benut door Tadic (2-1).

Nu kwam het erop aan voor Ajax, voor de meewind-voetballers al vaker in Nederland, om stand te houden, elkaars nabijheid te zoeken, in een andere stijl dan die ze zich in Amsterdam wensen. De dertiger Tadic was bereid tot zijn verdedigende plicht, de niet topfitte Ziyech moest worden vervangen. Jazeker, Ajax trok een muur op, in de eigen Arena, het moest wel, met zelfs nog een extra verdediger, Magallan. Zo overleefden de beste voetballers van het land, zo maakten ze de competitie met zowaar nog een doelpunt van Neres (3-1) spannend. Het was ironisch, maar zoeter kon de ironie in Amsterdam niet aanvoelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden