Airbnb, een vat vol dilemma's

verhuur - Wie een vakantiewoning wil boeken komt heel snel uit bij Airbnb. Klant én verhuurder lijken tevreden. Maar klachten over het bedrijf zijn er ook. Hoe ga je als consument om met de tegenstrijdige berichten?

Het is alweer lente, dus wordt het hoog tijd een betaalbaar vakantieonderkomen te gaan boeken. Al scrollend door het aanbod aan hotelkamers, appartementen en complete huizen, stuit je onherroepelijk ook op het aanbod van verhuursite Airbnb. Het ooit min of meer bij toeval ontstane start-up-bedrijfje van drie werkloze Amerikaanse studenten is in nog geen decennium uitgegroeid tot een wereldwijd imperium met verhuurders van Amsterdam tot New York, en van Kaapstad tot het Zeeuwse platteland. De woningen zijn meestal goedkoper dan hotelkamers - wat op zich al verleidelijk is. Ze zijn ook minder steriel - hipper, leuker. Vanaf de website kijkt de verhuurder je doorgaans vriendelijk aan: een lachend stel uit Athene, een student in New York. De toon is informeel. Airbnb lijkt een non-profitorganisatie waar iedereen beter en vrolijker van wordt.


Maar er zijn tegengeluiden. Vrijwel iedereen kent de klachten over het succesbedrijf dat inmiddels 30 miljard dollar waard is. In grote steden waar de verhuurwebsite bijzonder populair is geworden - New York, San Francisco, Berlijn, Barcelona en zeker ook Amsterdam - woedt een hevig debat over de invloed van de verhuurwebsite. In Amsterdam, veruit de populairste Airbnb-bestemming van Nederland, klagen bewoners al jaren over de toevloed van rolkoffertoeristen. De overlast blijft niet beperkt tot drukte op straat. Er zijn klachten over 'blowende Britten' die tot diep in de nacht blijven doorfeesten. En hoewel de stad veel verdient aan al die toeristen, is de plotselinge concurrentie zuur voor de hoteliers.


Verboden in Berlijn


Ernstiger nog is dat tijdelijke verhuur van de eigen woning dankzij Airbnb zó lucratief is geworden, dat halve en hele panden die anders verhuurd zouden kunnen worden aan Nederlandse studenten of starters op de woningmarkt nu bezet worden gehouden door toeristen. Hoewel de gemeente Amsterdam probeert op te treden - de woning mag niet langer dan zestig dagen per jaar worden verhuurd - valt het handhaven van de regels nog niet mee. Bewoners 'vermommen' hun Airbnb-woning bijvoorbeeld tot een bed & breakfast-appartement van één kamer, waarvoor die verhuurlimiet niet opgaat. En Airbnb beschermt de adressen van verhuurders. Dat zorgt niet alleen in Amsterdam voor irritatie. In Berlijn is Airbnb inmiddels verboden: je mag er alleen afzonderlijke kamers verhuren.


Hoe ga je als consument om met zulke tegengestelde berichten? Volgens Irene van Staveren, hoogleraar ontwikkelingseconomie in Rotterdam, valt Airbnb in elk geval hypocrisie te verwijten. "Het bedrijf appelleert aan het idee van een 'nieuwe' economie, van delen en solidariteit, maar het maakt gewoon gebruik van een oud verdienmodel. De verhuurder investeert in een mooiere badkamer en probeert dat geld terug te verdienen. Dat doet iedere pensionhouder, maar Airbnb suggereert dat hier iets veel mooiers gebeurt. Als die kamers in je huis toch maar 'leeg staan', waarom zou je die dan niet 'delen'? Maar als leegstand je echt zo tegenstaat, waarom laat je dan geen student in je kamer wonen? Omdat je van een toerist meer kunt vangen. Dankzij Airbnb worden kamers bezet gehouden; studenten en starters zijn de dupe. Daarbij komt dat Airbnb er een lucratief verdienmodel op nahoudt. Hoewel het bedrijf zelf amper risico loopt, gaat in de meeste gevallen ruim tien procent van de huurprijs naar Airbnb".


Dat klinkt inderdaad niet erg fraai. Maar moet dat de consument weerhouden? Er zijn tenslotte wel meer bedrijven die af en toe ongunstig in het nieuws komen - Facebook, Apple - maar waar we toch collectief gebruik van blijven maken. Volgens Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek in Utrecht, komen we het dilemma dat hier opdoemt ook tegen bij het boeken van goedkope vliegreizen. Je weet dat de prijs van een EasyJet-vlucht naar Rome niet zo goedkoop zou mogen zijn als ze is, je weet dat de milieueffecten niet in de prijs wordt doorberekend, maar het is wel erg verleidelijk tóch te boeken. "Als iedereen die je kent er wél gebruik van maakt, voel je je nogal een sukkel wanneer je als enige een duurder en verantwoord alternatief probeert te zoeken", aldus Robeyns.


Bovendien kun je je afvragen of de consument eigenlijk wel geconfronteerd moet worden met zulke ingewikkelde morele afwegingen. "In een ideale wereld is dat zeker niet het geval", vindt Robeyns. "Daar regelt de overheid het zó dat je een kamer kunt huren - of het vliegtuig kunt pakken - zónder dat je je hoeft af te vragen of je iets verkeerds doet. Alleen, we leven niet in een ideale wereld. En dat betekent dat we als burgers wel verantwoordelijk zijn voor onze keuzes."


Wel zou je kunnen beweren dat de plicht tot verantwoord vakantievieren niet voor iedereen in gelijke mate opgaat, vindt Robeyns. "Een armlastige student die het vliegtuig pakt en een Airbnb-kamer in Praag huurt, valt minder te verwijten dan een politicus die datzelfde doet. Zeker als die laatste de verantwoordelijkheid teruglegt bij het bedrijf dat de verhuurders 'nu eenmaal' niet kan controleren of naar een gemeente die er 'nu eenmaal' niet in slaagt misbruik op te sporen. Ook in moreel opzicht moeten de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen."


Daar denkt Wim Dubbink, hoogleraar Bedrijfsethiek in Tilburg, net iets anders over. Natuurlijk kunnen invloedrijke mensen makkelijker een verantwoord alternatief zoeken dan armlastige studenten, maar wat telt is toch de vraag of je jezelf in de spiegel aan kunt kijken. "We hebben de plicht ons te gedragen als bewuste burgers en niet alleen als 'consumenten' die uit zijn op hun eigenbelang. We leven nu eenmaal, zoals Robeyns ook stelt, in een problematische wereld, de overheid kan niet al onze keuzes wegnemen. Van de melk die we kopen tot de vliegreis die we boeken en de Airbnb-kamers die we huren, maakt het voor iedereen uit welke keuzes hij maakt. Je kunt toch ook gewoon vragen of de melk die je koopt afkomstig is van een koe die buiten komt? Alleen doen heel veel mensen dat niet."


Neo-liberalistisch verdienmodel


Maar wat betekent dat voor de reiziger-in-spé die aarzelt of hij bij Airbnb moet boeken? Volgens Dubbink nog niet automatisch dat de reiziger de populaire site moet mijden. Natuurlijk, mét Van Staveren vindt deze Tilburgse hoogleraar de deeleconomie-retoriek van de website ongeloofwaardig. "Airbnb hanteert gewoon een neoliberalistisch verdienmodel". Maar het maakt wel uit waar je zo'n kamer huurt en van wie. "Een vriend van mij verhuurt een kamer in een dorp waar verder niet eens een hotel staat. Waarom zou je daar bezwaar tegen hebben? Bovendien zegt hij dat Airbnb juist mínder winst opstrijkt dan andere verhuursites. Op een huur van totaal 193 euro, waarvan 50 euro schoonmaakkosten, hield hij nog 183 euro over."


Dat de drie Airbnb-topmannen desondanks bijzonder rijk zijn geworden, hoeft de consument ook geen hoofdbrekens te bezorgen. "Als het enige probleem is dat Airbnb een groot deel van de koek ophapt, dan is dat maar zo. Dat is een innovatievoordeel dat met de tijd wel wegtrekt, wanneer er andere spelers op de markt komen. "Dat denkt ook Irene van Staveren: mettertijd komen er meestal wel nieuwe spelers op de markt, die de buit eerlijker verdelen en die meer factoren laten meewegen, die van de omgeving bijvoorbeeld.


Want het ergste aan Airbnb lijkt toch dat het de woningmarkt in de grote steden zo grondig verstoort. Volgens Wim Dubbink is die vorm van 'disruptie' te vergelijken met het verdwijnen van winkels als V&D uit de binnenstad, winkels die de concurrentie van webwinkels niet aankunnen. "Zulke veranderingen verstoren het functioneren van een stad en daar moet je als stad én als samenleving iets mee. Je kunt niet de volle verantwoordelijkheid neerleggen bij de burger."


Bovendien, het is lang niet altijd zo duidelijk hoe die burger moet omgaan met Airbnb. Voor stedelingen die als huurder gebruik willen maken van Airbnb ligt het vaak ingewikkeld. Van Staveren: "Dezelfde Amsterdamse student die hier last heeft van te hoge huurprijzen, kan dankzij Airbnb wel een goedkoop vakantieadres vinden in Boedapest. Op individueel niveau weegt dat tegen elkaar op. Op mondiaal niveau is het een ander verhaal. Maar ook als je een kamer huurt kun je je afvragen of je daarmee de bevolking en de omgeving ter plekke helpt of verstoort."


En dan is er nog het dilemma van de verhuurder. Stel dat de kinderen groot zijn geworden en u een etage over heeft. Verhuist u dan naar een kleiner huis, zodat starters of studenten de vrijgekomen ruimte kunnen benutten? Of maakt u van die overtollige etage een lucratief Airbnb- appartement, waarmee u voor twee maanden per jaar toch een aardige bijverdienste kunt opstrijken? Zolang Airbnb niet verboden is, wordt dat morele dilemma overgelaten aan individuele burgers.


Die zouden zich als huurder en als verhuurder in elk geval niet alléén moeten laten leiden door het zorgvuldig opgebouwde imago van Airbnb als een voorbeeld van nieuwe 'deel-economie', een economie waarin alles draait om 'delen' en 'verbinden'.

Ik kies altijd voor hotels

Robin Labrijn (47),


bankier en voorzitter van het bewonersplatform Haarlemmerbuurt amsterdam


"Wanneer gewone huizen worden verhuurd als hotel, verdwijnt het leuke en authentieke plaatje waarvoor toeristen een stad bezoeken. Lokale winkeltjes in Amsterdam moeten het hebben van mensen uit de buurt, niet van het toerisme. Om te overleven kan de middenstand niet anders dan zich richten op de buitenlandse bezoekers, waardoor de stad verandert in een soort Efteling. Reguliere winkels veranderen in zaken waar je wafels met Nutella kunt kopen.


De meeste mensen die een kamer boeken staan helemaal niet stil bij het effect van hun bezoek op de stad, na een paar dagen zijn ze weer weg.


Juist omdat ik zie wat de verhuur van woningen aan toeristen met een buurt of stad kan doen, kies ik altijd voor een hotel als ik op vakantie ga. Bedrijven als Airbnb doen zich voor als leuk, lokaal en lekker volks, maar het is gewoon big business. Voor die keerzijde komt steeds meer aandacht, maar de markt reageert veel sneller dan de politiek."

Ik slaap ook in Airbnb

Richard Brand (27),


televisieproducent bij IdtV


"Toen ik vorig jaar in het paasweekend thuiskwam, stonden er zes Italianen met een rolkoffer in m'n keuken. De verhuurder van het huis in Amsterdam waar ik in woon, heeft vijf maanden lang twee kamers in het huis illegaal via Airbnb aangeboden, tot de gemeente Amsterdam langskwam en het verbood.


Als ik van de zomer naar de World Pride in Madrid ga, slaap ik ook in een Airbnb. De hotels zitten vol en het is leuk om te ervaren hoe een Madrileen woont. Het is een heel andere manier van verblijven dan in een steriele hotelkamer.


Mijn verhuurder begon een bed & breakfast in mijn huis, dat zou ik niemand gunnen. Het is goed dat de nadelige kanten van Airbnb aandacht krijgen. Die moeten worden aangepakt en de gemeente Amsterdam is daar goed mee bezig. Als toerist wil je gewoon op vakantie, uit laksheid ben je niet bezig met de morele keerzijde van Airbnb. Je gaat ervan uit dat een verhuurder zich aan de regels houdt. Die Italianen in mijn huis zeiden na hun verblijf tegen me: 'Goh, wat woon je in een leuk hostel.'"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden