Review

Aimard weet wat hij wil

Doorgaans doen pianisten, die in de grote zaal van het Concertgebouw concerteren, hun mond hooguit open om een toegift aan te kondigen. Maar Pierre-Laurent Aimard sprak zondagavond voor de pauze bijna net zo lang als hij speelde. Deze pleitbezorger van de moderne muziek -beroemd geworden met zijn unieke uitvoeringen van hedendaagse muziek, maar tegenwoordig als allround-pianist op het hoogste niveau werkaam- gaf met voorbeelden op de piano uitvoerige toelichtingen op zijn bijzondere, bijna geheel aan 20e-eeuwse muziek gewijde programma.

Het getuigde van moed dat organisator Marco Riaskoff hem de ruimte gaf om in de serie Meesterpianisten een pleidooi voor moderne muziek te houden.

Die uitleg was geen overbodige luxe, want dit repertoire is complex. De aanwijzingen gaven de luisteraar meer houvast. Dit, gecombineerd met Aimards pianistische overtuigingskracht, deed het Concertgebouwpubliek zeldzaam geconcentreerd en vrijwel hoestvrij luisteren.

De helft van het recital stond in het teken van de canon. Ter inleiding drie canons uit Bachs 'Die Kunst der Fuge', die Aimard nogal mechanisch uit de piano hamerde. Dat deze pianist heel wat meer kleuren in zijn repertoire heeft, bleek in de Nederlandse première van de aan hem opgedragen 'Shadowlines -Six canonic preludes for piano' van de Brit George Benjamin. Benjamin behandelt de canonvorm hierin vele malen ingewikkelder dan in 'Vader Jacob'. Zeer fraai was vooral het tweede stukje, waarin de linkerhand de pregnante thema's in de rechterhand zwak en flets -als een schaduw, vandaar de titel- imiteerde. Aimard gaf een zeer gave vertolking van gloednieuwe werken, die mij desondanks (nog) niet tot het einde wisten te boeien.

Duidelijk een klasse beter zijn de etudes van György Ligeti. Deze ware meesterwerken vormen het hedendaagse antwoord op de andere grote concertetudes uit de pianoliteratuur van Chopin, Liszt en Debussy. Als geen ander bleek Aimard in staat deze uiterst lastige muziek te spelen. Drie van deze etudes hebben de canonvorm. De etude nr. 6 waar Aimard mee besloot, is daarentegen een vrij stuk, dat als brug fungeerde naar de 12 Etudes van Claude Debussy die Aimard na de pauze speelde.

In zijn Etudes exploreerde Debussy geheel nieuwe mogelijkheden van de klaviertechniek en -sonoriteit, door stelselmatig een technisch gegeven consequent uit te werken. Dit leidde tot stukken die voor de luisteraar alleen werken als de pianist precies weet wat hij ermee wil.

Zo iemand is Pierre-Laurent Aimard. Vooral de etudes met zeer snel passagespel klonken buitengewoon fraai, dankzij Aimards ragfijne vingertechniek. Bij de stukken met vollere grepen slibde de klank soms wat dicht, maar ook hier viel er veel te genieten van timing en kleur in Aimards bevlogen spel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden