Ai Weiwei komt thuis in Berlijn

Het is geen toeval dat de grootste tentoonstelling ooit van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei in Berlijn plaatsvindt. Ai Weiwei deelt met zijn Duitse collega's een zwak voor pompeuze moraal.

Zijn fiets staat er wel. Maar kunstenaar Ai Weiwei moet verstek laten gaan. De Chinese autoriteiten weigeren hem zijn pas te geven. "Zonder opgaaf van redenen", zoals Ai een en andermaal heeft laten weten. Nu staat die fiets daar onbeheerd tegen de trappen van de Martin-Gropius-Bau in Berlijn, waar sinds gisteren de grootste tentoonstelling van zijn werk tot nu toe is te zien. In het boodschappenmandje aan het stuur prijkt een welig boeket bloemen.

Zo is dat ook bij Ais atelier in het Pekingse stadsdeel Chaoyang. Daar staat tegen het hek eenzelfde fiets van het Chinese merk 'Forever'. En elke dag zet Ai of een van zijn medewerkers er een nieuwe bos bloemen in. In de loop van de dag verdwijnt die bos. Ai hoopt dat degene die hem meepakt, een van de geheim agenten is die hem in de gaten houdt. Een vorm van minimale communicatie met zijn bewakers.

Gisteren precies drie jaar geleden, werd Ai gearresteerd en 81 dagen op een onbekende plek vastgehouden, in een dag en nacht verlichte cel. Na zijn vrijlating hebben de Chinese autoriteiten hem geen moment uit het oog gelaten. Rond zijn enorme atelier, ooit een tractorfabriek, hangen camera's. Ai heeft ze met rode lampions versierd. En hij heeft er ook een in marmer nagemaakt, te zien in Berlijn. Ai laat zijn bewakers geen moment uit zijn knipoog.

Op de tentoonstelling, met de titel 'Evidence' (Ai Weiwei denkt daarbij aan 'juridisch bewijs') is de cel te zien waarin hij werd vastgehouden. Hij heeft hem nauwkeurig nagebouwd, tot en met de laag plastic schuim die op wanden, wc-pot en wastafel was aangebracht opdat hij zichzelf niet zou verwonden.

Het getuigt van een merkwaardige kronkel in de gedachten van het regime dat zo'n ontluisterend object wel het land mag verlaten, maar de maker ervan niet.

Dat geldt voor veel van Ais objecten in Berlijn. Ze leveren scherpere kritiek op de Chinese samenleving dan hij ooit in eigen woorden zou kunnen uiten. Een aantal objecten verhaalt bijvoorbeeld over de aardbeving in Sichuan in 2008, waarbij 70.000 mensen omkwamen, onder wie talloze kinderen. Scholen waren met ondeugdelijke materialen gebouwd. Ai verzamelde betonvlechtstaal uit het puin en maakte er kunst van. Een aanklacht.

Naast het kritische commentaar op de actualiteit, is de herinnering het tweede grote thema in zijn werk. Ai heeft een dubbelzinnige omgang met de Chinese traditionele kunst. Hij werkt aan haar behoud, maar tegelijk vervreemdt hij en vernietigt hij haar. Typerend zijn de vazen uit de Han-dynastie, zeldzame en zeldzaam dure exemplaren. In Berlijn zijn er acht te zien, door Ai in de lak van dure Duitse auto's gedoopt.

Herinnering en vervreemding kenmerken ook het hoogtepunt van de tentoonstelling. In de overdekte binnenhof van de Martin-Gropius-Bau heeft Ai 6000 krukjes laten neerzetten. De bescheiden driepotige zitjes heeft hij verzameld in Noord-China. Ze stammen uit de Ming-tijd, een half millennium geleden. Geen krukje is hetzelfde, elk krukje vertelt iets over de persoonlijkheid van de vroegere gebruiker.

Maar is dat nog wel kunst, vragen sommigen zich af. Rechtvaardigen zulke betrekkelijk simpele statements Ais hoge, welhaast onaantastbare positie in de kunstwereld?

Veel Chinese collega's vinden het allemaal maar simpel en bedacht. Ai paait in hun ogen de smaak van de westerse kunstconsument. "De bloem staat weliswaar aan deze kant van de heg, de geur ervan wordt alleen aan de andere kant gewaardeerd", citeren ze een Chinees spreekwoord.

Een aantal westerse critici is het daarmee eens. Feit is dat Ai zijn insipratie vooral uit het westen haalt. Niet uit New York, waar hij in de jaren tachtig lange tijd verbleef. "Ik heb daar niets geleerd", beweert hij. Artistieke zielsverwantschap vond hij vooral in Europa, met name bij Marcel Duchamp, die alledaagse voorwerpen in kunst transformeerde. In Berlijn zijn Ais handboeien te zien, die hij in de gevangenis droeg. Nagemaakt in jade.

In Europa voelde hij zich vooral thuis in Duitsland. Bij de opening van de tentoonstelling in Berlijn werd een videoboodschap van Ai vertoond waarin hij op zijn karakteristieke boeddha-achtige manier zijn liefde voor Duitsland verklaart. In Berlijn staat een oude fabriekshal voor hem klaar, om als atelier te gebruiken. En hij heeft een professoraat aangeboden gekregen aan de Universiteit der Kunsten. De studenten wachten nog altijd vergeefs op de Chinees.

Met zijn theatrale afwezigheid, zijn videoboodschappen, zijn fiets voor het museum maakt Ai van zijn uitreisverbod een kunstmanifestatie. Nogal pathetisch, zou men kunnen zeggen. Maar dat past geheel in de traditie van de Duitser in wie hij een belangrijke voorganger ziet: Joseph Beuys. Ook over Beuys' politieke statements uit vilt en vet strijden de geleerden nog altijd: zijn die kunst?. Het zijn in ieder geval grote gebaren, vol pathos en vol maatschappijkritiek.

Ai Weiwei beheerst ook het kleine gebaar: twee schoenen met één hak. 'One Man Shoe' doopte Ai dat object. Het doet onmiddellijk denken aan de twee schoenen met één punt van de surrealistische Berlijnse kunstenares Meret Oppenheim, vorig jaar nog te zien in dezelfde Martin-Gropius-Bau. Ai Weiwei is in Berlijn helemaal op zijn plaats.

'Evidence' is nog tot 7 juli te zien in de Martin-Gropius-Bau te Berlijn. De catalogus, met onder meer een essay van de Nederlandse sinoloog en Berlijnse museumdirecteur Klaas Ruitenbeek, is uitgegeven door Prestel Verlag.

HHHHH

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden